Hoofdstuk 14 Paragraaf 3 Aandrijven en tegenwerken

Huiswerk bespreken


Opdracht 1 t/m 13 van bladzijde 159-166 
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo lwoo, bLeerjaar 4

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Huiswerk bespreken


Opdracht 1 t/m 13 van bladzijde 159-166 

Slide 1 - Tekstslide

Paragraaf 3 Aandrijven en tegenwerken

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen Hoofdstuk 14 paragraaf 2


14.3.1 Je kunt aandrijfkrachten en tegenwerkende krachten op een bewegend voorwerp onderscheiden.
14.3.2 Je kunt de nettokracht samenstellen van krachten die langs een lijn werken.
14.3.3 Je kunt de soort beweging van een voorwerp beredeneren aan de hand van de nettokracht die op dat voorwerp werkt.
14.3.4 Je kunt het begrip traagheid beschrijven.

Slide 3 - Tekstslide

Aandrijfkrachten
Voertuigen kunnen bewegen door kracht.

Deze kracht wordt aandrijfkracht of stuwkracht genoemd. 

Een auto rijdt op de kracht van een motor.
Dit is dus aandrijfkracht.

Een fiets gaat vooruit door de spierkracht op de trappers. 
Dit is dus stuwkracht.

Slide 4 - Tekstslide

Tegenwerkende krachten
Een tegenwerkende kracht werkt tegen de rijrichting in.

Er kunnen verschillende tegenwerkende krachten werken op een voertuig:
• remkracht
• luchtwrijving
• rolwrijving

Slide 5 - Tekstslide

wat doet de wielrenner om tegenwerkende krachten te voorkomen?

Slide 6 - Tekstslide

Nettokracht

De nettokracht is de som van alle krachten bij elkaar. 

krachten die in het verlengde staan van elkaar tel je bij elkaar op en krachten die tegengestelde richting staan trek je van elkaar af.

Slide 7 - Tekstslide

Stap 1 : bepaal de positieve kant en negatieve kant
Stap 1 : bepaal de positieve kant en negatieve kant

Slide 8 - Tekstslide

Stap 2: verzamel gegevens

+ = 50N
- = 20 N
Stap 2: verzamel gegevens

- = 50N
+ = 20 N

Slide 9 - Tekstslide

Stap 3: maak een som, begin altijd met het positieve getal (+)
+ = 50N
- = 20 N

50-20= 30 N
Stap 3: maak een som, begin altijd met het positieve getal (+)
- = 50N
+ = 20 N

20-50 = -30N

Slide 10 - Tekstslide

Stap 4: trek conclusie
50-20= 30 N

Nettokracht is 30N dus ze gaat naar achteren.

Stap 4: trek conclusie
20-50 = -30N

Nettokracht is -30N dus ze gaat naar achteren.
Positief getal als uitkomst gaat naar positief.

Negatief getal als uitkomst gaat naar negatief.

Je hebt dit bepaalt bij stap 1

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Huiswerk maken


Opdracht 1 t/m 14 van bladzijde 171-176

Slide 14 - Tekstslide