Welzijn kind en jongere hoofdstuk 3

Welzijn kind en jongere
Opvoeding.
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 150 min

Onderdelen in deze les

Welzijn kind en jongere
Opvoeding.

Slide 1 - Tekstslide

Startopdracht:

Slide 2 - Tekstslide

Stelling 1: Als je met kinderen speelt en omgaat ben je automatisch bezig met opvoeden
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Doelen:
De leerling kent de verschillende opvoedingstechnieken.
De leerling kan de verschillende opvoedingstechnieken toepassen.
De leerling kent de invloed van cultuur op de opvoeding.
De leerling kan de opvoedingsaspecten toepassen.
De leerling kan de zelfredzaamheid van kinderen en jongeren beïnvloeden.

Slide 4 - Tekstslide

Opvoeden:
Opvoeden: begeleiden van kinderen in zijn/haar ontwikkeling tot een zelfstandig volwassen persoon.

Slide 5 - Tekstslide

Ontwikkeling van een kind:
Ontwikkeling kind wordt beïnvloed door: opvoeding
 aanleg
 aangeboren kenmerken

Slide 6 - Tekstslide

Manieren van opvoeden:
1. Democratische opvoedingsstijl.
2. Autoritaire opvoedingsstijl.
3. Laisser-faire opvoedingsstijl.
4. Verwaarlozende opvoedingsstijl.

Slide 7 - Tekstslide

Democratische opvoeding:
Democratische opvoeding: kinderen en ontwikkeling staat centraal.

Slide 8 - Tekstslide

Kenmerken:
onderhandelen
 liefde
interesse van het kind belangrijk, zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid kind belangrijk

Slide 9 - Tekstslide

Voor- en nadelen:
kunnen goed samen spelen
kind is vroeg zelfstandig
kinderen helpen graag anderen

ouders zijn veel tijd bezig met opvoeden

Slide 10 - Tekstslide

Autoritaire opvoeding:
Autoritaire opvoeding: is een bevelopvoeding.

Slide 11 - Tekstslide

Kenmerken:
streng
veel regels
straffen
ouders verwachten gehoorzaamheid
een weerwoord wordt niet geaccepteerd

Slide 12 - Tekstslide

Voor- en nadelen:
duidelijkheid voor het kind
geen eigen menig
leert niet zelf bedenken wat hij/zij wil
vanwege het volgen openstaan voor verkeerde meningen

Slide 13 - Tekstslide

Laisser faire opvoeding:
Laisser faire opvoeding: ouders bepalen zo min mogelijk voor het kind. Het is een vrije opvoeding.

Slide 14 - Tekstslide

Kenmerken:
weinig regels en grenzen
 geen structuur en duidelijkheid
 weinig controle
 veel vrijheid en liefde

Slide 15 - Tekstslide

Voor- en nadelen:
weinig conflicten
worden verwend
weinig feedback
leren niet rekening te houden met een ander
hebben moeite om emoties te beheersen

Slide 16 - Tekstslide

Verwaarlozende opvoeding:
Ouders zijn niet betrokken bij hun kind.

Slide 17 - Tekstslide

Kenmerken:
geen band met het kind
 geen opvoeding
 houden geen rekening met behoeften en interesses kind

Slide 18 - Tekstslide

Nadelen:
kind voelt geen liefde
kind is eenzaam
kind wordt onzeker en teruggetrokken
kind kan gedrag vertonen wat niet mag
kinderen leren niets van een ouder

Slide 19 - Tekstslide

Vraag:
Schrijf in je schrift:
Welke opvoedingsstijl past het beste bij hoe jij bent opgevoed?

Licht je antwoord toe.

Slide 20 - Tekstslide

Opdracht:
Lezen blz. 177 t/m 184.
Onderstreep de belangrijkste begrippen en zinnen.
Maken opdrachten 3.01 t/m 3.07 (blz. 179 t/m 184).

Slide 21 - Tekstslide

Opdracht deelopdracht 1:
Uitleg deelopdracht 1 blz. 55 t/m 58.
Maken deelopdracht.

Slide 22 - Tekstslide

Wat is een kenmerk van een laisser-faire opvoedingsstijl
A
De ouders hebben veel controle
B
De ouders geven structuur
C
De ouders geven geen liefde
D
De ouders geven weinig controle

Slide 23 - Quizvraag

Welke opvoedstijl zie je hier?
A
Democratisch
B
Autoritair
C
Verwaarlozend
D
Toegeeflijk

Slide 24 - Quizvraag

bij welke stijl is er geen betrokkenheid en veiligheid
A
Autoritaire stijl
B
Democratisch
C
Laissez-fair
D
Verwaarlozend

Slide 25 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van Democratische opvoeding
A
Kind mag alles zelf bepalen.
B
Ouders geven veel liefde
C
Kind krijgt geen ruimte voor tegenspraak

Slide 26 - Quizvraag

Bram zijn ouders vinden een strenge opvoeding belangrijk.
Welke opvoedstijl hoort hierbij?
A
democratische opvoedstijl
B
toegevelijke opvoedstijl
C
verwaarlozende opvoedstijl
D
autoritaire opvoedstijl

Slide 27 - Quizvraag

Opdracht deelopdracht 2:
Met behulp van deelopdracht 2.01 blz. 40 een kwartet maken over de baby, peuter, kleuter, schoolkind en tiener.


Slide 28 - Tekstslide

Startopdracht:
Ga naar de uitgeversgroep boek welzijn, kind en jongere.
Oefen de begrippenlijst van hoofdstuk 1.
Oefen de begrippenlijst van hoofdstuk 2.

Slide 29 - Tekstslide

Cultuurverschillen:
Cultuur: waarden en normen die mensen aan elkaar doorgeven.
Waarden: wat je belangrijk vindt in je leven.
Normen: de manier waarop je de waarden probeert te bereiken.

Slide 30 - Tekstslide

Cultuurverschillen:
In verschillende culturen zijn andere waarden belangrijk.
Ervaring van ouders nemen ze mee in de opvoeding.

Slide 31 - Tekstslide

Opdracht:
Schrijf de vraag en antwoord op in je schrift:
1. In welke cultuur wordt jij opgevoed?
2. Welke waarden zijn belangrijk in jouw cultuur?
3. Welke normen zijn belangrijk om je waarden te bereiken?

Slide 32 - Tekstslide

Opdracht:
Lezen blz. 185.
Onderstreep de belangrijkste begrippen en zinnen.
Maken opdrachten 3.08 en 3.09 (blz. 185 t/m 186).

Slide 33 - Tekstslide

Huiswerk:

Slide 34 - Tekstslide

Afsluiting:
Wat heb je geleerd?
Huiswerk.
PTA 1: vrijdag 7-11 hoofdstuk 1 t/m 5
PTA 2: 28-11 hoofdstuk 6 t/m 8

Slide 35 - Tekstslide