Thema C H8
Beheersen van specifieke gevaren
2
thema
C
H8: Gevaarlijke stoffen
Thema C H8
Beheersen van specifieke gevaren
2
thema
C
H8: Gevaarlijke stoffen
8.1 Gevaarlijke stoffen (algemeen)
Gevaarlijke stoffen:
Zijn die stoffen die een gevaar een gevaar vormen voor de gezondheid
en/of omgeving.
Op de werkplek worden gevaarlijke stoffen ingedeeld conform de
GHS-richtlijn: Ruitvormige borden met rode rand en een zwart symbool
p een witte achtergrond.
Houd rekening met de gevaren die tijdens het vervoer kunnen optreden.
3
thema
C
8.1 Opname van gevaarlijke stoffen
Opname van gevaarlijke stoffen kan door:
De mond:
- alcohol, medicijnen, verontreinigde etenswaren
De huid
- oplos- en ontvettingsmiddelen
De ademhalingsorganen
- kleine stofdeeltjes, gas , rook, damp of nevel
Directe opname via de bloedbaan
- bij een open wond
4
thema
C
8.1 Hygiëne bij gevaarlijke stoffen
Houd je aan de volgende hygiënemaatregelen:
eet en drink in een speciale ruimte
maak je handen en gezicht regelmatig schoon
trek vuile werkkleding uit
gebruik de juiste PBM’s
5
thema
C
8.1 Maatregelen aan de bron
Bronmaatregelen; keuze uit:
Elimineren
Verwijderen of weglaten, door de gevaarlijke stof niet te gebruiken.
Vervangen
In de plaats van een gevaarlijke stof een minder gevaarlijke stof gebruiken.
Aanpassen
Door de vorm te veranderen; bijvoorbeeld door chloordamp te
vervangen met chloortabletten.
Een bronmaatregel (EVA) is het meest doeltreffend,
maar kan helaas niet altijd.
6
thema
C
8.1 Technische, collectieve en organisatorische maatregelen
Maatregelen ter voorkoming van blootstelling:
Afzuiging waarbij gevaarlijk damp, gas of stofdeeltjes moeten direct op de plaats waar de verontreiniging ontstaat afgezogen worden (bijvoorbeeld bij lassen)
Scheiding tussen mens en bron
waarbij er een fysieke scheiding tussen de mens en gevaarlijke stof
of chemische processen.(bijvoorbeeld: muur, gesloten reactorvaten
of zuurkast)
Ventilatie
Schone lucht wordt naar binnen geblazen worden en verontreinigde
lucht naar buiten
7
thema
C
8.1 Persoonlijke monitor
Persoonlijke monitor of detector:
bewaakt de blootstelling aan gevaarlijke stoffen
controleert of er voldoende zuurstof aanwezig is;
er moet minimaal 19% zuurstof in de lucht aanwezig zijn
(bij sommige bedrijven gelden nog strengere normen)
mag uitsluitend worden gebruikt door personen met
specifieke deskundigheid na instructie
8
thema
C
8.1 Monitoring en medisch onderzoek
9
Periodiek Medisch Onderzoek:
Als je met gevaarlijke stoffen werkt
aan de hand van blootstelling en je gezondheidstoestand
gaat een arts na of je geschikt bent en blijft.
meestal 1 keer per jaar, maar aantal onderzoeken per jaar
is afhankelijk van:
- de gevaarlijke stof
- de duur / het aantal malen van de blootstelling
thema
C
8.1 Etiket
Verplichte informatie op elk etiket van een gevaarlijke stof:
naam van het product
gevarenpictogram(men)
risico’s en gevaren (H-zinnen)
H staat voor Hazard (gevaar). H-zinnen vertellen wat er mis kan gaan.
Zoals: "Kan een allergische huidreactie veroorzaken"
preventieve maatregelen en veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen)
P staat voor Precautionary (voorzorg); P-zinnen geven bijvoorbeeld aan
hoe je veilig met de stof omgaat.
