VP Kraam - les 5

VP Kraam  
Persoonlijke verzorging moeder en baby - kraamperiode
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

VP Kraam  
Persoonlijke verzorging moeder en baby - kraamperiode

Slide 1 - Tekstslide

Les doelen:
Hoofddoel:
• Je kunt kennis over de kraamvrouw toepassen.
• Je kunt zorg bieden aan moeder en kind waarbij je het geestelijke en fysieke herstel van de zorgvrager en de integratie van de pasgeborene in het gezin bevordert.

Slide 2 - Tekstslide

Verzorging, observatie en begeleiding van de kraamvrouw
De zorgbehoeften die een kraamvrouw heeft, hangen sterk af van haar individuele beleving en de wijze waarop de bevalling verlopen is.
Bij een normaal verlopend kraambed wordt de zelfzorg bijna nooit volledig overgenomen. Ter voorkoming van infecties treffen zowel verzorgende als de kraamvrouw hygiënische maatregelen.
De verzorgende observeert de kraamvrouw dagelijks om complicaties tijdig te kunnen signaleren.
Daarnaast krijgt ze begeleiding en voorlichting over de zelfzorg.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Hygiënisch werken en infectiepreventie
Belangrijke aspecten bij de basiszorg van een kraamvrouw zijn hygiënisch werken en voorkomen van infectie. De kraamvrouw is immers gevoeliger voor infecties. Om deze infecties en kruisbesmetting te voorkomen houd je je strikt aan de hygiënische voorschriften.

Ook licht je de kraamvrouw en partner uitgebreid in over de maatregelen die toegepast worden. 

Slide 5 - Tekstslide

Controleren van de vitale functies
Temperatuur en polsslag
Kan eerste dag en bij stuwing van de borsten op dag 3 verhoogd zijn. De polsslag is dan ook sneller. Dit is geen reden voor bezorgdheid. Als een kraamvrouw echter enige dagen een lichaamstemperatuur van 37,5 °C of hoger en een polsslag van 80 slagen per minuut of hoger heeft, kan er sprake zijn van een infectie. Bij een snelle temperatuurverhoging is meestal sprake van een infectie, soms van trombose.

Het uitgangspunt is de temperatuur rectaal te meten;   Meet de eerste vijf dagen één keer per dag,  na een keizersnede doe je dit twee keer per dag. Na een operatie is er immers meer kans op infectie, ook omdat de kraamvrouw dan een blaaskatheter heeft gehad.  
  

Slide 6 - Tekstslide

Bloeddruk

Wanneer de kraamvrouw een hypertensie had tijdens de zwangerschap en baring, wordt ook de bloeddruk dagelijks gemeten. Meestal daalt deze na de bevalling snel tot de normale waarden.

Alle gegevens van de vitale functies noteer je op de temperatuurlijst, zodat de verloskundige snel zicht heeft op afwijkende curven. Geef afwijkende metingen door.

Slide 7 - Tekstslide

de 6 B's 
  1. Baby blues - psychisch welbevinden
  2. Borsten
  3.  Baarmoeder
  4. Blaas
  5. Bloedverlies
  6. Benen

Slide 8 - Tekstslide

1. Baby blues
dag 3 in de kraamweek: Kraam tranen, dit noemen we ook baby blues.


Iedere vrouw laat haar emoties op andere manieren blijken en beleeft de kraamperiode anders. Belangrijk is om te observeren of ze deze kan uiten en over de bevalling en haar gevoelens kan praten.Observeer hoe de band tussen moeder en kind verloopt.  Als ze somber en teruggetrokken blijft of psychosociale klachten blijft houden, meld je dat aan de verloskundige

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

2. Borsten
Als kraamvrouw borstvoeding geeft: Controleren op roodheid, harde schijven, warmte en de  tepels

Wanneer mevrouw geen borstvoeding geeft: zorg dat mevrouw een strakke BH aanheeft en let erop of de roodheid, warmte niet blijft. 

Slide 11 - Tekstslide

3. Baarmoeder 
De stand en de hardheid van de baarmoeder, oftewel de fundusstand, moeten de eerste vijf dagen één keer per dag gecontroleerd worden. Laat de kraamvrouw voor de controle eerst plassen, want met een lege blaas is de meting nauwkeuriger.
Na de bevalling komt de fundusstand onder de navel. Dagelijks moet de fundusstand lager zijn dan de dag daarvoor. Als de fundus (de bovenkant van de baarmoeder) niet daalt of zelfs begint te stijgen, moet je de verloskundige waarschuwen. De baarmoeder moet in de normale situatie aanvoelen als een ‘tennisballetje’ in de buik.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

4. Blaas
Controleren van urineren 
Na de bevalling kan de kraamvrouw wat pijn verwachten bij het urineren door eventuele hechtingen in het perineum of kleine beschadigingen rond de vagina. 

Observatiepunten in verband met blaasontsteking
  • Urine controleren op kleur, frequentie (vaak kleine beetjes plassen) en helderheid (urine vaak troebel).
  • Branderig gevoel tijdens urineren is normaal, pijn is afwijkend.
  • Een lichte verhoging van de lichaamstemperatuur.

Slide 15 - Tekstslide

5. Bloedverlies/Lochia
Het is belangrijk om van de lochia de hoeveelheid, geur en kleur te observeren. Verricht deze observatie altijd tijdens de persoonlijke verzorging, bijvoorbeeld wanneer je het kraamverband verwisselt.
Geef daarbij de kraamvrouw voorlichting over de wijze waarop ze de lochia controleert. Ze kan dan eventuele afwijkingen doorgeven. Het blijft belangrijk de controle eenmaal daags als verzorgende zelf te doen. Als je afwijkingen constateert, waarschuw je de verloskundige.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Controle perineum

Controleren van het perineum
Tijdens de persoonlijke verzorging observeer je het perineum. Bij een gaaf perineum wordt dit alleen de eerste twee dagen gecontroleerd. Een gaaf perineum betekent dat de kraamvrouw tijdens de bevalling niet is uitgescheurd, niet is ingeknipt en niet is gehecht.
Het is anders wanneer een kraamvrouw is uitgescheurd, ingeknipt en gehecht. Dan is er sprake van een wond en deze wond moet genezen. 


 Het gebied rond de hechtingen kan iets gezwollen zijn. Omstreeks de vierde dag kan de vrouw last hebben van de hechtingen, ze trekken en kunnen jeuken.
Dit is een teken van een normale wondgenezing.

Controleer het perineum dagelijks op:
  • kleur
  • zwellingen
  • wondvocht
  • hardheid (van littekenweefsel)
  • pijnsignalen

Slide 18 - Tekstslide

6. Benen
Als de bevalling afwijkend is verlopen, is de kans op trombose groter. Trombose is een bloedstolsel dat een bloedvat afsluit. Het komt meestal voor in een been- of bekkenader.
 De eerste klachten zijn temperatuurverhoging en een snelle pols.
Een risico van trombose is dat het bloedstolsel losraakt en vast komt te zitten in de longen: een longembolie. Om de kans op trombose te verkleinen is het belangrijk dat de vrouw na de bevalling weer in beweging komt (mobiliseren). Als verzorgende stimuleer je dit

Slide 19 - Tekstslide

Persoonlijke verzorging van de baby

Slide 20 - Tekstslide

De persoonlijke verzorging van de pasgeborene bestaat uit het uitkleden, baden en aankleden van de baby. Tijdens deze handelingen verzorg je de navelstomp, de billetjes en eventueel de hoofdhuid. Ook voer je noodzakelijke observaties uit, om complicaties te signaleren

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Slide 23 - Video

Slide 24 - Video

Slide 25 - Video

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Observaties baby
Huid
navel
Ontlasting
plassen
temperatuur en gewicht


Slide 28 - Tekstslide