Hygiënisch handelen

5PVZ · BASISZORG EN ONDERSTEUNING

Hygiënisch handelen

Van besmetting naar genezing, en hoe jij besmetting voorkomt

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerzorgingSecundair onderwijsBeroepssecundair onderwijs

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

5PVZ · BASISZORG EN ONDERSTEUNING

Hygiënisch handelen

Van besmetting naar genezing, en hoe jij besmetting voorkomt

LESDOELEN

Op het einde van de les…

Ik voer een volledige hygiënische voorbereiding correct uit en observeer een klasgenoot.

BK3_01.04 · BK3_02.05

Ik leg het verschil uit tussen besmetting, infectie en ontsteking.

BK3_02.05

Ik herken besmettingsbron en besmettingsweg en weet hoe ik een kruisinfectie voorkom.

BK3_02.05 · BK3_02.11

Ik weet wanneer ik mijn handen was of ontsmet, en pas hoest-, nies- en snuithygiëne toe.

BK3_01.04.03

Leerplan Basiszorg en ondersteuning · het doel staat rechtsboven op elke dia

VANDAAG

Zo ziet de les eruit

1

Stations afwerken

De stations die nog niet afgevinkt zijn in je hygiënepaspoort

2

Nabespreking

Wat ging goed? Wat kan beter?

3

Boek LEF

2.2 Hygiënisch handelen: zorginfecties en kruisinfecties

4

Bordschema

Van besmetting naar genezing

DOORSCHUIFSYSTEEM

Afspraken per station

Rollen bij de praktijkstations

Uitvoerder voert de handeling uit

Observator volgt mee met de controlekaart

Filmer maakt een kort filmpje met de Chromebook

Wissel van rol: iedereen voert de handeling minstens één keer uit.

Niet doorschuiven voordat…

  • je antwoordblad ingevuld is

  • de controlekaart ingevuld is

  • alles terug netjes ligt

  • je hygiënepaspoort afgevinkt is

Antwoordblad in het bakje AFGEWERKT – STATION x

12 minuten werken · 3 minuten opruimen en doorschuiven

DOORSCHUIFSYSTEEM

Welke stations moet jij nog doen?

1

Besmetting, infectie en kruisbesmetting

2

Wassen of ontsmetten?

3

Hoest-, nies- en snuithygiëne

4

Handschoenen

praktijk + filmpje

5

Handhygiëne + mondmasker + handschoenen

praktijk + filmpje

6

Handen wassen en ontsmetten

praktijk + filmpje

ALLE 6 STATIONS AFGEVINKT?

Hygiëne is meer dan een taak. Het is een houding.

Veilig

Zorgvuldig

Professioneel

Klaar voor stage

NABESPREKING

Wat zagen we in de filmpjes?

Check met de controlekaart

  • Handhygiëne vóór de PBM?

  • Buitenkant van de handschoen niet aangeraakt?

  • Juiste volgorde mondmasker en handschoenen?

  • Handen ontsmet na het uittrekken?

Reflectie

Wat ging goed?

Wat wil ik volgende keer verbeteren?

Lees je antwoord voor van je antwoordblad.

BOEK LEF · 2.2

Hygiënisch handelen

Wat?

Maatregelen nemen om je eigen gezondheid en die van anderen te beschermen. Zo kom je zo weinig mogelijk in aanraking met ziektekiemen.

Waarom?

Zorgvragers hebben vaak meerdere gezondheidsproblemen en een verzwakte weerstand. Ze zijn extra vatbaar voor ziektekiemen.

2.2.1 ZORGINFECTIES

Ziektekiemen = micro-organismen

Een zorginfectie ontstaat bij een zorgvrager na de opname in een zorginstelling. De oorzaak: ziektekiemen, onzichtbare kleine organismen die mensen ziek kunnen maken.

Bacteriën

Virussen

Schimmels

Parasieten

Let op: ook jij kan drager zijn van ziektekiemen, zonder zelf ziek te zijn.

BORDSCHEMA

Van besmetting naar genezing

1

Besmetting

Micro-organismen komen binnen in het lichaam. Nog niet ziek.

2

Afweer

Het afweersysteem probeert ze tegen te houden.

lukt niet

3

Infectie

De kiemen vermeerderen zich in het lichaam. Wel ziek.

