B3 2.5 vraagwoorden/aanwijzen

1 / 27
volgende
Slide 1: Video
EngelsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1,2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

What is your favourite pizza?

Slide 2 - Open vraag

Name some question words (vraagwoorden)

Slide 3 - Woordweb

Question words

Who                  Which                What
When               Where                 Why               How

Slide 4 - Tekstslide


....... have you been?
A
Which
B
Who
C
What
D
Where

Slide 5 - Quizvraag


......... do you live with?
A
Who
B
When
C
Where
D
How much

Slide 6 - Quizvraag


........ is my bike?
A
Who
B
Where
C
Which
D
Why

Slide 7 - Quizvraag


..... can we study better?
A
how
B
who
C
which
D
why

Slide 8 - Quizvraag


..... colour do you like, blue or red?
A
how
B
who
C
which
D
why

Slide 9 - Quizvraag

Maak zelf een vraag met:
'Which"

Slide 10 - Open vraag

Maak zelf een vraag met:
'What"

Slide 11 - Open vraag

Maak zelf een vraag met:
'When"

Slide 12 - Open vraag

Maak zelf een vraag met:
'Why"

Slide 13 - Open vraag

Maak zelf een vraag met:
'How"

Slide 14 - Open vraag

Kruiswoord
Maak de puzzel en gebruik de woordjes uit unit 2. Vertaal ze eerst, vul ze daarna in


timer
10:00

Slide 15 - Tekstslide

... are you doing?
Working.
... are you going?
Home.
... are we leaving?
Tomorrow.
... are your crying?
I'm sad.
... are you doing?
I'm okay.
...  are you talking to?
My mum. 
What
Where
Why
When
How
Who

Slide 16 - Sleepvraag

Sleep de gele kaartjes naar de juiste vertaling
WAT
WELKE
WIE
WAAROM
WAAR
WANNEER
HOE
HOW
WHO
WHAT
WHY
WHEN
WHICH
WHERE

Slide 17 - Sleepvraag

Aanwijzen

Slide 18 - Tekstslide

die mensen= .........people
A
these
B
those
C
this
D
that

Slide 19 - Quizvraag

deze tafel = ......... table
A
these
B
those
C
this
D
that

Slide 20 - Quizvraag

dat huis = ........ house
A
these
B
those
C
this
D
that

Slide 21 - Quizvraag

(dichtbij) ____ dress
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 22 - Quizvraag

Use: this, these, that, those:

I want .... books over there.
A
this
B
these
C
that
D
those

Slide 23 - Quizvraag

this, that, these, those

... colours look beautiful on you!
A
This
B
That
C
These
D
Those

Slide 24 - Quizvraag

.... is your pen over there on the desk.
.... is my pen here
A
This, This
B
That, That
C
This, That
D
That, This

Slide 25 - Quizvraag

... balloons here are nicer than .....ones over there.
A
Those, these
B
These, those
C
This, that
D
That, this

Slide 26 - Quizvraag

Use: this, these, that, those:

I want .... books over there.
A
this
B
these
C
that
D
those

Slide 27 - Quizvraag