In deze les zitten 33 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.
Onderdelen in deze les
Verpleegtechnische vaardigheden
module 9 Les 4 medicijnen en injecteren
Slide 1 - Tekstslide
korte herhaling vorige lessen en huiswerkopdracht uitwerken begrippen
Pak een wisbordje erbij
Slide 2 - Tekstslide
Kies uit parenteraal/ enteraal
oogdruppels toedienen= een vorm van .....toediening
medicatie via poederinhalator= een vorm van... toediening
een dragee toedienen= een vorm van...toediening
een klysma toedienen= een vorm van ... toediening
Slide 3 - Tekstslide
Kies uit parenteraal/ enteraal
oogdruppels toedienen= een vorm van ...P..toediening
medicatie via poederinhalator= een vorm van..P. toediening
een dragee toedienen= een vorm van..E.toediening
een klysma toedienen= een vorm van ...E toediening
Slide 4 - Tekstslide
Wat zijn cytostatica
Slide 5 - Tekstslide
cytostatica
cytostatica zijn medicijnen die de groei remmen van snelgroeiende, kwaadaardige cellen. Zij remmen de groei van zowel tumorcellen als ook gezonde snelgroeiende cellen. Hierdoor treedt o.a. haarverlies op
Slide 6 - Tekstslide
Leg uit aan je buurman/buurvrouw
Wisbordjes mogen aan de kant
Slide 7 - Tekstslide
Leg uit wat interactie is
Slide 8 - Tekstslide
interactie is
de zorgvrager krijgt verschillende medicijnen die elkaars werking beïnvloeden
er kan ook interactie met bepaalde voedingsmiddelen zijn
Slide 9 - Tekstslide
Leg uit wat gewenning is
Slide 10 - Tekstslide
gewenning is
de zorgvrager heeft steeds een hogere dosering nodig om hetzelfde effect te bereiken
Slide 11 - Tekstslide
verslaving is
Slide 12 - Tekstslide
Leg uit wat verslaving is
een gewenning kan leiden tot een verslaving. een zorgvrager is dan geestelijk en /of lichamelijk afhankelijk van het medicijn
Slide 13 - Tekstslide
Leg uit wat cummmulatie is
Slide 14 - Tekstslide
cummmulatie is
ophoping van medicijnen in het lichaam
Slide 15 - Tekstslide
Leg uit wat resistentie is
Slide 16 - Tekstslide
resistentie is
een zorgvrager heeft een ongevoeligheid opgebouwd tegen een bepaald medicijn. het medicijn werkt dan dus niet meer.
kan optreden bij veelvuldig gebruik van hetzelfde anti-biotica tegen micro-organismen. is wereldwijd een 'probleem'
Slide 17 - Tekstslide
Leg uit wat een allergische reaktie is
Slide 18 - Tekstslide
allergische reaktie is
een abnormale reactie van de zorgvrager op een medicijn. Bijvoorbeeld verandering i de hartslag, jeuk etc
Slide 19 - Tekstslide
Op naar een nieuw onderwerp!!
Slide 20 - Tekstslide
Subcutaan injecteren
Slide 21 - Tekstslide
Leerdoelen van de les
De student ;
kan het verschil benoemen tussen subcutaan en intramusculair injecteren
kan vertellen welke injectie technieken er zijn voor sc injecteren
kan uitleggen wat een voorbehouden handeling is
kan uitleggen hoe je moet handelen bij het maken van een medicatiefout
gaat uitwerken waarom( indicaties) je medicatie subcutaan injecteert en waarom je intramusculair injecteert
Slide 22 - Tekstslide
Is injecteren een risicovolle of een voorbehouden handeling?
A
Risicovol
B
Voorbehouden
C
geen van beide
Slide 23 - Quizvraag
Voorbehouden handeling
Veel handelingen zijn risicovol.
Een aantal zijn voorbehouden.
Niet elke risicovolle handeling is dus voorbehouden.
Injecteren is een voorbehouden handeling. Deze staan in de wet BIG
Slide 24 - Tekstslide
Waarom parenterale toediening?
het maag-darmstelsel werkt niet goed ( bv bij hevig braken)
het medicijn wordt afgebroken in het maag-darmstelsel b.v. insuline
het medicijn moet snel in de bloedbaan komen
Slide 25 - Tekstslide
Subcutaan = S.C.
Medicijnen worden geïnjecteerd in het onderhuids weefsel
sub= onder
cutis= huid
Medicijnen die langzaam moeten worden opgenomen, worden zo toegediend. B.v. insuline
Slide 26 - Tekstslide
Waarom subcutaan = indicaties
medicijnen worden langzaam opgenomen; bijvoorbeeld insuline
Kijk in je theorieboek en vul de indicaties het 2e lesuur aan= huiswerkopdracht
Slide 27 - Tekstslide
Injectie technieken sc
Loodrecht met huidplooi
45 graden techniek
loodrecht zonder huidplooi ( kant en klare spuit)
Slide 28 - Tekstslide
Intramusculair = i.m.
Medicijnen worden geïnjecteerd in een spier
intra= in/binnen
musculus= spier
Onze spieren zijn goed doorbloed- snelle opname van het medicijn
Slide 29 - Tekstslide
Waarom intramusculair = indicaties
bijvoorbeeld: .... ?
Slide 30 - Tekstslide
Waarom intramusculair = indicaties
Zie dia parenterale toediening
Kijk in je theorieboek en vul de indicaties het 2e lesuur aan bij de huiswerkopdracht
Slide 31 - Tekstslide
Huiswerk
werk in je schrift uit de indicaties voor een IM injectie en de indicaties voor een SC injectie