Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 8
Geluid
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NaSkVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 10 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 8
Geluid

Slide 1 - Tekstslide

8.1 Geluid maken

Slide 2 - Tekstslide

Geluidsbronnen
Alles wat geluid maakt, noem je een geluidsbron

Slide 3 - Tekstslide

Je stem als geluidsbron (1)
Met je mond kun je geluid maken. (zeg je de letter ssss, dan blaas je lucht langs je tong, ffff, dan blaas je lucht langs je lipppen)

Voor de andere geluiden 
heb je je stembanden nodig.

Slide 4 - Tekstslide

Je stem als geluidsbron (2)
Stembanden gaan heel snel open en dicht als je geluid maakt. 
Het zijn je stembanden die trillen.

Dat komt doordat je lucht langs je stembanden uitademt.

Slide 5 - Tekstslide

Andere geluidsbronnen
Ook andere gelduisbronnen maken geluid door trillingen.


Slide 6 - Tekstslide

De stemvork
Bij muzieklessen gebruikt de leraar soms een stemvork. Een stemvork geeft altijd dezelfde toon.

Als een stemvork op een klankkast 
staat wordt het geluid harder.

Slide 7 - Tekstslide

Om te onthouden

Slide 8 - Tekstslide

8.2 Geluid horen

Slide 9 - Tekstslide

Tussenstof
Trillingen verplaatsen zich door de lucht. De lucht is de tussenstof waar het geluid zich door verplaatst.

Geluid horen
- geluidsbron
- tussenstof (meestal lucht)
- je oren

Slide 10 - Tekstslide

Binnenkant van je oor
In je oor zit het trommelvlies. Dit is 
een dun vlies dat strak gespannen
is.

Het trommelvlies kan de trillingen
uit de lucht goed opvangen.

Trillingen gaan verder naar de gehoorbeentjes. Die geven via de gehoorzenuw een signaal aan je hersen. Op die manier hoor je geluid.

Slide 11 - Tekstslide

De luidspreker
In een luidspreker zit een dun vel (conus) dat kan trillen. Door het trillen van de lucht komt het geluid bij je oor. 



Slide 12 - Tekstslide

Om te onthouden

Slide 13 - Tekstslide