Zoals: "Verwijderd houden van warmte/vonken/open vuur”
leveranciersgegevens en invoerder
10
thema
C
8.1 Grenswaarde
De grenswaarde:
is de maximale concentratie van een gevaarlijke stof,
als tijdgewogen gemiddelde over een referentieperiode,
waarboven geen enkele werknemer blootgesteld mag worden.
De grenswaarde geldt:
voor normale en gezonde personen
bij normale werkdag en werkweek
bij normale werkomstandigheden
• bij normale fysieke inspanning
11
thema
C
8.1 Reukwaarneming
Waarneming met je neus is géén goede methode omdat:
geur een subjectieve en persoonsafhankelijke waarneming is
(wat de één lekker vind ruiken, vind een ander vies ruiken)
een geur gemaskeerd/overheerst kan worden door andere geuren
van niet gevaarlijke stoffen
sommige gevaarlijke stoffen zijn kleurloos en reukloos
je reukgrens (dus de grens waarbij je waar kan nemen)
kan boven de grenswaarde liggen !
12
thema
C
8.1 Explosief of ontplofbaar
Explosieve stoffen kunnen ontploffen door:
bepaalde temperatuur
contact met andere stoffen
brand/vlam (zoals een bij een sigaret en openvuur)
schokken (zoals bij een aardbeving of op rijdend voertuig)
wrijving (zoals bij een gekanteld voertuig)
Voorbeelden:
- munitie en TNT (hoog explosieve springstof), ether, benzine, waterstof
en acetyleen
13
thema
C
8.1 Zeer licht ontvlambaar, licht ontvlambaar
Zeer licht ontvlambare en licht ontvlambare stoffen:
kunnen door vonkje ontbranden
kunnen zelfs mij een normale omgevingstemperatuur
(21°C) ontbranden
Voorbeelden:
- benzine, witte fosfor, magnesium, zwavel, aceton en
terpentine (white spirit)
14
thema
C
8.1 Oxiderend
Oxiderende of brandbevorderende stoffen:
maken zuurstof vrij
reageren heftig met andere stoffen (warmteontwikkeling)
Voorbeelden:
- waterstofperoxide (= “zuurstofwater”), ozon en zuurstof
15
thema
C
8.1 Giftige stoffen
Zeer giftige en giftige stoffen:
kleine dosis kan al grote schade aanrichten
kan leiden tot ernstig letsel bij:
- inademen
- inslikken
- opname via de huid (aanraking)
Voorbeelden:
- zwavelwaterstof (H2S) ook wel rioolgas genoemd, kwik,
lood, koolmonoxide (CO), benzeen, tolueen en methanol (industrieel
alcohol)
16
thema
C
8.1 Schadelijk
Schadelijke stoffen:
leveren minder ernstig letsel op in vergelijking tot giftige stoffen
bij inademen, inslikken of opname via de huid
Voorbeelden:
- jodium, glycol, verf, lak en houtbeschermingsproducten
17
thema
C
8.1 Bijtend of corrosief
Bijtende of corrosieve stoffen:
• tasten bij direct contact: huid, ogen, longen en slimvliezen aan
Voorbeelden:
- zuren (accuzuur, zwavelzuur, zoutzuur), basen of logen (natronloog),
formaldehyde en fenol
18
thema
C
8.1 Irriterend
Irriterende stoffen:
• de inwerking is beperkter dan die van bijtende stoffen.
veroorzaken ontstekingen bij contact met
huid, ogen, longen en slijmvliezen
Voorbeelden:
- verdunde of zwakke zuren of basen,
verschillende solventen (oplosmiddelen) en polyester mastic
19
thema
C
8.1 Milieugevaarlijk
Milieugevaarlijke stoffen:
• zijn gevaarlijk voor het milieu en levende organismen zoals:
mensen, dieren en planten
Voorbeelden:
- CFK’s (drijfgassen die zorgen voor de druk in een spuitbus) en
sommige pesticiden
20
thema
C
8.1 Gezondheidsgevaarlijk op lange termijn
Twee typen gezondheidsgevaarlijke stoffen zijn:
carcinogene stoffen; kunnen (op lange termijn) tot kanker leiden
Voorbeelden:
- asbest, benzeen, vinylchloride en dieselrook
mutagene stoffen; veranderen direct de erfelijke eigenschappen
Voorbeelden:
- reprotoxische stoffen (voortplantingsgiftige stoffen)
21
thema
C
8.1 Gassen onder druk
Gassen onder druk:
• zijn samengeperste gassen en vloeibaar gemaakte gassen
hoge temperaturen kunnen leiden tot brand of explosie.
Voorbeelden:
- industriële gascilinders
- spuitbussen
22
thema
C
8.1 Specifiek gevaarlijke stoffen
Specifiek gevaarlijke stoffen brengen een specifiek risico met zich mee.
Voorbeelden:
- asbest
- cement
- koolmonoxide
- zware metalen
- organische oplosmiddelen
- cyclische verbindingen
- huishoudmiddelen
23
thema
C
8.2 Specifiek gevaarlijke stof
Asbest:
wanneer het vermoeden bestaat dat er sprake is van asbest,
dan moet niet met het werk worden aangevangen of alsnog
onmiddellijk worden stilgelegd.
ook de operationeel leidinggevende en opdrachtgever moeten
gewaarschuwd worden
de opdrachtgever laat door een onafhankelijk laboratorium een monster
nemen om vast te stellen of het om asbest gaat
als (uit bemonstering) blijkt dat het om asbest gaat moet het
overeenkomstig de wettelijke voorschriften worden verwijderd
24
thema
C
8.2 specifiek gevaarlijke stof
Cement:
kan irritatie van de ademhalingswegen en de huis veroorzaken
vormt een gevaar voor oogletsel
in natte toestand is er kans op (chemische) brandwonden
bij langdurig contact
25
thema
C
8.2 Specifiek gevaarlijke stof
Koolmonoxide:
is een zeer giftig gas
verdringt de zuurstof in het bloed
zorgt voor explosiegevaar
26
thema
C
8.2 Specifiek gevaarlijke stof
Zware metalen:
zijn zeer giftig
Voorbeelden:
- lood, kwik en zink
27
thema
C
8.2 Specifiek gevaarlijke stof
Organische oplosmiddelen:
zijn vaak van aardolie gemaakt
kunnen door inademing op korte termijn hoofdpijn veroorzaken
kunnen door inademing op lange termijn hersenletsel veroorzaken
zijn soms licht ontvlambaar
kunnen de huid ontvetten
Voorbeelden:
- aceton en terpentine
28
thema
C
8.2 Specifiek gevaarlijke stof
Cyclische verbindingen:
bevatten een koolstofketen in ringvorm
Voorbeelden:
- tolueen, xyleen, benzeen (is kankerverwekkend) en fenol
29
thema
C
8.2 Specifiek gevaarlijke stof
Huishoudmiddelen:
zijn middelen die ook thuis worden gebruikt
ontstoppingsmiddelen bevatten gevaarlijke stoffen, die bijtend zijn
verf en vernis bevatten organische oplosmiddelen die ontvlambaar
of licht ontvlambaar zijn
- kans op hersenletsel bij langdurig gebruik
white spirit (terpentine) ontvet de huid
afwasproducten voor afwasmachine kunnen irriterend zijn
- kans op ernstig oogletsel
30
thema
C
8.2 Zuurstofpercentages
Zuurstofconcentraties en de mogelijke gevaren:
• De normale zuurstofconcentratie in de lucht is: 21%.
• De minimale zuurstofconcentratie waarbij nog gewerkt mag worden is: 19%.
• Een te hoog zuurstofpercentage geeft kans op:
- brand
• Een te laag zuurstofpercentage geeft kans op:
- sufheid
- bewusteloosheid
- dood door verstikking
31
thema
C
8.2 Te hoog zuurstofpercentage
Mogelijke oorzaken van een te hoog zuurstofpercentage:
• lekkage zuurstoffles
• lekkende slangen
Dit is te voorkomen door:
◦ slangbreukbeveiliging toe te passen
◦ geen zuurstofflessen in de (besloten) ruimte te plaatsen
32
thema
C
8.2 Te laag zuurstofpercentage
Mogelijke oorzaken van een te laag zuurstofpercentage:
• aanwezigheid van luchtverdringende stoffen zoals: stikstof of inert gas
• een gebrek aan ventilatie
• producten die vrijkomen door:
- biologische reacties
- bacteriologische reacties
33
thema
C
8.2 Te laag zuurstofpercentage
Maatregelen bij een te laag zuurstofpercentage:
• toepassen van onafhankelijke adembescherming
• de ruimte mechanisch beluchten
34
thema
C
8.3 Lekken
Lekken van vloeistoffen:
is het langzaam wegdruppelen of wegsijpelen van vloeistoffen
Lekkage kan ontstaan door:
slechte montage van flenzen
slecht onderhoud
foutieve procedure bij het overgieten
lekkende kranen of afdichtingen
beschadiging door een externe factoren
zoals een zware storm of aanrijding
35
thema
C
8.3 Lekken
Gevolgen van lekkage:
het product verspreid zich in de (adem)lucht
brandgevaar
milieuverontreinigingsgevaar
uitglijgevaar
36
thema
C
8.3 Lekken
Maatregelen bij lekkage:
het direct melden van een beginnende lekkage
(herstel)werkzaamheden uitsluitend door opgeleid personeel
37
thema
C
8.3 Biologische stoffen
Biologische stoffen zijn:
gevaarlijke stoffen van biologische oorsprong
- voorbeeld: mest
levende organismen
- voorbeeld: bacteriën
38
thema
C
8.3 Biologische stoffen
Biologische stoffen kom je tegen bij verschillende
omstandigheden en plaatsen, zoals:
bij de afvalverwerking
in de gezondheidszorg
in de landbouw
in de voedingsindustrie
in de farmaceutische industrie
in de biotechnische industrie
bij contact met dieren
bij riolen
bij waterzuiveringsinstallaties
bij vervuilde grond
39
thema
C
8.3 Biologische stoffen
Gevolgen van blootstelling aan biologische stoffen:
beperkte luchtweg irritatie
infecties
allergieën
schimmels
parasieten
vergiftigingen
40
thema
C
8.3 Biologische stoffen
Preventieve maatregelen bij het werken met biologische stoffen:
persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s):
◦ oogbescherming bij gevaar voor spatten
◦ huidbescherming:
- beschermende kleding
- handschoenen
- beschermende crème
◦ adembescherming
persoonlijke hygiëne:
◦ regelmatig handen wassen
inentingen
41
thema
C
42
8.4 Industriële gascilinders
43
Voorzorgsmaatregelen bij opslag van gascilinders:
cilinders moeten worden vastgezet
cilinders moeten in een aparte ruimte worden opgeslagen
er moet voldoende ventilatie aanwezig zijn
afgeschermd van zonnestralen en andere warmtestralingsbronnen
gescheiden opslag van cilinders met brandbare gassen met zuurstofflessen
cilinders moeten beschermd zijn tegen nadelige weersinvloeden
een batterij gascilinders mag niet op de werkplek staan
er zijn aangepaste blusmiddelen en water als koelmiddel (in de buurt aanwezig)
cilinders mogen niet opgeslagen worden bij kelders en putten
(veel gassen zijn zwaarder dan lucht)
thema
C