Meervouden en verkleinwoorden les 7

Planning
Welkom ( 5 minuten) 
C 7 Spelling Blz. 234/235 § 4 Meervouden op -s, -en en - ёn (35 minuten)
C 7 Spelling Blz. 236/237 § 5 Verkleinwoorden (35 minuten)
Evaluatie les (5 minuten)
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 80 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Planning
Welkom ( 5 minuten) 
C 7 Spelling Blz. 234/235 § 4 Meervouden op -s, -en en - ёn (35 minuten)
C 7 Spelling Blz. 236/237 § 5 Verkleinwoorden (35 minuten)
Evaluatie les (5 minuten)

Slide 1 - Tekstslide

Wat leren we vandaag?
Lesdoel
Ik kan/weet: 
  • meervouden spellen

Slide 2 - Tekstslide

Meervouden
-en
-s
-ën

Slide 3 - Tekstslide

Meervoud -s of -'s
A
dictees
B
dictee's

Slide 4 - Quizvraag

meervoud:
wolf
A
wolven
B
wolfen
C
wolffen
D
wolfs

Slide 5 - Quizvraag


Wat is het meervoud van rotzooi?
A
rotzoois
B
rotzooien
C
rotzooiën
D
er is geen meervoud

Slide 6 - Quizvraag

meervouden

Wat is het meervoud van technologie?
A
technologies
B
technologieën
C
technologiën
D
technologieeën

Slide 7 - Quizvraag

Meervoud: wat is het meervoud van piano?
A
pianos
B
pianoos
C
piano's
D
pianoo's

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Welke woorden zijn goed gespeld?
A
filosofen - beursen
B
koloniën - golven
C
behoefte's - kersen
D
behoeften - kerzen

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Welke woorden zijn goed gespeld?
A
guppy's - dommerikken
B
ski's - kievitten
C
lenzen - discjockeys
D
slimmeriken - fiche's

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Welke woorden zijn goed gespeld?
A
musea - hersen
B
museums - rommels
C
vitamines - medicussen
D
vitaminen - medici

Slide 19 - Quizvraag

plank-planken
boom-bomen
pil-pillen
staaf-staven / huis-huizen
fee-feeën
baard
baas
groep
kloof
krul
laan
leeuw
moskee
muis
muur
oordop
pan
raaf
slee
stoelpoot
streep
tak
wee
zee
vogelkooi

Slide 20 - Sleepvraag

Aan de slag!
Wat? Maak opd. 2  C 7 Spelling Blz. 234  § 4 Meervouden op -s, -en en - ёn 
Waar? In je schrift/boek
Hoe? Individueel  
Tijd?  5 minuten
Hulp? Overleg eerst met elkaar, kom je er niet uit, steek je vinger op. 
Klaar?  Kijk het na en verbeter het!
timer
5:00

Slide 21 - Tekstslide

Aan de slag!
Wat? Maak opd. 3 en 4  C 7 Spelling Blz. 235  § 4 Meervouden op -s, -en en - ёn 
Waar? In je schrift/boek
Hoe? Individueel  
Tijd?  7 minuten
Hulp? Overleg eerst met elkaar, kom je er niet uit, steek je vinger op. 
Klaar?  Kijk het na en verbeter het!
timer
7:00

Slide 22 - Tekstslide

C 7 Spelling Blz. 236/237 
§ 5 Verkleinwoorden 

Slide 23 - Tekstslide

Wat leren we vandaag? 
Lesdoel
Ik kan/weet:
  • verkleinwoorden spellen, ook van woorden die eindigen op een klinker

Slide 24 - Tekstslide

0

Slide 25 - Video


Verkleinwoorden maak je door
-je, -kje, -pje, -tje of -etje achter het .............. te zetten.
A
lidwoord
B
bijwoord
C
bijvoeglijk naamwoord
D
zelfstandig naamwoord

