Lesbrief 1, hoofdstuk 5
Learning objective
Lesbrief 1, hoofdstuk 5
Learning objective
Waar hebben we het vorige les over gehad?
BTW
BTW
BTW = Belasting toegevoegde waarde
Op elke product/dienst wat je koopt betaald extra belasting, dit geld gaat naar de overheid.
21% = op alles
9% = op diensten, eten en drinken, lezen, post
0% = zonnepanelen en medicijnen
Na deze les kan je:
Afronden
Rekenen met procenten
Slide titel
Slide tekst
afronden
filmpje afronden vanaf 1.12
Opdracht: Rond af op hele getallen
4,6 = ______
9,2 = ______
15,8 = ______
3,5 = ______
7,49 = ______
12,51 = ______
0,9 = ______
18,1 = ______
m
s
Filmpje afronden
vanaf 4:30
Opdracht: rond af op 2 decimalen
4,678 = ______
9,2343566= ______
15,899 = ______
3,5054 = ______
7,491 = ______
12,51723= ______
0,956 = ______
18,123 = ______
Rekenen met Procenten
De prijs van de rekenmachine is 4 dollar. Er komt 21% btw bij.
a. hoeveel belasting moet je dan betalen?
b. Hoeveel kost de rekenmachine in de winkel?
Rekenen Procenten
De prijs van de rekenmachine is 4 dollar. Er komt 21% btw bij.
a. hoeveel belasting moet je dan betalen?
21 : 100 x 4 = $0,84
b. Hoeveel kost de rekenmachine in de winkel?
$4 + $0,84 = $4,84
Rekenen met verhoudingstabel
Slide tekst
Rekenen met verhoudingstabel
Slide tekst
Nu word het moeilijk! We gaan dit nog heel veel oefenen
De prijs van de rekenmachine is inclusief (met) BTW $4.84. Hoeveel belasting moet je betalen?
a. is $4,84: 100% of 121%?
b. Hoe bereken je dan de BTW?
Rekenen met verhoudingstabel
Slide tekst
Slide titel
Slide tekst