Lees mee - les 7

Opdracht 5
Oefenen met woorden
1 / 88
volgende
Slide 1: Tekstslide
Alfabetisering NT2Middelbare schoolSpeciaal OnderwijsISKLeerroute a2

In deze les zitten 88 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Opdracht 5
Oefenen met woorden

Slide 1 - Tekstslide

Lees mee - Les 7
kleuren, kleuren en nog eens kleuren

Slide 2 - Tekstslide

  • Zomerschool
  • Site van het Johan de Witt
  • Aanbod
  • Brede school

  • Zomer College 
  • - Klik hier om in te schrijven
Nederlands - lezen
Les 7: Kleuren, kleuren en nog eens kleuren

Pak je boeken erbij. 

Werkboek blz. 64
Tekstenboek blz. 26


Slide 3 - Tekstslide

  • Zomerschool
  • Site van het Johan de Witt
  • Aanbod
  • Brede school

  • Zomer College 
  • - Klik hier om in te schrijven
Doel van deze les.
Na het maken van les 7:
Kan ik de betekenis van de nieuwe woorden kiezen.
kan ik vragen over de tekst beantwoorden.
Kan ik samengestelde woorden herkennen en goed schrijven.
Kan ik werkwoorden in de voltooide tijd schrijven. 
Kan ik een flyer maken. 








Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Schrijf zoveel mogelijk woorden op met de kleur bruin
timer
1:00

Slide 6 - Tekstslide

Schrijf zoveel mogelijk woorden op met de kleur geel
timer
1:00

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Schrijf zoveel mogelijk woorden op met de kleur rood
timer
1:00

Slide 9 - Tekstslide

Schrijf zoveel mogelijk woorden op met de kleur groen
timer
1:00

Slide 10 - Tekstslide

1. Fiona heeft *een blauwe maandag* in de klas gezeten.

A
Heel kort
B
Je bent heel erg bleek!

Slide 11 - Quizvraag

Opdracht 1B
Uitdrukkingen met kleuren gebruiken

Slide 12 - Tekstslide

2. In het centrum van de stad zijn veel *bruine* cafés.
A
schrijven...op
B
ouderwetse

Slide 13 - Quizvraag

3. De tuinman heeft *groene vingers*.
A
is heel goed met planten
B
maakt zich zorgen over

Slide 14 - Quizvraag

4. Aan het eind van de maand *staat* mijn zus meestal *rood*,
A
heeft...geen geld meer
B
maakt zich zorgen over

Slide 15 - Quizvraag

5. Kalim is elke dag te laat op school. De lerares krijgt *grijze haren* van hem.
A
maakt zich zorgen over
B
schrijven..op

Slide 16 - Quizvraag

6. Wat is er gebeurd? Je ziet zo *wit als een doek*.
A
Je bent heel erg bleek
B
ouderwetse

Slide 17 - Quizvraag

7. We *zetten* de afspraken *zwart op wit*.
A
is heel goed met planten
B
schrijven...op

Slide 18 - Quizvraag

Bekijk de tekst van 7a. Lees de tekst nog niet.
timer
1:00

Slide 19 - Tekstslide

1. Hoeveel kopjes heeft de tekst?
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 20 - Quizvraag

Opdracht 2.2 - 4

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

1. Wat was het beroep van Vincent van Gogh?

Slide 23 - Open vraag

Opdracht 5A
Synoniemen en omschrijvingen

Slide 24 - Tekstslide

de schilder
wereldberoemd
uniek
de stijl
tijdens
iemand die schildert
heel erg bekend
speciaal, niet gewoon, uitzonderlijk
de werkwijze, hoe je iets doet
gedurende, terwijl iets gebeurt

Slide 25 - Sleepvraag

het leven
weinig
bijzonder
de manier
schilderen
de tijd dat een mens, dier of plant leeft
niet veel
speciaal, niet gewoon, uitzonderlijk
de werkwijze, hoe je iets doet
gedurende, terwijl iets gebeurt

Slide 26 - Sleepvraag

onbekend
rusteloos
arm
bijna
de geldzorgen
Niemand kent je
zonder
rust
met weinig geld
niet helemaal
problemen met geld

Slide 27 - Sleepvraag

zelfmoord 
plegen
liefdesverdriet
kleurig
kracht
de leeftijd
Een eind aan je leven maken
wat je voelt als een ander jou niet wil
met veel kleuren
energie, sterkte
hoe oud je bent

