WO - 3. Vier seizoenen: een geschenk van de zon

4 seizoenen
Een geschenk van de zon
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
WereldoriëntatieLager onderwijs

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

4 seizoenen
Een geschenk van de zon

Slide 1 - Tekstslide

Wat weet je over onze 4 seizoenen?

Slide 2 - Woordweb

Doel van de les
Na deze les kennen/kunnen/weten jullie:
- Dat de aarde om haar as draait in 24u en dat dit zorgt voor dag en nacht.
- Dat de aarde rond de zon draait in ongeveer 365 dagen en 6u.
- De werking van de schrikkeljaren.
- Onze seizoenen en hun startdag.
- De langste dag en de langste nacht en wanneer deze vallen (datum en seizoen)
- De naam, startdatum en kenmerken van onze seizoenen. 

Slide 3 - Tekstslide

Dag en nacht
De zon draait in 24u om haar eigen as.

24u = 1 dag

Wanneer we naar de zon gericht zijn is het dag.
Wanneer we van de zon afgedraaid zijn is het nacht.

Slide 4 - Tekstslide

Dag en nacht
Proefje wereldbol.

Zoek België op de globe.
Neem een zaklamp en schijn op de globe.
Draai de globe nu rond zijn as en houd België in de gaten.
Wat zie je?

Slide 5 - Tekstslide

Dag en nacht
Elke dag opnieuw: de baan van de zon aan de hemel
's Morgens komt de zon op in het oosten en 's avonds gaat ze onder in het westen. De richting waar je de zon in haar hoogste stand ziet, is het zuiden. De zon komt nooit in het noorden.
Het moment van de hoogste stand noemen we het middaguur en juist geteld 24 uren later zal de zon weer in haar hoogste stand staan.
24 uur = 1 dag !

Slide 6 - Tekstslide

0

Slide 7 - Video

Dag en nacht
Rond de middag staat de zon in haar hoogste stand vlak boven ons . Daarom is het 's middags warmer dan 's ochtends.

Slide 8 - Tekstslide

Schaduw
Let ook op de verandering van de schaduw...
Proefje: Doe de standen van de zon na
's ochtends, s' middags en 's avonds met een zaklamp en een voorwerp waar je op schijnt.

Slide 9 - Tekstslide

Schaduw

Slide 10 - Tekstslide

Dag en nacht
Zo zien we onze aarde vanuit de ruimte
Herken je Europa?
Omdat de aarde elke dag één maal ronddraait, komen we in het licht van de zon en daarna weer in het donker!

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht 2a WB p. 105
Elke dag komt de zon op een ander uur op en gaat ze op een ander uur onder dan de dag ervoor. Het scheelt maar enkele minuten! Klik op onderstaande link om te zien wanneer de zon vandaag opkwam en zal ondergaan.

Slide 12 - Tekstslide

De zon elke dag anders: zonshoogte en uren licht
Elke middag staat de zon hoog in het zuiden. Maar wat een groot verschil in de loop van het jaar!
Op 21 december staat de zon 's middags heel laag boven de horizon en daarom is het kouder. Op die dag hebben we een lange schaduw.
Daarna klimt de zon elke dag een beetje hoger tot op 21 juni de zon heel hoog in de lucht te zien is. Het is nu warmer. Onze schaduw is op die dag heel klein!
Na 21 juni klimt de zon elke dag een beetje minder hoog en wordt onze schaduw telkens weer wat langer.

Slide 13 - Tekstslide

De zon elke dag anders: zonshoogte en uren licht
Op 21 maart en 21 september staat de zon even hoog aan de hemel en is de temperatuur op beide dagen ongeveer gelijk. Het is dan zacht.

Slide 14 - Tekstslide

De zon elke dag anders: zonshoogte en uren licht

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Dag en nacht
Proefje wereldbol.

Zoek België op de globe.
Neem een zaklamp en schijn op de globe.
Draai de globe nu rond zijn as en houd België in de gaten.
Tegelijkertijd wandel je met globe rond de lichtbron.
Wat zie je?