Slide 26 - Quizvraag


Basis
De volgende verkleinwoorden zijn goed geschreven:
A
geheimpje, koninkje, bankje, stoeltje, tekeningetje
B
geheimpje, koningkje, bankje, stoeltje, tekeningetje
C
geheimpje, koninkje, bangkje, stoeltje, tekeningetje
D
geheimpje, koninkje, bankje, stoeltje, tekeningentje

Slide 27 - Quizvraag


Korte klanken worden in het verkleinwoord soms lang. Dus de verkleinwoorden van 'glas' en 'pad' worden
A
glasje en padje
B
glaasje en padje
C
glasje en paadje
D
glaasje en paadje

Slide 28 - Quizvraag


Als je goed naar de uitleg hebt gekeken en geluisterd, weet je dat het verkleinwoord van 'bikini' dus wordt:
A
bikinitje
B
bikinietje
C
bikini'tje
D
bikinetje

Slide 29 - Quizvraag


Dus de verkleinwoorden van opa, menu, comité en radio worden ...
A
opa'tje, menu'tje, comité'tje, radio'tje
B
opatje, menutje, comitétje, radiotje
C
opaatje, menuutje, comiteetje, radiootje

Slide 30 - Quizvraag


De verkleinwoorden van hobby, A3, pdf, en het getal 5 worden als volgt goed geschreven: 
A
hobbietje, A3tje, pdfje, 5je
B
hobby'tje, A3'tje, pdf'je, 5je

Slide 31 - Quizvraag


De uitlegvideo begon met de vraag hoe je de verkleinwoorden van taxi en café zou moeten schrijven. Het goede antwoord zou je nu moeten weten. 
A
taxi'tje, cafeetje
B
taxietje, cafeetje
C
taxietje, cafétje
D
taxi'tje, cafétje

Slide 32 - Quizvraag

<span style="font-weight:bold">'pje</span>
<span style="font-weight:bold">'tje</span>
<span style="font-weight:bold">'etje</span>
<span style="font-weight:bold">'kje</span>
<span style="font-weight:bold">'je</span>
lolly
boom
cake
moskee
koning
wc
bloem
weg
dans
ketting

Slide 33 - Sleepvraag

Wat is het goede verkleinwoord van
accu?
A
accu'tje
B
accuutje
C
accutje
D
accu-tje

Slide 34 - Quizvraag

Wat is het goede verkleinwoord van
ski?
A
skitje
B
skietje
C
ski'tje
D
ski-tje

Slide 35 - Quizvraag

Wat is het goede verkleinwoord van
opa?
A
opatje
B
opa'tje
C
opaatje

Slide 36 - Quizvraag

Verkleinwoorden: goed of fout?
A4'tje
A
goed
B
fout

Slide 37 - Quizvraag

Wat is het verkleinwoord van
koning?

Slide 38 - Open vraag

Wat is het verkleinwoord van
bij?

Slide 39 - Open vraag

Wat is het verkleinwoord van
radio?

Slide 40 - Open vraag

Aan de slag!
Wat? Maak opd. 2  C 7 Spelling Blz. 236  §  5 Verkleinwoorden
Waar? In je schrift/boek
Hoe? Individueel  
Tijd?  5 minuten
Hulp? Overleg eerst met elkaar, kom je er niet uit, steek je vinger op. 
Klaar?  Kijk het na en verbeter het!
timer
5:00

Slide 41 - Tekstslide

Aan de slag!
Wat? Maak opd. 3 tm 6  C 7 Spelling Blz. 237  §  5 Verkleinwoorden
Waar? In je schrift/boek
Hoe? Individueel  
Tijd?  13 minuten
Hulp? Overleg eerst met elkaar, kom je er niet uit, steek je vinger op. 
Klaar?  Kijk het na en verbeter het!
timer
13:00

Slide 42 - Tekstslide

Evaluatie les 
  1. Wat heb je deze les geleerd?
  2. Wat ging deze les goed?

Slide 43 - Tekstslide