Slide 28 - Sleepvraag

zelfmoord 
plegen
liefdesverdriet
kleurig
kracht
de leeftijd
Een eind aan je leven maken
wat je voelt als een ander jou niet wil
met veel kleuren
energie, sterkte
hoe oud je bent

Slide 29 - Sleepvraag

reizen
de aardappel
het schilderij
donker
somber
van de ene naar de andere plaats gaan
niet licht
donker, niet vrolijk
afbeelding gemaakt met verf
Dit eten we vaak bij groente

Slide 30 - Sleepvraag

het portret
de boer
de kunst
de handelaar
tekenen
met potloden afbeelden op papier
iemand die koopt en verkoopt
schilderijen, beelden en tekeningen
een afbeelding van een gezicht
iemand die op een boerderij werkt

Slide 31 - Sleepvraag

Japans
invloed hebben op
het landschap
huren 
allerlei
zorgen dat iets verandert
elke maand geld betalen voor gebruik
schilderij van een stukje land
uit Japan
verschillende

Slide 32 - Sleepvraag

Het model
het verband
logeren
de kunstenaar
afsnijden
wit materiaal om een wond te verbinden
Iemand die poseert voor een kunstenaar
iemand die kunst maakt
slapen in het huis van iemand anders
met een mes losmaken

Slide 33 - Sleepvraag

Zinnen maken met wordwall
https://wordwall.net/resource/91624996/lees-mee-les-7-maak-een-zin

Slide 34 - Tekstslide

Huiswerk
Les 7 afmaken.

Slide 35 - Tekstslide

Quizlet 
Combineren of leren in quizlet (met plaatjes):
https://quizlet.com/gb/595885457/lees-mee-les-7-kleuren-kleuren-en-nog-eens-kleuren-flash-cards/
Combineren of leren in quizlet (zonder plaatjes):
https://quizlet.com/nl/1021735415/lees-mee-les-7-kleuren-kleuren-en-nog-eens-kleuren-zonder-plaatjes-flash-cards/?i=2xb1kx&x=1qqt



Slide 36 - Tekstslide

Spel: vraag - vraag - ruil
Wat heb je nodig?
Kaartjes met op de voorkant een plaatje en op de achterkant het bijbehorende woord.
Zie quizlet plaatjes met woorden lees mee les 5
Hoe werkt het?
Kaartjes verdelen – Elke leerling krijgt één kaartje.
Zoek een partner – Iedereen loopt rond en zoekt een partner.
Quiz-Quiz
Leerling A laat de voorkant (het plaatje) zien. Leerling B probeert het woord te raden.
Leerling A geeft feedback en zegt het juiste antwoord als het nodig is.
Dan wisselen ze van rol. Leerling B laat zijn kaartje zien en A raadt het woord.
Trade (Wisselen) – Nadat beide leerlingen elkaar hebben gequized, ruilen ze hun kaartjes en zoeken een nieuwe partner.
Herhaal – Het spel gaat door totdat de tijd om is of iedereen veel woorden heeft geoefend.

Slide 37 - Tekstslide

Opdracht 5B
Woordweb

Hoe meer woorden, hoe beter!

