Hoofdstuk 3 Straling

Hoofdstuk 3
Straling

Pak spullen voor aantekeningen op tafel!
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nask / TechniekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 38 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3
Straling

Pak spullen voor aantekeningen op tafel!

Slide 1 - Tekstslide

Paragraaf 3.2
Straling en besmetting

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen:
Aan het eind van deze paragraaf kan ik:
  • uitleggen hoe tumoren behandeld kunnen worden met radiotherapie;
  • uitleggen welke soorten straling gevaarlijk kunnen zijn;
  • uitleggen hoe een röntgenfoto en een CT-scan gemaakt worden;
  • uitleggen wat het verschil is tussen bestraling en besmetting;
  • rekenen met millisievert en microsievert.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Bestralen
Tumoren = snel delende cellen

Bestraling beschadigt tumorcellen

Tumorcellen stoppen met delen of gaan dood

Gezonde cellen kunnen soms ook schade oplopen, straling kan dus genezen én kanker veroorzaken

Slide 5 - Tekstslide

Soorten straling
Onschadelijk: radiogolven, microgolven, infrarood, licht

Schadelijk: uv, röntgen, gamma

Gammastraling is het meest schadelijk

Slide 6 - Tekstslide

CT en Röntgen
Röntgenfoto:
  • straling gaat door zacht weefsel
  • botten houden straling tegen

CT-scan:
  • veel röntgenfoto’s
  • 3D-beeld
  • meer straling dan één foto

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Radioactieve stoffen
Sommige stoffen zenden zelf straling uit

Kunnen gamma- en deeltjesstraling uitzenden

Worden soms gebruikt om tumoren te bestrijden

Slide 9 - Tekstslide

Bestraling en besmetting
Bestraling:
Straling van buitenaf
Geen radioactieve stof in het lichaam

Besmetting:
Radioactieve stof in of op het lichaam
Langdurige bestraling van binnenuit

Slide 10 - Tekstslide

Achtergrondstraling
Straling komt ook in de natuur voor en is dus altijd aanwezig

Komt uit bodem, lucht, gebouwen en lichaam

Ook kosmische straling uit de ruimte

Slide 11 - Tekstslide

Stralingsdosis
Totale hoeveelheid = stralingsbelasting

Eenheid: sievert (Sv)

1 Sv → ziek
10 Sv → dodelijk

Slide 12 - Tekstslide

Stralingsdosis
Stralingsdosissen kunnen zeer klein zijn daarom gebruiken we milli en micro.

millisievert (mSv) = 0,001 Sv
microsievert (μSv) = 0,000001 Sv

1000 μSv = 1 mSv
1000 mSv = 1 Sv

Jaarlijks krijgt een Nederlander ± 3 mSv

Slide 13 - Tekstslide

Veiligheid
Elke hoeveelheid straling vergroot kankerkans kom daarom met zo min mogelijk straling in aanraking.

Straling wordt aangegeven met de bekende gele gevaren driehoek!

Maximaal 20 mSv per jaar (NL)

Slide 14 - Tekstslide

Huiswerk
Lees en maak:
Paragraaf 3.2 Blok C en D

Slide 15 - Tekstslide

Paragraaf 3.3
Radioactiviteit en straling


Slide 16 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het eind van deze paragraaf kan ik:

  • uitleggen wat isotopen zijn, en hoeveel protonen en neutronen er in de kern zitten;
  • uitleggen waardoor atoomkernen vervallen, en dat er dan een andere atoomsoort ontstaat;
  • uitleggen welke soorten straling bij radioactief verval kunnen worden uitgezonden;
  • uitleggen dat instabiele atoomkernen een korte halveringstijd hebben;
  • rekenen met activiteit en halveringstijd.

Slide 17 - Tekstslide

Atoom
Kern + elektronen

Kern: proton: +
neutron: 0

Protonen bepalen de atoomsoort

Slide 18 - Tekstslide

Instabiele atoomkernen
Sommige kernen zijn niet stabiel

Deze kernen zenden straling uit en de kern verandert

Dit heet radioactief verval

Wanneer een kern vervalt kan je niet voorspellen.

