5.6 De machtsstrijd tussen fabrikanten en arbeiders

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik-opdracht
1. Bekijk de bron eerst voor jezelf. 






2. Schrijf voor jezelf op wat je denkt dat de tekenaar van deze spotprent duidelijk wil maken?

3. Overtuig je buurman/vrouw van jouw verhaal. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Wat wil de tekenaar van deze spotprent duidelijk maken?
Terugblik-opdracht

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

5.6 De machtsstrijd tussen fabrikanten en arbeiders
Waarom en hoe verdedigde het liberalisme vooral de belangen van de fabrikanten?

Op welke wijze probeerden de socialisten de positie van de arbeiders te verbeteren?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de begrippen kapitalisme, liberalisme, communisme, klassenstrijd, sociaaldemocraten. (R)
  2. Je kan uitleggen hoe de liberalen, communisten en sociaaldemocraten de sociale kwestie wilden oplossen. (T1)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkomstandigheden

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Woonomstandigheden

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Sociale Kwestie?
  • Een kwestie is een probleem

  • De slechte woon- en werkomstandigheden van de arbeiders zijn duidelijk zichtbaar.

  • Eind 19e eeuw.

  • Vooral in de steden.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Sociale Kwestie? 
  • ‘De rijken worden rijker, de armen worden armer’

  • Alleen ‘de rijken’ mogen stemmen

  • Hierdoor blijven ‘de rijken’ aan de macht

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie helpt de arbeiders? 
  • Sommige fabrikanten gaven de arbeiders wél wat extra's (soms ook uit eigen belang: een fittere arbeider werkt harder...)

  • Arbeiders gaan staken: dit werkt alleen als iedereen gaat staken, en dat was moeilijk vol te houden

  • Arbeiders gaan samenwerken in vakbonden.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie helpt de arbeiders? 

  • Nederland kent drie grote politieke groepen: socialisten (links), confessionelen (midden) en liberalen (rechts)

  • Deze politieke groepen hebben allemaal een andere oplossing voor de Sociale Kwestie, maar ook allemaal eigen belangen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Liberalen

  • Nachtwakersstaat: overheid zorgt alleen voor orde en veiligheid

  • Economie helemaal vrij laten

  • Sociale wetten kosten teveel geld

  • Rechts in de politiek

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Socialisten
  • Overheid moet er alles aan doen om arbeiders te beschermen

  • Betere arbeidersomstandigheden (o.a. meer loon)

  • Om dit te bereiken: strijd voor algemeen kiesrecht (ook met stakingen en demonstraties)

  • Links in de politiek

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Confessionelen
  • Confessie = geloof (Protestant/Rooms-katholiek)

  • Ongelijkheid omdat God het zo wil

  • Goede christenen helpen elkaar

  • Werkgevers en werknemers moeten er samen uitkomen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Bron: Een fabriekseigenaar in Krommenie staat arbeiders niet toe lid te worden van een vakbond. 

Wat wil de tekenaar van deze spotprent duidelijk maken?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de begrippen kapitalisme, liberalisme, communisme, klassenstrijd, sociaaldemocraten. (R)
  2. Je kan uitleggen hoe de liberalen, communisten en sociaaldemocraten de sociale kwestie wilden oplossen. (T1)

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toetsvoorbereiding
Wat?
Jullie gaan aan de slag met de voorbereiding op de toetsweek door expert te worden van een paragraaf uit H4 en 5.

Hoe?
Ieder groepje geeft een presentatie van de toegewezen paragraaf. Op basis van:
  • de cornell-methode
  • de leerdoelen
  • een toetsvraag (met bron)

Hoelang?
20 min.






Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Wat?: Schrijf een dagboekfragment waarin je een dag uit het leven van een fabrieksarbeider of fabriekseigenaar in de 19e eeuw beschrijft

Hoe?
-  Gebruik informatie uit je leerboek, aantekeningen, en de beschikbare documenten om een realistisch en historisch accuraat verhaal te creëren. 
-  Schrijf het fragment op papier.
-  Maak de opdracht zelfstandig.

Hoelang?: 25 min.

Slide 21 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de begrippen kapitalisme, liberalisme, communisme, klassenstrijd, sociaaldemocraten. (R)
  2. Je kan uitleggen hoe de liberalen, communisten en sociaaldemocraten de sociale kwestie wilden oplossen. (T1)

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Doel:
Inzicht krijgen in de complexiteit van sociale kwesties tijdens de industriële revolutie.

Opdracht:
1. Lees je rol: Bestudeer de informatie op je rolkaart grondig.
2. Discussie van probleemscenario's: Reflecteer op hoe jouw personage deze problemen zou ervaren en welke oplossingen mogelijk zijn.
3. Invultabel: Vul het tabel in.
4. Presentatie: Elke groep presenteert hun oplossingen aan de klas.


Slide 23 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Langzaam verbetering
  • Eerste sociale wetten vanaf 1874: Kinderwetje van Van Houten

  • Leerplichtwet (1900), Woningwet (1901)

  • 1917: Algemeen Kiesrecht voor mannen

  • 1919: Algemeen kiesrecht voor vrouwen

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de begrippen kapitalisme, liberalisme, communisme, klassenstrijd, sociaaldemocraten. (R)
  2. Je kan uitleggen hoe de liberalen, communisten en sociaaldemocraten de sociale kwestie wilden oplossen. (T1)

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies