Thema 3, week 4 Woordendictee

Samenegestelde woorden
Samenstellingen schrijf je in principe aan elkaar.
voetbal + competitie = voetbalcompetitie
tentamen + stress =  tentamenstress

en soms gebruik je een tussenletter
station+straat = stationsstraat
bij + honing = bijenhoning
rood+kool = rodekool
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpellingBasisschoolGroep 8

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Samenegestelde woorden
Samenstellingen schrijf je in principe aan elkaar.
voetbal + competitie = voetbalcompetitie
tentamen + stress =  tentamenstress

en soms gebruik je een tussenletter
station+straat = stationsstraat
bij + honing = bijenhoning
rood+kool = rodekool

Slide 1 - Tekstslide

wat staat hier?
naapen
  • na-apen



Slide 2 - Tekstslide

lesdoel
Ik kan woorden met koppelteken correct spellen.

Slide 3 - Tekstslide

koppelteken

Slide 4 - Tekstslide

koppelteken

Je gebruikt een koppelteken als er klinkers botsen, die ook samen een klank kunnen vormen.

bijvoorbeeld:
auto + ongeluk = auto-ongeluk
mini + jurk = mini-jurk

Slide 5 - Tekstslide

kijk maar
minijurk
  • mini-jurk

camerainstelling
  • camera-instelling

Slide 6 - Tekstslide

wel of geen koppelteken
A
auto onderdelen
B
auto-onderdelen

Slide 7 - Quizvraag

wel of geen koppelteken
A
stage uren
B
stage-uren

Slide 8 - Quizvraag

wel of geen koppelteken
A
minimuminkomen
B
minimum-inkomen

Slide 9 - Quizvraag

koppelteken
Uitzonderingen
Je gebruikt een koppelteken als er er in het samengestelde woord cijfers voor?

bijvoorbeeld:
80-jarige

Slide 10 - Tekstslide

koppelteken
Je gebruikt een koppelteken als er in het samengestelde woord een afkorting voorkomt.

bijvoorbeeld:
usb-stick

Slide 11 - Tekstslide

koppelteken
Uitzonderingen
Je gebruikt een koppelteken bij aardrijkskundige namen

bijvoorbeeld:
Zuid + Holland = Zuid-Holland

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

trema
knie
knieën

o-lie
oliën

Slide 14 - Tekstslide

trema
ruine

ruïne

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

's morgens
Vroeger zei men des morgens
De apostrof staat op de plaats van de


De apostrof kan dus letters vervangen

Slide 18 - Tekstslide

Luister goed
De woorden aan de linkerkant hebben allemaal een lange klank
aa / oo/ uu/ oo /ie/, maar je schrijft ze met één letter.

Om de lange klank te behouden, schrijf je in het meervoud een komma voor de s.

kilo’s

menu's

panda's

kiwi’s

guppy’s

Slide 19 - Tekstslide

piano
De laatste klank is lang 
De laatste letter is a, i, o, y of u

Dan apostrof s --> 's
piano's

Slide 20 - Tekstslide

Romy's bril
Het is Marions bril maar Anne’s jas.
Als je achter Anne een s zou zetten, zou je de naam niet goed uitspreken.

Sherena's fiets
Hassans laptop


Slide 21 - Tekstslide

pak je spellingschrift
Het dictee gaat over:

trema : pinguïns
apostrof : 's avonds, baby's
koppelteken: mini-jurk, 4-jarige

Slide 22 - Tekstslide