Rekenen met negatieve getallen
Rekenen met negatieve getallen
HERHALING!
2 + 3 = 5 ==> 2 en 3 noemen we de termen en 5 is de som.
8 - 6 = 2 ==> 8 en 6 noemen we ook de termen, maar specifiek is 8 het aftrektal, 6 de aftrekker en noemen 2 het verschil.
7 x 5 = 35 ==> 7 en 5 noemen we de factoren en 35 is het product.
27 : 9 = 3 ==> 27 en 9 noemen we ook de factoren, maar specifiek is 27 het deeltal, 9 de deler en noemen 3 het quotiënt.
-3
2
-7
-5
-12 + 8 =
-20
-4
20
4
-14 - 8 =
-22
-6
22
6
18-30 =
-48
12
48
-12
-15 - (-3) =
-15 - 3 = -18
-15 + 3 = -18
-15 - 3 = -12
-15 + 3 = -12
8 + (-15) =
8 - 15 = -23
8 + 15 = 23
8 - 15 = -7
8 - 15 = 7
Invuloefening
-2 + (-6 ) = -2 - 6 = -8
-2 - (-6) = -2 + 6 = 4
2 + (+6) = 2 + 6 = 8
2 + (-6) = 2 - 6 = -4
2 - (-6) = 2 + 6 = 8
-2 + (+6) = -2 + 6 = 4
-2 - (+6) = - 2 - 6 = -8