Thema 4 DNA B 5 t/m 7

Thema 4 DNA B 5 t/m 7
herhaling
uitleg genexpressie, genetische variatie, biotechnologie
examenvragen
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Thema 4 DNA B 5 t/m 7
herhaling
uitleg genexpressie, genetische variatie, biotechnologie
examenvragen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling
Je hebt een DNA-molecuul met de volgende DNA-volgorde:

3' TAC TCG TTC 5' (streng 1)
5' ATG AGC AAG 3' (streng 2)

1. Hoe ziet het DNA-molecuul eruit na de DNA-replicatie
2. Hoe ziet het mRNA-molecuul eruit als streng 1 wordt afgelezen?
3. Wat is het verschil tussen pre-mRNA en functioneel (rijp) mRNA?
4. Welke aminozuren worden ingebouwd op basis van de code van streng 1?
5. Hoe heet het proces waarbij het mRNA-molecuul wordt afgelezen?

timer
4:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

antwoorden
1. Na DNA-replicatie krijg je 2x precies hetzelfde DNA-molecuul:
TAC TCG TTC (streng 1)
ATG AGC AAG (streng 2)
2. Het mRNA-molecuul ziet er zo uit:  5'AUG AGC AAG 3'
3. pre-mRNA bevat nog intronen, bij functioneel mRNA zijn deze er uit geknipt
4. De ingebouwde aminozuren zijn: MET - SER - LYS
5. Het proces waarbij het mRNA-molecuul wordt afgelezen heet: translatie

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

genregulatie / genexpressie

genregulatie
het aan- en uitzetten van een gen

genexpressie
de informatie van het DNA wordt overgeschreven tot RNA, waarvan de code door translatie kan worden omgezet tot een eiwit

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

doel van genregulatie
* variatie in intensiteit van genexpressie (tot uiting komen)

enzymen nodig voor basisfunctie cel                    altijd expressie
enzymen voor specifieke functie cel             niet altijd expressie

* voorkomen van verspilling grondstoffen en energie

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

genexpressie is belangrijk voor specialisatie cellen
(= celdifferentiatie = elke cel zijn eigen vorm en functie)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genregulatie eukaryoot  stamcellen
stamcellen: cellen die nog niet (volledig) zijn gespecialiseerd.
Zaadcelmoedercellen, eicelmoedercellen, stamcellen en kankercellen kunnen zich onbeperkt blijven delen door het enzym telomerase, wat een telomeer weer langer kan maken.

Typen: 
Omnipotent/totipotent, pluripotent, multipotent --> zie afbeelding.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genregulatie prokaryoot
werking van het lac operon en tryptofaan operon

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

afbraak van lactose met behulp van enzym
bij E.coli (een bacterie)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bestudeer afb 49 +
Leg aan elkaar uit hoe het lac-operon werkt en vergelijk met het tryptofaan operon
Benoem de functie van:
de promotor, operator en regulatorgen en repressor
welke functie heeft lactose?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

genregulatie in een prokaryoot 
(structuur)-genen staan uit
genregulatie in een prokaryoot 
(structuur)-genen staan aan
structuurgenen bevatten de informatie voor eiwitten

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veel genen hebben een operator waar eventueel een repressoreiwit kan binden.
Wat is de functie van zo’n repressoreiwit?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

E.coli a heeft een mutatie in de promotor.
E.coli b heeft een mutatie in de operator. In welke bacterie wordt beta-galactosidase geproduceerd?
A
in bacterie a en b
B
alleen in bacterie a
C
alleen in bacterie b
D
in geen enkele bacterie

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Repressor/Corepressor
Repressors kunnen inactief worden gemaakt:
- Inductor bindt repressor waardoor operator vrijkomt

Of actief worden gemaakt:
- molecuul bindt aan corepressor
- repressor bindt aan operator

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Apoptose
= Geprogrammeerde celdood. 
Wanneer een cel ongewenst is, zullen enzymen de cel doden. Elke cel cel bevat deze enzymen, die hun werk doen zodra ze worden geactiveerd. 

Ongewenste cellen kunnen cellen zijn met een fout of in de embryonale ontwikkeling --> afbeelding.
Het cytoskelet wordt afgebroken en het DNA van de cel wordt in stukjes geknipt.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genregulatie bij volwassen organismen

Ook bij volwassen eukaryoten is de genexpressie afhankelijk van het milieu van de cel en de functie van de cel.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genregulatie eukaryoten bij eiwitsynthese

Alle stappen in de genexpressie kunnen worden gereguleerd, belangrijkste is het wel/niet laten plaatsvinden van RNA-transcriptie (transcriptional control in de afbeelding hiernaast).


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Activator / repressor
RNA-polymerase heeft de hulp nodig van transcriptiefactoren om de transcriptie te kunnen beginnen.

-Activators binden aan een specifieke DNA-sequentie genaamd enhancer.

-Repressors binden aan bepaalde sequenties in het DNA en blokkeren daardoor de transcriptie

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Histonbinding +
DNA-methylering
Bepaalde stoffen kunnen de histonen ertoe aanzetten om het DNA steviger of juist losser te binden: dat bepaalt de mate waarin het DNA is af te lezen.

Als het DNA op bepaalde plaatsen niet meer is af te lezen omdat er methylgroepen (meestal aan cytosine) zijn gebonden, noem je dat DNA-methylering. De volgorde van nucleotiden verandert niet, dit kan wel worden doorgegeven aan het nageslacht!