Slide 17 - Tekstslide

0

Slide 18 - Video

Opdracht 1 besluit WB p. 104

Met de informatie uit de vorige slides kan je nu dit besluit invullen.
Weet je het niet meer?
Ga even terugkijken.

Slide 19 - Tekstslide

Samenvatting
De zon draait in 24u om haar as. -> Dag en nacht

De zon draait in 365 (om de 4 jaar 366) dagen rond de zon. De as van de aarde staat een beetje schuin ten opzichte van de zon -> seizoenen

Slide 20 - Tekstslide

Samenvatting
WINTER -> 21 december  -> zon laag -> lange schaduw -> koud -> kortste dag

LENTE -> 21 september -> zon niet zo hoog -> kortere schaduw -> zacht

ZOMER -> 21 juni -> zon op zijn hoogst -> kleine schaduw -> warm -> langste dag

HERFST -> 21 maart -> zon niet zo hoog -> kortere schaduw -> zacht


op 21 september en 21 maart staat de zon ongeveer even hoog en is de temperatuur ongeveer gelijk.

Slide 21 - Tekstslide

Opdracht 2b besluit WB p. 105

Met de informatie uit de vorige slides kan je nu dit besluit invullen.
Weet je het niet meer?
Ga even terugkijken.

Slide 22 - Tekstslide

Wanneer is het de langste dag van het jaar?
A
21 maart
B
21 juni
C
21 september
D
21 december

Slide 23 - Quizvraag

Wanneer is het de langste nacht van het jaar?
A
21 maart
B
21 juni
C
21 september
D
21 december

Slide 24 - Quizvraag

Wanneer duren dag en nacht even lang?
A
21 maart en 21 december
B
21 juni en 21 december
C
21 september en 21 maart
D
21 december en 21 september

Slide 25 - Quizvraag

Hoe meer uren licht hoe meer/minder warmte we van de zon ontvangen.
(Wat is juist?)
A
meer
B
minder

Slide 26 - Quizvraag

Sleep de data naar het juiste seizoen
winter
lente
zomer
herfst
21 juni
21 december
21 september
21 maart

Slide 27 - Sleepvraag

Verbind!
winter: weinig licht en warmte
lente
zomer: veel licht en warmte
herfst
De zon staat hoog aan de hemel.
Er is weinig verschil tussen de lengte van de dag en nacht.
De zon staat laag boven de horizon.
Ze geeft weinig licht, de dagen zijn kort.
De zon staat heel hoog aan de hemel en schijnt fel. Het is lang licht.

Slide 28 - Sleepvraag

Opdracht 3a WB p. 106

Met de informatie uit de vorige slides kan je nu dit besluit invullen.
Weet je het niet meer?
Ga even terugkijken.

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

De aarde draait rond de zon

De aarde staat dus een beetje scheef ten opzichte van de zon. 
Daardoor ligt in december het noordelijk halfrond van de zon afgekeerd. In het meest noordelijke gebied is de zon dan helemaal niet te zien. Zelfs midden op de dag is het hier zo goed als donker. We noemen dat de 'poolnacht'.

Slide 31 - Tekstslide

De aarde draait rond de zon

Terwijl het op de noordpool donker is in december, krijgt Antarctica - de Zuidpool - juist wel volop licht. De zon is hier in december altijd te zien, dag én nacht. De zon staat nét boven de horizon, maar gaat niet onder. We noemen dat de 'middernachtzon' of 'pooldag'.

Slide 32 - Tekstslide

De aarde draait rond de zon

Europa krijgt de meeste zon in juni. Dan schijnt de zon op het noordelijk halfrond en hebben we lange dagen en korte nachten. In december zien we de zon veel minder in Europa. We hebben dan korte dagen en lange nachten. De zon staat dán namelijk op het zuidelijk halfrond gericht.

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Video

Hoe komt het dat we seizoenen hebben hier bij ons?
A
Omdat de as van de aarde schuin staat en we in de zomer dichter bij de zon staan en in de winter verder er vanaf.
B
Dit heeft te maken met het feit dat de aarde rond haar eigen as draait in 24u en we dus overdag naar de zon gedraaid zijn en 's nachts in de schaduw liggen

Slide 35 - Quizvraag

Hoe komt het dat we een dag en een nacht hebben hier bij ons?
A
Omdat de as van de aarde schuin staat en we in de zomer dichter bij de zon staan en in de winter verder er vanaf.
B
Dit heeft te maken met het feit dat de aarde rond haar eigen as draait in 24u en we dus overdag naar de zon gedraaid zijn en 's nachts in de schaduw liggen

Slide 36 - Quizvraag

Het schrikkeljaar

Slide 37 - Tekstslide

Het schrikkeljaar
De aarde draait rond de zon in 365 dagen en 5 uur en 46 minuten en 48 seconden, dus iets meer dan 1 jaar.
Om dit verschil van bijna 6 uur op te lossen voerde Julius Caesar in 45 v.C. het schrikkeljaar in: elke 4 jaar telt het jaar 366 dagen. Die extra dag is 29 februari.
Maar het is niet juist 6 uur! Om dit weg te werken bracht Paus Gregorius XIII in 1582 nog een verbetering aan. Deze regel geldt nu nog steeds:
Alle jaren die deelbaar zijn door het getal 4 zijn schrikkeljaren.
Eeuwjaren zijn echter geen schrikkeljaren, tenzij ze deelbaar zijn door 400.
Het jaar 2000 was dus een schrikkeljaar want je kan 2000 delen door 400.
Op nieuwjaarsnacht 2008-2009 werd ook een extra seconde aan 2008 toegevoegd als correctie op de tijd.

Slide 38 - Tekstslide

Opdracht 5 WB p. 107

Met de informatie uit de vorige slides kan je nu deze opdracht invullen.
Weet je het niet meer?
Ga even terugkijken.

Slide 39 - Tekstslide

Plaatsen in de tijd


Julius Caesar   heeft het schrikkeljaar ingevoerd in 45 v.C.

Slide 40 - Tekstslide

In welk tijdsperk kan je de invoering van het schrikkeljaar indelen?
A
Prehistorie
B
Oudheid
C
Middeleeuwen
D
Nieuwe tijden

Slide 41 - Quizvraag

Plaatsen in de tijd

Omdat het nog niet helemaal klopte, bracht Paus Gregorius XIII in 1582 nog een verbetering aan.

Slide 42 - Tekstslide

In welk tijdsperk bracht Paus Gregorius XIII nog een verbetering aan?
A
Prehistorie
B
Oudheid
C
Middeleeuwen
D
Nieuwe tijden

Slide 43 - Quizvraag

Plaatsen in de tijd
Invoeren schrikkeljaar door Julius Caesar
Aanpassing schrikkeljaar door Paus Gregorius XIII

Slide 44 - Tekstslide

Inoefening
Klik op de link die je op de volgende slide kan vinden.
Je komt uit op het oefenplatform van wereldoriëntatie.
Klik op:

26: Vier seizoenen: Een geschenk van de zon

Maak de oefeningen.

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Link

Verbeter je werkboek

Slide 47 - Tekstslide

Verbeter je werkboek

Slide 48 - Tekstslide

GO! DOELEN - Natuur
3.2.6.19 Tonen hoe de aarde, de zon en de maan ten opzichte van elkaar bewegen.
                                                                        ET 1.13

3.2.6.18 Uitleggen en demonstreren aan de hand van concreet materiaal dat de aarde in 365 dagen rond de zon draait en hierdoor de duur van een jaar bepaald wordt en de seizoenen bij ons ontstaan
                                                                        ET 1.13

Slide 49 - Tekstslide

GO! DOELEN - Tijd
3.4.5.29 Enkele historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, toestanden …, uit de algemene geschiedenis (met nadruk op de geschiedenis van onze contreien binnen een Europese context) ordenen (chronologisch rangschikken en situeren) op een historische tijdband met 5 historische periodes: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, nieuwe tijden en onze tijd.
                                                                     ET MM 3.7

Slide 50 - Tekstslide