Argumentatie - H4 - 03

Standpunt + argumenten
Soorten argumenten
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Standpunt + argumenten
Soorten argumenten

Slide 1 - Tekstslide

Paragraaf 2: Soorten argumenten!
Opdr. 3 t/m 5 
en verder...

Slide 2 - Tekstslide

S. Er moeten geen fietsers door de onderdoorgang van het Rijksmuseum gaan rijden.
A. Het leidt, zoals ook wel elders in de stad, alleen maar tot geschreeuw, zo niet erger en bevestigt dus bij toeristen dat Nederlanders vaak een nogal bot volkje vormen.

Argumentatie op basis van:

A
feiten
B
levensbeschouwelijke overtuiging
C
normen en waarden
D
nut

Slide 3 - Quizvraag

S. Ik denk dat we in de nabije toekomst meer te maken gaan krijgen met kinderen die thuis zitten omdat ze op school niet te handhaven zijn.
A. Het lijkt mij dat er maar weinig docenten zullen zijn die zonder extra hulp deze kinderen de juiste aandacht kunnen geven.


Argumentatie op basis van:
A
feiten
B
gezag
C
nut
D
vermoeden

Slide 4 - Quizvraag

1 Volwassenen gaan er ten onrechte van uit dat alle jongeren digitaal vaardig en competent zijn.
2 Uit diverse onderzoeken blijkt evenwel dat jongeren heel weinig van internet weten.

Argumentatie op basis van:

A
gezag
B
nut
C
vermoedens
D
wetenschap

Slide 5 - Quizvraag

Objectief = feitelijk, controleerbaar
Subjectief = niet-feitelijk

Argumentatie op basis van:
- feiten;
- onderzoek of wetenschap;
- normen en waarden;
- vermoedens;
- geloof of overtuiging (levensbeschouwing);
- gezag of autoriteit;
- nut.

Slide 6 - Tekstslide

S. Mijns inziens moeten we geen telefoons meer toelaten op school.

A. Leerlingen zitten een aanzienlijk deel van hun leertijd op hun schermpje te turen; in die tijd maken ze geen schoolwerk.
A
objectief argument
B
subjectief argument

Slide 7 - Quizvraag

S. Per dag een half uur bewegen is gezond.

A. Onderzoek heeft uitgewezen dat je conditie daar echt beter van wordt.


A
objectief argument
B
subjectief argument

Slide 8 - Quizvraag

S. Vrouwen kunnen prima met vrouwen trouwen en mannen met mannen.

A. Je moet je gewoon niet bemoeien met het liefdesleven van andere mensen.

A
objectief argument
B
subjectief argument

Slide 9 - Quizvraag

S. Cijfers geven werkt niet.

A. René Kneyber, deskundige op het gebied van formatief handelen, roept dat al jaren.

Argumentatie op basis van:
A
nut
B
vermoedens
C
gezag
D
wetenschap

Slide 10 - Quizvraag

S. De man die zijn vrouw met zuur overgoot, verdient een lange gevangenisstraf.

A. Het maakt niet uit wat je vrouw gedaan of gezegd heeft, iemand voor het leven verminken met bijtend zuur doe je gewoon niet.

Argumentatie op basis van:
A
gezag
B
levensbeschouwelijke overtuiging
C
nut
D
normen en waarden

Slide 11 - Quizvraag

S. FVD zegt dat we overal weer 130 mogen rijden, maar dat vind ik een slecht idee voor het milieu.

A. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat de hoeveelheid fijnstof in de lucht stukken minder is op plekken waar je maar 100 mag rijden.

Argumentatie op basis van:
A
gezag
B
normen en waarden
C
wetenschap
D
nut

Slide 12 - Quizvraag

S. Roken op het schoolplein moet verboden worden.

A. Het schoolplein wordt er een stuk schoner van en leerlingen komen dan ook een stuk frisser naar binnen.

Argumentatie op basis van:
A
normen en waarden
B
nut
C
wetenschap
D
feiten

Slide 13 - Quizvraag