4

Ontsteking

Het lichaam reageert: rood, pijn, zwelling, warmte.

5

Genezen

Het afweersysteem doodt alle micro-organismen.

Houdt het afweersysteem de kiemen wel tegen? Dan word je niet ziek. Besmetting is dus niet hetzelfde als infectie.

2.2.1 ZORGINFECTIES

Hoe herken je een ontsteking?

Infectie

De ziektekiemen vermenigvuldigen zich in het lichaam (kolonisatie).

Ontsteking

De reactie van het lichaam op een infectie of beschadiging.

Een arts stelt de diagnose op basis van de klachten en symptomen, en start een behandeling.

Roodheid

Warmte

Pijn

Zwelling

Functieverlies

2.2.1 ZORGINFECTIES

Waar komen kiemen vandaan, en hoe reizen ze?

Besmettingsbron

Van wie of waarvan je de kiemen krijgt: een mens of dier, water, voedsel of een voorwerp.

Besmettingsweg

De weg van de ene naar de andere mens. Kiemen komen binnen via beschadigde huid, neus, mond of ogen.

Rechtstreeks

Contact met een besmet persoon: aanraken, zoenen, bloed, of druppeltjes via hoesten en niezen.

Onrechtstreeks

Via een tussenstap: handen, een deurklink, een handdoek, voedsel of water.

2.2.2 ZORGINFECTIES VOORKOMEN

Kruisinfectie: van zorgvrager naar zorgvrager

De handen van zorgverleners zijn de belangrijkste overdrachtsweg. Zo voorkom je kruisinfecties:

Goede handhygiëne vóór en na de zorg

Eerst het schone, dan het vuile verzorgen

Let op toegangspoorten: wonden en slijmvliezen

Schoon en bevuild materiaal gescheiden houden

Besmet materiaal snel verwijderen of ontsmetten

2.2.2 HANDHYGIËNE

Wassen of ontsmetten: wanneer?

Handen wassen

  • bij begin en einde van de dienst

  • voor en na eten bereiden en maaltijdzorg

  • na een toiletbezoek

  • voor en na elke maaltijd

  • als je handen zichtbaar vuil zijn

  • bij hoesten, niezen of snuiten

Handen ontsmetten

  • voor en na een zorgtaak

  • direct na contact met de zorgvrager

  • na contact met de directe omgeving van de zorgvrager

  • na het uittrekken van handschoenen

  • bij hoesten, niezen of snuiten

2.2.2 HOEST-, NIES- EN SNUITHYGIËNE

Bescherm anderen tegen druppelinfectie

Druppelinfectie

Bij hoesten of niezen verspreiden kiemen uit neus, mond en keel zich via onzichtbare speekseldruppeltjes. Anderen ademen die in.

Ook je handen raken besmet bij hoesten, niezen of snuiten.

Wend je gezicht af en houd afstand

Hoest of nies in een papieren zakdoek

Geen zakdoek? Gebruik je elleboog

Snuit tijdig, met een wegwerpzakdoek

Gooi de zakdoek meteen in de vuilnisbak

Daarna altijd: handhygiëne

AAN DE SLAG IN JE BOEK

Vul de kantlijnopdrachten in

1

Noteer de link tussen kolonisatie en ontsteking.

2

Noteer het verschil tussen een ontsteking en een infectie.

3

Noteer wanneer er een kruisinfectie is.

4

Noteer een voorbeeld van een kruisbesmetting.

5

Noteer 5 woorden die je associeert met een goede handhygiëne.

TERUGBLIK

Hebben we onze doelen bereikt?

DOEL 1 · Hygiënische voorbereiding

Wat doe je meteen na het uittrekken van je handschoenen?

DOEL 2 · Besmetting en infectie

Wat is het verschil tussen besmetting en infectie? Noem 3 kenmerken van een ontsteking.

DOEL 3 · Kruisinfectie

Geef 2 manieren om een kruisinfectie te voorkomen.

DOEL 4 · Handhygiëne

Je hebt je neus gesnoten. Wat doe je daarna?

Duim omhoog, opzij of omlaag: hoe ver sta jij nu per doel? Vergelijk met het begin van de les.