CONJUNCTUUR
CONJUNCTUUR
Deze slide heeft geen instructies
Lesdoel
• uitleggen waarom de marginale consumptiequote kan stijgen of dalen.
• uitleggen dat de som van de marginale consumptiequote en de marginale spaarquote 1 is.
• uit een consumptiefunctie de spaarfunctie afleiden.
Deze slide heeft geen instructies
Terugblik
Bespreken SO H1 + 2
Deze slide heeft geen instructies
Keynesiaans model
De theorie van Keynes kan worden weergegeven met behulp van een model. Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid.
Deze slide heeft geen instructies
Gezinnen (consumeren en sparen)
Gezinnen verdienen hun inkomen door te werken bij de bedrijven.
Het deel wat de gezinnen uitgeven aan goederen en diensten noemen we consumptie (C) en het deel wat niet wordt uitgegeven wordt gespaard (S).
Deze slide heeft geen instructies
Marginale consumptiequote
Het verband tussen de consumptie en het inkomen kan weergeven worden in een consumptiefunctie. Dit kan er bijvoorbeeld zo uitzien:
C = 0,75Y
De gezinnen sparen van elk verdiende euro 25% en 75% wordt geconsumeerd.
Deze slide heeft geen instructies
Autonome consumptie
De consumptiequote kan er ook zo uitzien: C = 0,75Y+30
Als het inkomen 0 is, dan wordt er toch 30 miljard geconsumeerd. Hoe kan dit?
Deze slide heeft geen instructies
Autonome consumptie
Als je geen inkomen hebt, kun je geld van de spaarrekening halen of verkoop je een bezit om geld van te maken om uit te geven.
Dit noemen ze ontsparen.
De autonome consumptie is onafhankelijk van de hoogte van het nationaal inkomen.
Deze slide heeft geen instructies
Spaarfunctie
C = 0,75Y+30
Deze consumptiequote laat zien dat 75% van het inkomen geconsumeerd wordt.
Welke spaarfunctie zou hierbij horen?
S =
S = 0,25Y - 30
Besparingen gezinnen
Hoeveel er van het inkomen gespaard en geconsumeerd wordt, hangt af van:
- De mate waarin gezinnen in hun basisbehoeften kunnen voorzien
- Het consumentenvertrouwen
- De rentestand
Deze slide heeft geen instructies
Zelfstandig werken
Huiswerk is:
Basis: maken 3.3 t/m 3.7, 3.9
Intensief: maken 3.2 t/m 3.9
Plus: maken 3.3, 3.4, 3.6, 3.7, 3.9
Deze slide heeft geen instructies
Evaluatie
• uitleggen waarom de marginale consumptiequote kan stijgen of dalen.
• uitleggen dat de som van de marginale consumptiequote en de marginale spaarquote 1 is.
• uit een consumptiefunctie de spaarfunctie afleiden.
Deze slide heeft geen instructies