H08

Thema C H8

  • Beheersen van specifieke gevaren

2

thema

C

H8: Gevaarlijke stoffen

1 / 46
volgende
Slide 1: Slide
newEditorTechniekVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

In deze les zitten 46 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Thema C H8

  • Beheersen van specifieke gevaren

2

thema

C

H8: Gevaarlijke stoffen

8.1 Gevaarlijke stoffen (algemeen)

Gevaarlijke stoffen:

  • Zijn die stoffen die een gevaar een gevaar vormen voor de gezondheid
    en/of omgeving.

    Op de werkplek worden gevaarlijke stoffen ingedeeld conform de
    GHS-richtlijn: Ruitvormige borden met rode rand en een zwart symbool
    p een witte achtergrond.

    Houd rekening met de gevaren die tijdens het vervoer kunnen optreden.



3

thema

C

8.1 Opname van gevaarlijke stoffen

Opname van gevaarlijke stoffen kan door:

  • De mond:
    - alcohol, medicijnen, verontreinigde etenswaren

  • De huid
    - oplos- en ontvettingsmiddelen

  • De ademhalingsorganen
    - kleine stofdeeltjes, gas , rook, damp of nevel

  • Directe opname via de bloedbaan
    - bij een open wond


4

thema

C

8.1 Hygiëne bij gevaarlijke stoffen

Houd je aan de volgende hygiënemaatregelen:

  • eet en drink in een speciale ruimte

  • maak je handen en gezicht regelmatig schoon

  • trek vuile werkkleding uit

  • gebruik de juiste PBM’s


5

thema

C

8.1 Maatregelen aan de bron

Bronmaatregelen; keuze uit:

  • Elimineren
    Verwijderen of weglaten, door de gevaarlijke stof niet te gebruiken.

  • Vervangen
    In de plaats van een gevaarlijke stof een minder gevaarlijke stof gebruiken.

  • Aanpassen
    Door de vorm te veranderen; bijvoorbeeld door chloordamp te
    vervangen met chloortabletten.

  • Een bronmaatregel (EVA) is het meest doeltreffend,
    maar kan helaas niet altijd.


6

thema

C

8.1 Technische, collectieve en organisatorische maatregelen

Maatregelen ter voorkoming van blootstelling:

  • Afzuiging waarbij gevaarlijk damp, gas of stofdeeltjes moeten direct op de plaats waar de verontreiniging ontstaat afgezogen worden (bijvoorbeeld bij lassen)

  • Scheiding tussen mens en bron
    waarbij er een fysieke scheiding tussen de mens en gevaarlijke stof
    of chemische processen.(bijvoorbeeld: muur, gesloten reactorvaten
    of zuurkast)

  • Ventilatie
    Schone lucht wordt naar binnen geblazen worden en verontreinigde
    lucht naar buiten


7

thema

C

8.1 Persoonlijke monitor

Persoonlijke monitor of detector:

  • bewaakt de blootstelling aan gevaarlijke stoffen

  • controleert of er voldoende zuurstof aanwezig is;
    er moet minimaal 19% zuurstof in de lucht aanwezig zijn
    (bij sommige bedrijven gelden nog strengere normen)

  • mag uitsluitend worden gebruikt door personen met
    specifieke deskundigheid na instructie

8

thema

C

8.1 Monitoring en medisch onderzoek

9

Periodiek Medisch Onderzoek:
Als je met gevaarlijke stoffen werkt

  • aan de hand van blootstelling en je gezondheidstoestand
    gaat een arts na of je geschikt bent en blijft.

  • meestal 1 keer per jaar, maar aantal onderzoeken per jaar
    is afhankelijk van:

- de gevaarlijke stof
- de duur / het aantal malen van de blootstelling

thema

C

8.1 Etiket

Verplichte informatie op elk etiket van een gevaarlijke stof:

  • naam van het product

  • gevarenpictogram(men)

  • risico’s en gevaren (H-zinnen)
    H staat voor Hazard (gevaar). H-zinnen vertellen wat er mis kan gaan.
    Zoals: "Kan een allergische huidreactie veroorzaken"

  • preventieve maatregelen en veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen)
    P staat voor Precautionary (voorzorg); P-zinnen geven bijvoorbeeld aan
    hoe je veilig met de stof omgaat.
    Zoals: "Verwijderd houden van warmte/vonken/open vuur”

  • leveranciersgegevens en invoerder


10

thema

C

8.1 Grenswaarde

De grenswaarde:

  • is de maximale concentratie van een gevaarlijke stof,
    als tijdgewogen gemiddelde over een referentieperiode,
    waarboven geen enkele werknemer blootgesteld mag worden.

    De grenswaarde geldt:

  • voor normale en gezonde personen

  • bij normale werkdag en werkweek

  • bij normale werkomstandigheden

  • bij normale fysieke inspanning








11

thema

C

8.1 Reukwaarneming

Waarneming met je neus is géén goede methode omdat:

  • geur een subjectieve en persoonsafhankelijke waarneming is
    (wat de één lekker vind ruiken, vind een ander vies ruiken)

  • een geur gemaskeerd/overheerst kan worden door andere geuren
    van niet gevaarlijke stoffen

  • sommige gevaarlijke stoffen zijn kleurloos en reukloos

  • je reukgrens (dus de grens waarbij je waar kan nemen)
    kan boven de grenswaarde liggen !


12

thema

C

8.1 Explosief of ontplofbaar

Explosieve stoffen kunnen ontploffen door:

  • bepaalde temperatuur

  • contact met andere stoffen

  • brand/vlam (zoals een bij een sigaret en openvuur)

  • schokken (zoals bij een aardbeving of op rijdend voertuig)

  • wrijving (zoals bij een gekanteld voertuig)

    Voorbeelden:
    - munitie en TNT (hoog explosieve springstof), ether, benzine, waterstof
    en acetyleen



13

thema

C

8.1 Zeer licht ontvlambaar, licht ontvlambaar

Zeer licht ontvlambare en licht ontvlambare stoffen:

  • kunnen door vonkje ontbranden

  • kunnen zelfs mij een normale omgevingstemperatuur
    (21°C) ontbranden

    Voorbeelden:
    - benzine, witte fosfor, magnesium, zwavel, aceton en
    terpentine (white spirit)


14

thema

C

8.1 Oxiderend

Oxiderende of brandbevorderende stoffen:

  • maken zuurstof vrij

  • reageren heftig met andere stoffen (warmteontwikkeling)

    Voorbeelden:
    - waterstofperoxide (= “zuurstofwater”), ozon en zuurstof


15

thema

C

8.1 Giftige stoffen

Zeer giftige en giftige stoffen:

  • kleine dosis kan al grote schade aanrichten

  • kan leiden tot ernstig letsel bij:
    - inademen
    - inslikken
    - opname via de huid (aanraking)

    Voorbeelden:
    - zwavelwaterstof (H2S) ook wel rioolgas genoemd, kwik,
    lood, koolmonoxide (CO), benzeen, tolueen en methanol (industrieel
    alcohol)

16

thema

C

8.1 Schadelijk

Schadelijke stoffen:

  • leveren minder ernstig letsel op in vergelijking tot giftige stoffen
    bij inademen, inslikken of opname via de huid

    Voorbeelden:
    - jodium, glycol, verf, lak en houtbeschermingsproducten

17

thema

C

8.1 Bijtend of corrosief

Bijtende of corrosieve stoffen:
tasten bij direct contact: huid, ogen, longen en slimvliezen aan


Voorbeelden:

- zuren (accuzuur, zwavelzuur, zoutzuur), basen of logen (natronloog),
formaldehyde en fenol


18

thema

C

8.1 Irriterend

Irriterende stoffen:

de inwerking is beperkter dan die van bijtende stoffen.

  • veroorzaken ontstekingen bij contact met
    huid, ogen, longen en slijmvliezen

    Voorbeelden:

- verdunde of zwakke zuren of basen,
verschillende solventen (oplosmiddelen) en polyester mastic

19

thema

C

8.1 Milieugevaarlijk

Milieugevaarlijke stoffen:

zijn gevaarlijk voor het milieu en levende organismen zoals:
mensen, dieren en planten

Voorbeelden:


- CFK’s (drijfgassen die zorgen voor de druk in een spuitbus) en
sommige pesticiden

20

thema

C

8.1 Gezondheidsgevaarlijk op lange termijn

Twee typen gezondheidsgevaarlijke stoffen zijn:

  • carcinogene stoffen; kunnen (op lange termijn) tot kanker leiden

    Voorbeelden:
    - asbest, benzeen, vinylchloride en dieselrook

  • mutagene stoffen; veranderen direct de erfelijke eigenschappen
    Voorbeelden:
    - reprotoxische stoffen (voortplantingsgiftige stoffen)

21

thema

C

8.1 Gassen onder druk

Gassen onder druk:

zijn samengeperste gassen en vloeibaar gemaakte gassen

  • hoge temperaturen kunnen leiden tot brand of explosie.

    Voorbeelden:
    - industriële gascilinders
    - spuitbussen


22

thema

C

8.1 Specifiek gevaarlijke stoffen

Specifiek gevaarlijke stoffen brengen een specifiek risico met zich mee.

  • Voorbeelden:
    - asbest
    - cement
    - koolmonoxide
    - zware metalen
    - organische oplosmiddelen
    - cyclische verbindingen
    - huishoudmiddelen


23

thema

C

8.2 Specifiek gevaarlijke stof

Asbest:

  • wanneer het vermoeden bestaat dat er sprake is van asbest,
    dan moet niet met het werk worden aangevangen of alsnog
    onmiddellijk worden stilgelegd.

  • ook de operationeel leidinggevende en opdrachtgever moeten
    gewaarschuwd worden

  • de opdrachtgever laat door een onafhankelijk laboratorium een monster
    nemen om vast te stellen of het om asbest gaat

  • als (uit bemonstering) blijkt dat het om asbest gaat moet het
    overeenkomstig de wettelijke voorschriften worden verwijderd

24

thema

C

8.2 specifiek gevaarlijke stof

Cement:

  • kan irritatie van de ademhalingswegen en de huis veroorzaken

  • vormt een gevaar voor oogletsel

  • in natte toestand is er kans op (chemische) brandwonden
    bij langdurig contact

25

thema

C

8.2 Specifiek gevaarlijke stof

Koolmonoxide:

  • is een zeer giftig gas

  • verdringt de zuurstof in het bloed

  • zorgt voor explosiegevaar

26

thema

C

8.2 Specifiek gevaarlijke stof

Zware metalen:

  • zijn zeer giftig

    Voorbeelden:
    - lood, kwik en zink

27

thema

C

8.2 Specifiek gevaarlijke stof

Organische oplosmiddelen:

  • zijn vaak van aardolie gemaakt

  • kunnen door inademing op korte termijn hoofdpijn veroorzaken

  • kunnen door inademing op lange termijn hersenletsel veroorzaken

  • zijn soms licht ontvlambaar

  • kunnen de huid ontvetten

    Voorbeelden:
    - aceton en terpentine

28

thema

C

8.2 Specifiek gevaarlijke stof

Cyclische verbindingen:

  • bevatten een koolstofketen in ringvorm

    Voorbeelden:
    - tolueen, xyleen, benzeen (is kankerverwekkend) en fenol

29

thema

C

8.2 Specifiek gevaarlijke stof

Huishoudmiddelen:

  • zijn middelen die ook thuis worden gebruikt

  • ontstoppingsmiddelen bevatten gevaarlijke stoffen, die bijtend zijn

  • verf en vernis bevatten organische oplosmiddelen die ontvlambaar
    of licht ontvlambaar zijn
    - kans op hersenletsel bij langdurig gebruik

  • white spirit (terpentine) ontvet de huid

  • afwasproducten voor afwasmachine kunnen irriterend zijn
    - kans op ernstig oogletsel

30

thema

C

8.2 Zuurstofpercentages

Zuurstofconcentraties en de mogelijke gevaren:

De normale zuurstofconcentratie in de lucht is: 21%.

De minimale zuurstofconcentratie waarbij nog gewerkt mag worden is: 19%.

Een te hoog zuurstofpercentage geeft kans op:

- brand

Een te laag zuurstofpercentage geeft kans op:

- sufheid

- bewusteloosheid

- dood door verstikking

31

thema

C

8.2 Te hoog zuurstofpercentage

Mogelijke oorzaken van een te hoog zuurstofpercentage:

lekkage zuurstoffles

lekkende slangen


Dit is te voorkomen door:

◦ slangbreukbeveiliging toe te passen

◦ geen zuurstofflessen in de (besloten) ruimte te plaatsen


32

thema

C

8.2 Te laag zuurstofpercentage

Mogelijke oorzaken van een te laag zuurstofpercentage:

aanwezigheid van luchtverdringende stoffen zoals: stikstof of inert gas

een gebrek aan ventilatie

producten die vrijkomen door:
- biologische reacties
- bacteriologische reacties


33

thema

C

8.2 Te laag zuurstofpercentage

Maatregelen bij een te laag zuurstofpercentage:

toepassen van onafhankelijke adembescherming

de ruimte mechanisch beluchten



34

thema

C

8.3 Lekken

Lekken van vloeistoffen:

  • is het langzaam wegdruppelen of wegsijpelen van vloeistoffen

    Lekkage kan ontstaan door:

  • slechte montage van flenzen

  • slecht onderhoud

  • foutieve procedure bij het overgieten

  • lekkende kranen of afdichtingen

  • beschadiging door een externe factoren
    zoals een zware storm of aanrijding

35

thema

C

8.3 Lekken

Gevolgen van lekkage:

  • het product verspreid zich in de (adem)lucht

  • brandgevaar

  • milieuverontreinigingsgevaar

  • uitglijgevaar



36

thema

C

8.3 Lekken

Maatregelen bij lekkage:

  • het direct melden van een beginnende lekkage

  • (herstel)werkzaamheden uitsluitend door opgeleid personeel



37

thema

C

8.3 Biologische stoffen

Biologische stoffen zijn:

  • gevaarlijke stoffen van biologische oorsprong
    - voorbeeld: mest

  • levende organismen
    - voorbeeld: bacteriën

38

thema

C

8.3 Biologische stoffen

Biologische stoffen kom je tegen bij verschillende
omstandigheden en plaatsen, zoals:

  • bij de afvalverwerking

  • in de gezondheidszorg

  • in de landbouw

  • in de voedingsindustrie

  • in de farmaceutische industrie

  • in de biotechnische industrie

  • bij contact met dieren

  • bij riolen

  • bij waterzuiveringsinstallaties

  • bij vervuilde grond






39

thema

C

8.3 Biologische stoffen

Gevolgen van blootstelling aan biologische stoffen:

  • beperkte luchtweg irritatie

  • infecties

  • allergieën

  • schimmels

  • parasieten

  • vergiftigingen





40

thema

C

8.3 Biologische stoffen

Preventieve maatregelen bij het werken met biologische stoffen:

  • persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s):
    oogbescherming bij gevaar voor spatten
    huidbescherming:
    - beschermende kleding
    - handschoenen
    - beschermende crème
    adembescherming

  • persoonlijke hygiëne:
    regelmatig handen wassen

  • inentingen




41

thema

C

42

8.4 Industriële gascilinders

43

Voorzorgsmaatregelen bij opslag van gascilinders:

  • cilinders moeten worden vastgezet

  • cilinders moeten in een aparte ruimte worden opgeslagen

  • er moet voldoende ventilatie aanwezig zijn

  • afgeschermd van zonnestralen en andere warmtestralingsbronnen

  • gescheiden opslag van cilinders met brandbare gassen met zuurstofflessen

  • cilinders moeten beschermd zijn tegen nadelige weersinvloeden

  • een batterij gascilinders mag niet op de werkplek staan

  • er zijn aangepaste blusmiddelen en water als koelmiddel (in de buurt aanwezig)

  • cilinders mogen niet opgeslagen worden bij kelders en putten
    (veel gassen zijn zwaarder dan lucht)



thema

C