Slide 38 - Tekstslide

1. In regel 32 staat het woord 'onzeker'. Wat betekent dat?

Slide 39 - Open vraag

2. Het achtervoegsel -baar betekent 'je kunt'. Wat betekent: 'De schilderijen van Van Gogh zijn onbetaalbaar.'

Slide 40 - Open vraag

3. Welke woorden ken jij nog meer die beginnen met 'on-'?

Slide 41 - Open vraag

4. Welke woorden ken jij nog meer die eindigen met '-loos'?

Slide 42 - Open vraag

5. Welke woorden ken jij met het achtervoegsel '-baar'?

Slide 43 - Open vraag

Wat is dit?
🌎🎤

Slide 44 - Open vraag

wereldberoemd

wereld - beroemd
A
de
B
het
C
-

Slide 45 - Quizvraag

Wat is dit?
💔😢

Slide 46 - Open vraag

Liefdesverdriet

liefdes - verdriet
A
de
B
het
C
-

Slide 47 - Quizvraag

Wat is dit?
🥔👄

Slide 48 - Open vraag

aardappeleter

aardappel - eter
A
de
B
het
C
-

Slide 49 - Quizvraag

Slide 50 - Tekstslide

Wat is dit?
🎨💰 of 🖼️💼

Slide 51 - Open vraag

kunsthandelaar

kunst - handelaar
A
de
B
het
C
-

Slide 52 - Quizvraag

Wat is dit?
🌤️🔵

Slide 53 - Open vraag

hemelsblauw

hemels - blauw
A
de
B
het
C
-

Slide 54 - Quizvraag

Wat is dit ?
🍷🟥

Slide 55 - Open vraag

wijnrood

wijn - rood
A
de
B
het
C
-

Slide 56 - Quizvraag

Wat is dit?
🧑🖼️

Slide 57 - Open vraag

zelfportret

zelf - portret
A
de
B
het
C
-

Slide 58 - Quizvraag

Slide 59 - Tekstslide

Wat is dit?
⬅️👂

Slide 60 - Open vraag

linkeroor

linker - oor
A
de
B
het
C
-

Slide 61 - Quizvraag

Wat is dit?
🩺🏨

Slide 62 - Open vraag

ziekenhuis

zieken - huis
A
de
B
het
C
-

Slide 63 - Quizvraag

Wat is dit?
✨🌃

Slide 64 - Open vraag

sterrennacht

sterren - nacht
A
de
B
het
C
-

Slide 65 - Quizvraag

Slide 66 - Tekstslide

Welke nieuwe woorden heb je geleerd (uit de tekst)?

Slide 67 - Woordweb

Slide 68 - Link

Opdracht 6
Oefenen met verwijswoorden

Slide 69 - Tekstslide

1. Wat is het vraagwoord?
A
Van wie?
B
Wat?
C
Waar?
D
Welke?

Slide 70 - Quizvraag

Van wie zagen maar weinig mensen hoe bijzonder zijn manier van was?

Slide 71 - Open vraag

2. Wat is het vraagwoord?
A
Van wie?
B
Wat?
C
Waar?
D
Welke?

Slide 72 - Quizvraag

Waar is zijn broer Theo kunsthandelaar?

Slide 73 - Open vraag

3. Wat is het vraagwoord?
A
Van wie? / Wiens?
B
Wat?
C
Waar?
D
Welke?

Slide 74 - Quizvraag

In wiens schilderijen wordt veel licht en kleur gebruik?

Slide 75 - Open vraag

4. Wat is het vraagwoord?
A
Van wie?
B
Wat?
C
Waar?
D
Welke?

Slide 76 - Quizvraag

Welke kunst heeft veel invloed op Vincents manier van schilderen?

Slide 77 - Open vraag

5. Wat is het vraagwoord?
A
Van wie?
B
Wat?
C
Waar?
D
Welke?

Slide 78 - Quizvraag

Waar maakt hij onder meer een beroemd schilderij van een sterrennacht?

Slide 79 - Open vraag

6. Wat is het vraagwoord?
A
Van wie?
B
Wat?
C
Waar?
D
Welke?

Slide 80 - Quizvraag

Wat is evenveel als je voor een Boeing 737 betaalt?

Slide 81 - Open vraag

1853
1885
1886
1888
1890
Zundert
Nuenen
Parijs
Arles

Slide 82 - Sleepvraag

1853 
Zundert
1885
Nuenen
1886
Parijs
1888
Arles
1890
Van Gogh wordt geboren.
Van Gogh schildert 'de aardappeleters'.
Van Gogh leert impressionisten en Japanse tekeningen kennen.
Van Gogh huurt atelier in Zuid-Frankrijk, maakt zelfportretten.
Van Gogh pleegt zelfmoord.

Slide 83 - Sleepvraag

Extra: Opdracht 10
Een flyer maken
Maak de flyer op je laptop en lever deze in in teams. 

Slide 84 - Tekstslide

Slide 85 - Tekstslide

Wat moet je nu doen?
Maak les 7 in je werkboek (opdr. 2 t/m 10)
Opdracht 10 maak je als laatste in teams.

Slide 86 - Tekstslide

Extra
Met plaatjes:
https://quizlet.com/nl/595885457/lees-mee-les-7-kleuren-kleuren-en-nog-eens-kleuren-flash-cards/
Zonder plaatjes:
https://quizlet.com/nl/1021735415/lees-mee-les-7-kleuren-kleuren-en-nog-eens-kleuren-zonder-plaatjes-flash-cards/?i=2xb1kx&x=1qqt

https://create.kahoot.it/details/79dc1a7f-3aa5-4f87-be54-18bbbc5a27f6
https://create.kahoot.it/details/f0376d15-d9b8-4df9-9123-dee6e514f90b
https://dashboard.blooket.com/set/65df2edf8c990c6e94e603e8

Slide 87 - Tekstslide

Extra oefenen: zie kruiswoordpuzzel sharepoint

Of Charlala - maak je eigen Van Gogh

Slide 88 - Tekstslide