Slide 19 - Tekstslide

Soorten kernstraling
Alfastraling (α)
  • 2 protonen + 2 neutronen

Bètastraling (β)
  • Eén elektron

Gammastraling (γ)
  • Elektromagnetische straling

Slide 20 - Tekstslide

Isotopen
Atomen met dezelfde  hoeveelheid protonen
maar andere hoeveelheid neutronen

Voorbeeld: C-12, C-13, C-14
C-14 → radioactief

Slide 21 - Tekstslide

Activitiet
Activiteit = aantal vervallen kernen per seconde

Eenheid: becquerel (Bq)

Hoge Bq = veel straling

Slide 22 - Tekstslide

Halveringstijd
Halveringstijd = de tijd waarin de helft van de kernen vervalt

Na elke halveringstijd blijft 50% over.

Activiteit halveert net zo snel.

Slide 23 - Tekstslide

Halveringstijd
Bijvoorbeeld:
jodium-131 → 8 dagen
koolstof-14 → 5 730 jaar
uranium-238 → 4,5 miljard jaar

Elke isotoop heeft zijn eigen halveringstijd.

Slide 24 - Tekstslide

Koolstof-14 datering
Koolstof-14 zit in alle levende organismen
Na de dood: geen opname meer

Hoeveelheid C-14 neemt af

Geschikt voor:
500 tot 60 000 jaar oud

Slide 25 - Tekstslide

Ötzi
Gevonden in 1991 in de Alpen

Gedateerd met koolstof-14

Leefde ongeveer 5 300 jaar geleden

Bewijs voor vroege koperen werktuigen

Slide 26 - Tekstslide

Huiswerk
Lees en maak:
Paragraaf 3.3 Blok C en D

Slide 27 - Tekstslide

Paragraaf 3.4

Gaat straling overal doorheen?

Slide 28 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het eind van deze paragraaf kan ik:

  • uitleggen hoe alfa- en bètadeeltjes worden afgeremd in een stof.
  • uitleggen hoe gamma- en röntgenstraling geabsorbeerd worden;
  • uitleggen dat de halveringsdikte bij zacht weefsel groter is dan bij botten;
  • bij een doorlaatkromme de halveringsdikte aflezen;
  • rekenen met intensiteit en halveringsdikte.

Slide 29 - Tekstslide

Indringdiepte
Indringdiepte = hoe ver straling een stof binnendringt.

Is afhankelijk van soort straling en soort stof.

Alfa: zeer kleine indringdiepte.
Bèta: grotere indringdiepte dan alfa.

Slide 30 - Tekstslide

Hoe komt dit?
Deeltjes botsen met atomen in de stof en bij elke botsing verliezen ze energie.

Alfadeeltjes zijn groter en zwaarder -> meer botsingen -> komen sneller stilstand.

In vaste stoffen meer botsingen dan in lucht.

Slide 31 - Tekstslide

Indringdiepte







Hogere snelheid → grotere indringdiepte.

Slide 32 - Tekstslide

Gammastraling
Gammastraling -> geen massa -> niet af te remmen

Wordt geabsorbeerd door atomen.

Halveringsdikte (d1/2): dikte hoeveelheid materiaal die 50% van de straling tegenhoudt.

Slide 33 - Tekstslide

Röntgenstraling
Werkt hetzelfde als gammastraling.
Maar minder energie → kleinere halveringsdikte.

bot: houdt meer straling tegen
weefsel: laat straling door

Halveringsdikte bot < halveringsdikte weefsel.

Slide 34 - Tekstslide

Rekenen met halveringsdikte
Elke halveringsdikte halveert de straling.
Overzicht:
1 laagje → 50%
2 laagjes → 25%
3 laagjes → 12,5%

Voorbeeld:
6 cm beton (2 × 3 cm) → 25%.

Slide 35 - Tekstslide

d1/2 in een grafiek
x-as: dikte materiaal.

y-as: doorgelaten straling.

Waar de straling halveert → halveringsdikte.

Slide 36 - Tekstslide

Toepassing:
Diktemeting:
papier/plastic → bèta;
aluminium → gamma.

Steriliseren:
voedsel
medische instrumenten


tumor krijgt hoogste dosis.

Slide 37 - Tekstslide

Huiswerk
Lees en maak:
Paragraaf 3.4 blok C en D

Slide 38 - Tekstslide