Client p3 les 4

Client P3 - lesweek 3
Participatie 
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
MZ ClientMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Client P3 - lesweek 3
Participatie 

Slide 1 - Tekstslide

Planning 
- Terugblik
- Sociale participatie
- Maatschappelijke participatie
- Opdracht Casus Betty

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen 
1. Aan het einde heb je inzicht in de verschillende niveaus van de participatieladder
2. Je kunt de verschillende domeinen van participatie beschrijven

Slide 3 - Tekstslide

Wat ken of weet jij over participatie?

Slide 4 - Open vraag

Participatie
  • Participatie = het als volwaardig burger kunnen deelnemen aan wat er in de samenleving gebeurt.

  • Participatie is belangrijk op de volgende gebieden:

             Scholing: ieder heeft het recht zich te ontplooien, ontwikkelen.
             Vrije tijd: ieder heeft het recht zich te ontspannen, verbonden te voelen, leven en beleven.
             Werk: ieder heeft recht op waardering voor zijn prestaties en de verantwoordelijk om een bijdrage te leveren aan zijn                         eigen (economisch) bestaan. 

  • Je kunt participatie onderverdelen in verschillende manieren (op de volgende dia's uitgewerkt)
  1. Participatie breed en smal
  2. Participatie afgebakend naar domein
  3. Actieve en passieve participatie
  4. Indeling naar doel en mate van interactie

Slide 5 - Tekstslide

Participatie - breed en smal
Brede opvatting:​

Het gaat hier om het meedoen aan het maatschappelijke verkeer in al haar facetten en ook andere vormen van betrokkenheid, zoals het op de hoogte blijven van nieuws en actualiteiten.​

Smalle opvatting:​
Hier draait het om deelname aan een bepaalde activiteit.


Slide 6 - Tekstslide

Participatie afgebakend naar domein
1. Eigen inkomen
2. Zelfstandig functioneren
3. Opdoen van vaardigheden
4. Sociale contacten
5. Maatschappelijke bijdrage
6. Maatschappelijke deelname

Slide 7 - Tekstslide

Actieve en passieve participatie
Het verschil tussen actieve en passieve participatie = de inzet die het vraagt van de deelnemer.​


Ben je lid van een natuurorganisatie (passieve participatie) of in het bestuur zitten (actieve participatie).​

De indeling in passief of actief kan betrekking hebben op activiteiten in verschillende maatschappelijke domeinen, zoals de politiek en het verenigingswezen.​

Bij bepaalde domeinen, zoals arbeid en mantelzorg, gaat het bijna altijd om actieve participatie.


Slide 8 - Tekstslide

Indeling naar doel en mate van interactie
Participatieladder = de opbouw in gradaties van het​ niveau van meedoen in de samenleving van mensen. ​  

De zes niveaus (treden) gaan van nergens aan meedoen tot​  volledige deelname.​

Op bijv. veel zorgboerderijen is de participatieladder een houvast ​ en kader om doelen en activiteiten op in te richten.





Slide 9 - Tekstslide

Twee check-up vragen

Slide 10 - Tekstslide

Wat is participatie?
timer
0:30
A
Opbouw in gradatie van het niveau van meedoen in de samenleving van mensen.
B
Het als volwaardig burger kunnen deelnemen aan wat er in de samenleving gebeurt.
C
Mensen met een specifieke achtergrond eisen gelijke rechten op.
D
Deelname aan een bepaalde activiteit.

Slide 11 - Quizvraag

Werken zonder enige aanvulling.
Alleen functionele contacten, zoals een doktersbezoek. 
Vrijwilligers werk of het volgen van een BOL opleiding.
Werken met een aanvullende uitkering.
Deelnemen aan activiteiten waarbij je mensen ontmoet. 
Deelnemen aan een cursus. 
6. Betaald werk 
5. Betaald werk met ondersteuning
4.  Onbetaald werk
3. Deelname aan activiteiten.
2. Sociale contacten buitenshuis
1. Geisoleerd 
De participatie ladder bestaat uit 6 verschillende treden. De 6 treden zeggen iets over het niveau van meedoen in de samenleving. 
Koppel de juiste trede aan de juiste omschrijving.

Slide 12 - Sleepvraag

De participatiewet 
De Participatiewet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden. Ook mensen met een arbeidsbeperking.

Slide 13 - Tekstslide

Ken jij zelf vormen van participatie in jou omgeving?

Slide 14 - Woordweb

Einde

Slide 15 - Tekstslide