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Epigenetica
De wetenschap van de epigenetica houdt zich bezig met het bestuderen van omkeerbare veranderingen in de activiteit van genen, die niet het gevolg zijn van veranderingen in de nucleotidevolgorde in het DNA.
Dus o.a. de histonverdichting en DNA-methylering uit de vorige slide. Een voorbeeld hiervan is de hongerwinter: kinderen die geboren zijn uit moeders die de hongerwinter doormaakten, kunnen spaarzamer omgaan met de voedingsstoffen die zij binnenkrijgen. Maar doordat er op dit moment voedsel in overvloed is, hebben zij juist eerder kans op overgewicht en andere gerelateerde ziektes zoals diabetes en hart-en vaatziekten

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

RNA-interferentie 
(RNAi) voorkomt translatie
Een kort type RNA: micro-RNA (miRNA) remt de expressie van genen door het afbreken of blokkeren van mRNA-moleculen zodat geen translatie kan plaatsvinden.



Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke vorm van genregulatie kan NIET voorkómen dat een gen wordt afgelezen?
A
Transcriptiefactoren
B
Methylering
C
micro-RNA
D
histonverdichting

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van de omkeerbare veranderingen in het DNA?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen B6 Genetische variatie
- mutatie
- substitutie
- deletie
- insertie
- puntmutatie
- genoommutatie
- non-disjunctie
- trisomie-21
- mutagene straling
- mutagene stoffen
- DNA-repairsysteem
- nuclease
 - suppressorgen
- proto-oncogen
- oncogen
- goedaardige tumor
- kwaadaardige tumor
- metastase
- recombinatie
- crossing-over
- haplotype

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mutaties
Mutaties: veranderingen in basenvolgorde van DNA.

Varianten:
Puntmutatie (genmutatie) -->
chromosoommutatie
genoommutatie

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Puntmutatie
Substitutie: vervanging van nucleotiden door andere nucleotiden.
Deletie: nucleotiden zijn uit het DNA verwijderd.
Insertie: nucleotiden zijn aan het DNA toegevoegd.





Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke soort puntmutatie heeft het minste gevolg voor het eiwit dat gemaakt wordt bij expressie?
A
substitutie
B
insertie
C
deletie

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Chromosoom mutatie:
Crossing-over tijdens meiose
recombinatievergroot de genetische variatie

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontstaan van kanker
  • Suppressorgenen en proto-oncogen reguleren celdeling van lichaamscellen
  • Na mutatie in suppressorgen geen rem meer op celcyclus. Alle dochtercellen krijgen de mutatie mee
  • Proto-oncogen: vóór-kankergen. Door mutatie of toename genexpressie kan proto-oncogen veranderen in oncogen (zorgt voor abnormaal snel groeien en delen van de cel
  • Tumorsuppressorgenen: wanneer dit gen er niet voor zorgt dat cel overgaat tot apoptose, kan gezwel (tumor) ontstaan
  • Tumor: geen verstoring weefsel en  geen cellen uitzaaien dan goedaardig
  • Kanker: kwaadaardige tumor. Weefselstructuur kapot door behoefte aan voeding dus bloedtoevoer en cellen laten los voor elders gezwel

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het ontstaan van kanker

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

B7 Biotechnologie 
-> Klassieke biotechnologie
-> Moderne biotechnologie

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is nu mogelijk met behulp van Crispr-Cas9?
A
Stimuleren van de menselijke afweer
B
Op elke gewenste plek in het DNA knippen
C
'foute' genen in DNA repareren
D
Virussen bestrijden die zich in ons DNA inbouwen

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is crispr-cas voor techniek?
A
een vorm van recombinant DNA techniek
B
een voorbeeld van klassieke biotechnologie.
C
een vorm van epigenetica
D
een vorm van RNAi

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Polyploïdie

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Polyploïdie

Gebruik colchicine -> spoelfiguur wordt afgebroken


Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genetische modificatie

Gen van het ene organisme overbrengen naar het andere
-> GGO

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cisgenese: DNA van dezelfde soort
Transgenese: DNA van een andere
                              soort

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik weet wat restrictie enzymen zijn
Ja!
Soort van?
Nee...

Slide 42 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Recombinant DNA techniek
Restrictie enzymen

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom wordt er altijd een gen voor antibioticum resistentie in de plasmide ingebouwd?
A
Anders werkt het plasmide niet goed
B
Anders neemt de bacterie het plasmide niet op
C
Dan kan er getest worden of het plasmide is opgenomen
D
Dit maakt de techniek makkelijker om uit te voeren

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

antisense-DNA

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

complementair of copy DNA (cDNA)
  • Verkregen door mRNA dat codeert voor een eiwit m.b.v. reverse transcriptase om te zetten naar enkelstrengs DNA
  • Vervolgens DNA dubbelstrengs maken door tweede streng DNA ertegen te maken m.b.v. DNA polymerase ---> copyDNA

Dit cDNA inbrengen in een plasmide of in een virus

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bevat het cDNA alleen introns, alleen exons, of beide?
A
alleen introns
B
alleen exons
C
zowel introns als exons

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

knock-outgen

Slide 49 - Tekstslide

permanent uitschakelen
embryonale stamcellen -> deel van gen vervangen door antibioticum resistentie
cellen met KO construct worden ingebracht in embryo
doorkruisen tot individu dat volledig KO is