H8P2 'Slechte leefomstandigheden & Sociale kwestie' (deel 1)

Hoofdstuk 8 paragraaf 2 (deel 1) 
Slechte leefomstandigheden & de sociale kwestie
D
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 8 paragraaf 2 (deel 1) 
Slechte leefomstandigheden & de sociale kwestie
D

Slide 1 - Tekstslide

Deze les:

1. Terugblik
2. De sociale kwestie
3. Socialisme & communisme

Slide 2 - Tekstslide

Wat is belangrijk:



Je moet aan het eind van de les goed antwoord kunnen geven op de vragen:

1.  'Wat is de sociale kwestie?'
2. 'Hoe heeft de sociale kwestie kunnen ontstaan?'
3. 'Wat is het socialisme?'


Slide 3 - Tekstslide

Terugblik

- In de verlichting werd er kritisch gekeken naar de samenleving. 

- Converentie van Wenen.

- Industriële revolutie.


Slide 4 - Tekstslide

Industrieële revolutie

- Industrieële revolutie -- > industrieel kapitalisme



- Steden groeide in hoog tempo.


- Zoveel mogelijk winst betekend ook dat de arbeiders weinig betaald kregen en dat de werkomgeving gevaarlijk en ongezond was. 

Slide 5 - Tekstslide

Sociale kwestie
- Mensen die niet bij de arbeiders klassen horen trekken aan de bel.

- Vooral doktoren en artsen zien de slechte hygiëne en arbeids omstandigheden. Gevolg van deze omstandigheden zijn ziektes en ander problemen als alcoholisme, prostitutie en moord. 

- Mensen uit 'andere' klassen van de samenleving gaan zich inzetten voor de levenssituatie van de arbeiders. 

De vraag over hoe de samenleving de arbeidersklassen moet helpen heet 'De sociale kwestie'

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Huiswerk
Maken opdracht 2 en 3 van blz 150 en 151
Antwoorden niet in je schrift, maar op de volgende vier pagina's.

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht 2a

Slide 9 - Open vraag

Opdracht 2b

Slide 10 - Open vraag

Opdracht 3a

Slide 11 - Open vraag

Opdracht 3b

Slide 12 - Open vraag

Vakbonden

- Ondanks particuliere pogingen lijkt de levensomstandiheid van de arbeiders klassen niet te verbeteren.

- Meer werknemers dan banen -> iedereen die klaagde werd ontslagen. 

- Oprichting Vakbonden.  

- Ook ontstaat er een grotere maarschappij-politieke beweging die het 
leven van de arbeiders wil verbeteren Het socialisme

Slide 13 - Tekstslide

Klassenstrijd van Marx

- Karl Marx bekijkt de samenleving en schrijft een boek: 'het communistisch manifest'.
 

- De maatschappij is verdeeld in twee klassen. 1) de Bourgeoisie en 2) het Proletariaat.


- De bourgeosie was kleiner in omvang maar machtiger en rijker. Zij onderdrukte de rest van het volk namelijk het proletariaat. 

Slide 14 - Tekstslide

Klassenstrijd van Marx


- De enige manier om de positie van de arbeiders te verbeteren is een revolutie. 

- Het proletariaat (arbeiders) zouden met wapens in de hand de macht over moeten nemen van de bourgeoisie (de rijke). 

- Alles zou dan gelijk verdeeld worden over iedereen. En alle beslissingen zouden worden genomen met instemming van iedereen. --> Communistische staat 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Sociaal democraten


- Willen wel verbetering voor de arbeiders, maar geen revolutie.


- Volgens de sociaal democraten moest de regering veranderen om de arbeiders te helpen.


- Dit is waarom de sociaal democraten gaan strijden voor kiesrecht. Als de arbeiders namelijk zelf kunnen stemmen of gekozen worden kunnen ze de regering veranderen in hun voordeel zonder een revolutie te hoeven plegen. 

Slide 17 - Tekstslide

Socialisme = het willen verbeteren van de levensomstandigheden van de arbeidersklassen.
Communisme:

- Revolutie is de enige optie!

- vechten voor een communistische staat

- Karl Marx


Sociaal democraten:

- Via de regering de leefomstandigheden van de arbeidersklassen verbeteren.

- Vechten voor stemrecht

Slide 18 - Tekstslide

Waarom werden vakbonden opgericht?
A
Om samen sterk te staan tegen de regering
B
Om samen sterk te staan tegen de fabrikanten
C
Om samen sterk te staan tegen de politie
D
Om samen sterk te staan tegen ziektes

Slide 19 - Quizvraag

Waarom werden vakbonden verboden?
A
Ze riepen op tot geweld
B
Ze riepen op tot een revolutie
C
Ze belemmerden de vrije economie
D
Ze belemmerden het productieproces

Slide 20 - Quizvraag

Hoe heet de politieke stroming die opkwam voor arbeiders?
A
Socialisten
B
Confessionelen
C
Liberalen
D
Nationalisten

Slide 21 - Quizvraag

Hoe heet een beweging die opkomt voor gelijke rechten?
A
Nationalisatie
B
Liberalisatie
C
Socialisatie
D
Emancipatie

Slide 22 - Quizvraag

Hoe heet het boek van Marx en Engels?
A
Socialistisch Manifest
B
Communistisch Manifest
C
Liberaal Manifest
D
Confessioneel Manifest

Slide 23 - Quizvraag

Ten koste van wie zou de bourgeoisie steeds rijker worden?
A
Geestelijken
B
Rijken
C
Fabrikanten
D
Arbeiders

Slide 24 - Quizvraag

Wat was volgens Marx en Engels de oplossing voor de klassenstrijd?
A
Verkiezingen
B
Demonstraties
C
Nieuwe wetten
D
Revolutie

Slide 25 - Quizvraag

Hoe zou het land dan worden bestuurd?
A
Door de rijken
B
Door de regering
C
Door het parlement
D
Door de arbeiders

Slide 26 - Quizvraag

Hoe zou de heilstaat kunnen worden bereikt volgens de sociaal- democraten?
A
Revolutie
B
Verkiezingen

Slide 27 - Quizvraag

Hoe zouden volgens de sociaal- democraten de verschillen tussen rijk en arm verdwijnen?
A
Door een revolutie
B
Door belastingen
C
Door wetten
D
De verschillen verdwijnen niet

Slide 28 - Quizvraag

Voor welk doel streden de sociaal- democraten?
A
Vrije verkiezingen
B
Gelijkheid
C
Socialisme
D
Vrijheid

Slide 29 - Quizvraag

Huiswerk
Maken opdrachten 4 en 5 van blz 151
Antwoorden niet in je schrift, maar op de volgende vijf pagina's.

Slide 30 - Tekstslide

Opdracht 4a

Slide 31 - Open vraag

Opdracht 4b

Slide 32 - Open vraag

Opdracht 4c

Slide 33 - Open vraag

Opdracht 4d

Slide 34 - Open vraag

Opdracht 5

Slide 35 - Open vraag

Wat is belangrijk:



Je moet aan het eind van de les goed antwoord kunnen geven op de vragen:

1.  'Wat is de sociale kwestie?'
2. 'Hoe heeft de sociale kwestie kunnen ontstaan?'
3. 'Wat is het socialisme?'

Kun je deze drie vragen goed beantwoorden? 

Slide 36 - Tekstslide