Vraag aan de leerlingen: Wat zou het doel geweest kunnen zijn van de foto’s uit het archief van Hilversum? Wat zouden de gevolgen kunnen zijn van gemanipuleerde foto’s in de geschiedenis en van gemanipuleerde foto’s die
nu worden verspreid? Hoeveel mensen zouden deze foto’s uit het archief gezien hebben? En maakt dat wat uit?
Digitale informatie neemt toe doordat iedereen informatie kan publiceren.
Maar ook doordat digitale informatie vele malen sneller gekopieerd,
gemanipuleerd en verspreid kan worden. Het is belangrijk om je dan bewust
te zijn van het feit dat je een stapje verder moet nadenken over wat je ziet,
leest en hoort. Vraag de leerlingen welke vragen ze zichzelf zouden kunnen
stellen om de betrouwbaarheid van een beeld of tekst te kunnen inschatten.
Voorbeelden zouden kunnen zijn: Wie heeft dit gemaakt? Wat wilde diegene
daarmee bereiken?
Leg uit dat de foto’s uit Hilversum een vorm van geschiedvervalsing zijn.
Wat betreft de foto’s uit Hilversum kan niemand nog navertellen dat het
een reconstructie was, maar iedereen die de foto’s nu ziet denkt in eerste
instantie dat het echt gebeurd is! Zo is de geschiedenis vervalst. Verhalen
en beelden kloppen niet. Kunnen we dan wel weten wat er echt gebeurd is
en wat niet?