pH en aflopende reacties

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurwetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

[H+]= 10-3 mol/l De pH is dan
A
3
B
-3
C
11
D
-11

Slide 5 - Quizvraag

Vb. pH=4 wat is de pOH?
A
4
B
10
C
6
D
8

Slide 6 - Quizvraag

De concentratie van OH- ionen voor een pH waarde van 2 is
A
10-2 mol/l
B
10 +12 mol/l
C
10-12 mol/l
D
Geen idee

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de pOH als [H+] = 10 -9 mol/l
A
9
B
5
C
6
D
4

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Opdracht 3 p 37: pH=3 Wat gebeurt er met de pH waarde indien de concentratie van ionen 10X groter is?
A
pH=3
B
pH=4
C
pH=2
D
Geen idee

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Definitie: een zuur is een product dat als protonendonor kan optreden d.w.z. dat het...
A
Een waterstof kan afgeven
B
Een proton kan opnemen
C
Een proton kan afgeven
D
Een waterstof kan opnemen

Slide 16 - Quizvraag

Volgens deze redenering: wat is de definitie van een base?

Slide 17 - Open vraag

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video

opdracht p 39:



Slide 21 - Tekstslide

Waarom laat men boeren bij het nemen van een antacida?
A
door het zuur HCl
B
Door het calciumcarbonaat
C
door de CO2
D
door het CaCl2

Slide 22 - Quizvraag

Als HCl het zuur is, dan is de toegevoegde base:
A
CO2
B
calciumcarbonaat
C
CaCl2

Slide 23 - Quizvraag

Welk zout wordt in deze reactie gevormd?
A
HCl
B
calciumcarbonaat
C
CO2
D
CaCl2

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Wat heb je nodig om iets te verbranden?

Slide 29 - Woordweb

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide