Argumenteren, leesvaardigheid en literatuur 4 havo - week 7

Week 7 - leerdoelen argumenteren
  • ik heb Cursus 6 Argumenteren (NN) afgerond: ik kan standpunten en argumenten herkennen in teksten; 
  • ik kan argumentatieschema's herkennen en benoemen;
  • ik kan het onjuiste gebruik van argumentatieschema's herkennen en de drogredenen benoemen
  • ik kan de drogredenen die horen bij een overtreding van een discussieregel herkennen en benoemen
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Week 7 - leerdoelen argumenteren
  • ik heb Cursus 6 Argumenteren (NN) afgerond: ik kan standpunten en argumenten herkennen in teksten; 
  • ik kan argumentatieschema's herkennen en benoemen;
  • ik kan het onjuiste gebruik van argumentatieschema's herkennen en de drogredenen benoemen
  • ik kan de drogredenen die horen bij een overtreding van een discussieregel herkennen en benoemen

Slide 1 - Tekstslide

week 7 - leerdoelen literatuur
  • ik heb de Boekopdracht gelezen en begrepen
  • ik heb twee boeken met hetzelfde thema gekozen, gelezen en geanalyseerd
  • ik heb de boeken met elkaar vergeleken aan de hand van literaire begrippen
  • ik heb een thematische vergelijking gemaakt 
  • ik  gebruik de rubric bij het maken van het verslag

Slide 2 - Tekstslide

week 7 -leerdoelen leesvaardigheid
  • ik ben gestart met Cursus 2 Lezen in NieuwNederlands
  • ik kan de verschillende tekstdoelen herkennen en benoemen
  • ik weet welke tekstdoelen en tekstsoorten bij elkaar horen
  • ik heb geoefend met drie verschillende tekstsoorten: uiteenzetting, beschouwing en betoog

Slide 3 - Tekstslide

Leeractiviteiten week 7
  • check Argumenteren: 17 quizvragen over theorie en toepassing ervan
  • minder dan 13 vragen goed beantwoord? Bestudeer dan het theorie-overzicht van Cursus 6 nog een keer en maak de oefentoets
  • 13 of meer vragen goed beantwoord? Bestudeer de theorie van de vragen die je niet goed had nog een keer: kijk bij welke paragraaf de vraag hoort en maak de opdrachten nog een keer
  • leerdoelen gehaald? Start met Cursus 2: Lezen en
  • ga verder met het afmaken van de Boekopdracht.

Slide 4 - Tekstslide

nu eerst: argumenteren
De volgende 17 slides zijn oefenvragen Argumenteren. Over alle paragrafen worden vragen gesteld.

Slide 5 - Tekstslide

ik vind, dan ook, dus en daarom zijn signaalwoorden voor een standpunt
A
juist
B
onjuist

Slide 6 - Quizvraag

over een waarderend argument kun je niet van mening verschillen
A
juist
B
onjuist

Slide 7 - Quizvraag

want, omdat, daarom en immers zijn signaalwoorden voor een argument
A
juist
B
onjuist

Slide 8 - Quizvraag

met een tegenargument ontkracht je een argument
A
juist
B
onjuist

Slide 9 - Quizvraag

bij onderschikkende argumentatie wordt een argument door een ander argument ondersteund
A
juist
B
onjuist

Slide 10 - Quizvraag

bij een nevenschikkende argumentatie
A
ondersteunen de argumenten elkaar
B
ondersteunen meerdere argumenten het standpunt

Slide 11 - Quizvraag

De relatie tussen leerling en coach moet goed zijn. Daarom moeten leerlingen zelf hun mentor kiezen.
A
het argument is feitelijk
B
het argument is waarderend

Slide 12 - Quizvraag

De relatie tussen leerling en coach moet goed zijn. Daarom moeten leerlingen zelf hun mentor kiezen.
A
argumentatie op basis van kenmerk of eigenschap
B
argumentatie op basis van oorzaak en gevolg
C
argumentatie op basis van autoriteit
D
argumentatie op basis van voor- en nadelen

Slide 13 - Quizvraag

Ik vind dat er op scholen veel meer gesport moet worden. Uit diverse onderzoeken is immers gebleken dat geregeld bewegen belangrijk is.
A
argument is waarderend
B
argument is feitelijk

Slide 14 - Quizvraag

Ik vind dat er op scholen veel meer gesport moet worden. Uit diverse onderzoeken is immers gebleken dat geregeld bewegen belangrijk is.
A
argumentatie op basis van voor- en nadelen
B
argumentatie op basis van autoriteit
C
argumentatie op basis van vergelijking
D
argumentatie op basis van voorbeelden

Slide 15 - Quizvraag

een vals dilemma is een onjuist beroep op het vergelijkingsschema
A
juist
B
onjuist

Slide 16 - Quizvraag

bij een persoonlijke aanval wordt iemands standpunt hard aangevallen
A
juist
B
onjuist

Slide 17 - Quizvraag

het bespelen van het publiek kan alleen bij een debat
A
juist
B
onjuist

Slide 18 - Quizvraag

een argument dat niet relevant is, is een drogreden
A
juist
B
onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Klassiek met Thierry moet wel een goed programma zijn, want het heeft hoge kijkcijfers.
A
onjuist beroep op kenmerk- eigenschap
B
onjuist beroep op oorzaak en gevolg
C
onjuist beroep op voorbeeldschema
D
onjuist beroep op autoriteit

Slide 20 - Quizvraag

Elke goede docent weet dat heel veel jongeren weinig discipline hebben.
A
onjuist beroep op autoriteit
B
onjuiste beroep op kenmerk-eigenschap
C
onjuist beroep op voorbeeld: overhaaste generalisatie
D
bespelen van het publiek

Slide 21 - Quizvraag

Belgen zijn slimmer dan Nederlanders. Het Groot Dictee der Nederlandse Taal is heel vaak gewonnen door een Vlaming.
A
onjuist beroep op autoriteit
B
onjuiste beroep op kenmerk-eigenschap
C
onjuist beroep op voorbeeld: overhaaste generalisatie
D
bespelen van het publiek

Slide 22 - Quizvraag

Leesvaardigheid
NieuwNederlands Cursus 2 - Lezen; paragraaf 1: Tekstdoelen
Bestudeer de theorie en maak de opdrachten.
Er worden vijf tekstdoelen onderscheiden. Bij elk tekstdoel horen tekstsoorten. Er zijn tekstsoorten waarvan het tekstdoel afhankelijk is van de inhoud. Zo kan een column bij elk tekstdoel ingedeeld worden en een recensie bijna ook. Probeer te bedenken waarom dat zo is.

Slide 23 - Tekstslide

Leesvaardigheid
NieuwNederlands Cursus 2 - Lezen; paragraaf 3: tekstsoorten
In paragraaf drie worden drie tekstsoorten behandeld: 
uiteenzetting, betoog,  beschouwing

Lees de theorie goed door en maak opdracht 1. Deze opdracht bestaat uit 40 vragen; voor een deel van de vragen heb je misschien een woordenboek nodig.

Slide 24 - Tekstslide

Literatuur
Als je de boeken nog niet uit hebt, bedenk dan hoeveel tijd het je kost de opdracht uit te werken en reken uit hoeveel dagen je over hebt om te lezen. Verdeel het aantal bladzijden dat je nog moet lezen over die dagen.
Bekijk ook de opdracht en de rubric nog een keer in Teams.
De deadline voor het inleveren van de opdracht is volgende week vrijdag 23 april.

Slide 25 - Tekstslide

Succes!

Slide 26 - Tekstslide