5.3 Brandstof en milieu

Hst 5.3

Brandstof
en milieu

1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hst 5.3

Brandstof
en milieu

Slide 1 - Tekstslide

indeling les
  • opstarten
  • korte uitleg
  • werken aan opdrachten

Slide 2 - Tekstslide

lesdoelen
  • je leert het verschil tussen het broeikaseffect en het versterkte broeikaseffect
  • je leert welke fossiel brandstoffen gebruikt worden om te verwarmen
  • je leert welke gevolgen er zijn voor het milieu door broeikaseffect

Slide 3 - Tekstslide

Versterkt broeikaseffect

Aardolie, aardgas en steenkool zijn brandstoffen die uit de bodem worden gehaald. Die zijn ontstaanuit planten en dieren resten. Ze heten fossiele brandstoffen.


Als je een fossiele brandstof volledig verbrandt, ontstaat er koolstofidoxide en waterdamp.

Slide 4 - Tekstslide

Fossiele brandstoffen
- Aardgas
- Aardolie
- Steenkool

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Het broeikaseffect

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Geef de betekenis van het broeikaseffect?
A
Het verbouwen van planten in kassen.
B
Gaslaag in de atmosfeer die ons beschermt tegen zonnestraling.
C
Het vasthouden van koude lucht door koolzuurgas.
D
Het vasthouden van warme lucht door gassen in de dampkring

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Video

Wat kan deze fabriek doen om het versterkt broeikaseffect tegen te gaan
A
Geen koolzuurgas in de atmosfeer brengen.
B
Geen fossiele brandstoffen meer gebruiken.
C
De fabrieken laten stoppen.
D
In warmere gebieden vestigen.

Slide 11 - Quizvraag

Hoe warm zou het zijn als er geen broeikaseffect was?
A
-8 C
B
-18 C
C
2 C
D
-12 C

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Video

het broeikaseffect wordt veroorzaakt door
A
koolstofdioxide
B
zwaveldioxide
C
stikstofoxiden
D
drijfgassen/raketbrandstof

Slide 14 - Quizvraag

Wat gebeurt er met de temperatuur als het versterkte broeikaseffect door gaat?
A
gaat naar beneden
B
gaat omhoog

Slide 15 - Quizvraag

Hoe kun je ervoor zorgen dat je het broeikaseffect minder sterk maakt?
A
Fietsen, in plaats van de auto pakken.
B
Windturbines gebruiken.
C
Meer gebruik maken van zonnepanelen.
D
Zuiniger omgaan met energie.

Slide 16 - Quizvraag

Zonder het broeikaseffect zou er geen leven
op aarde mogelijk zijn.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quizvraag

Welk gas veroorzaakt het versterkte broeikaseffect?
A
zuurstof
B
koolstofdioxide ( CO2)
C
stikstof
D
biogassen

Slide 18 - Quizvraag

Gevolgen milieuschade
  • aantasten gezondheid (fijnstof)
  • ander, extremer klimaat
  • stijging zeespiegel
  • opwarming aarde
  • uitsterven planten-en diersoorten
  • schaarste grondstoffen en energie
  • minder natuur- en stiltegebieden

Slide 19 - Tekstslide

Aardgas

Aardgas is nog steeds 1 van de meest gebruikte manieren om huizen te verwarmen.


De brandbare stof in aardgas is methaan.


Methaan is geurloos, om lekken te ontdekken wordt er een geurstof aan toegevoegd.

Slide 20 - Tekstslide

Nederland

Aardgas grootste leverancier


Slide 21 - Tekstslide

Thermische verontreiniging: opwarmen van het oppervlakte water. Warm water kan minder O2 bevatten, hierdoor krijgen vissen en andere waterdieren te weinig zuurstof.

Slide 22 - Tekstslide

luchtvervuiling

Door de verbranding van fossiele brandstoffen krijg je uitstoot van zwaveldioxide en stikstofoxiden.


Hierdoor ontstaat er zwavelzuur en saltpeterzuur door contact met waterdamp en zuurstof. Het gevolg is zure regen.


Regen even zuur als azijn...

Slide 23 - Tekstslide

lesdoelen gehaald?
  • je kent het verschil tussen het broeikaseffect en het versterkte broeikaseffect
  • je weet welke fossiel brandstoffen gebruikt worden om te verwarmen
  • je weet welke gevolgen er zijn voor het milieu door broeikaseffect

Slide 24 - Tekstslide

morgen
SO hst 5.1 en 5.2
uitleg verschil tussen zonnenpanelen en zonnecollectors

Slide 25 - Tekstslide

huiswerk
lees blz 116 en 117 in je boek
maak opgave 1 t/m 18

Slide 26 - Tekstslide

indeling les
  • opstarten
  • SO hst 5.1 en 5.2
  • korte uitleg rest hst 5.3
  • werken aan opdrachten

Slide 27 - Tekstslide

lesdoelen
  • je leert het verschil tussen zonnecollectoren en zonnepanelen
  • je leert het verschil tussen geothermische energie en bodemwarmte

Slide 28 - Tekstslide

Zonnepaneel
Een zonnepaneel bestaat uit vele zonnecellen

stralingsenergie -> elektrische energie

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Zonnecollector

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Slide 33 - Video

Verschil aardwarmte en bodemwarmte
Aardwarmte ontstaat in de kern van de aarde. 

Bodemwarmte is afkomstig van de zon.

Slide 34 - Tekstslide

Bodemwarmte
 halen we tot 100 meter diepte uit de bodem, en wordt gebruikt voor verwarming van woningen, gebouwen en bijvoorbeeld kassen.

Het water in de aardbodem op 20 tot 300 meter diepte is geschikt voor warmte-uitwisseling: we kunnen het oppompen, vervolgens warmte erin stoppen (in de zomer) of eruit halen (in de winter) en dan weer terugpompen. Ook dit heet bodemwarmte.

Slide 35 - Tekstslide

Aardwarmte
 Aardwarmte of  geothermische energie is de energie die zich bevindt in de diep in de aarde gelegen warmtebronnen (vanaf 500 meter).

De energie kan worden gewonnen door gebruik te maken van het temperatuurverschil tussen de aardoppervlakte en diep in de aarde gelegen warmte.
 IJsland gebruikt deze voor verwarming.

Slide 36 - Tekstslide

Aan de slag !
Maak de rest van d opgaven van 5.3 brandstof en milieu

Slide 37 - Tekstslide