Theorie v/d Rijtaak 01

Welke keuze is juist? Je ziet een weg met 3 sloten. In het midden en weerszijden ligt water.
In het midden zie je 2 onderbroken strepen.
A
2 wegen, 2 rijbanen en 4 rijstroken.
B
1 weg, 2 rijbanen en 4 rijstroken.
C
1 weg en 2 rijbanen.
1 / 60
volgende
Slide 1: Quizvraag
RijopleidingBeroepsopleiding

In deze les zitten 60 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Welke keuze is juist? Je ziet een weg met 3 sloten. In het midden en weerszijden ligt water.
In het midden zie je 2 onderbroken strepen.
A
2 wegen, 2 rijbanen en 4 rijstroken.
B
1 weg, 2 rijbanen en 4 rijstroken.
C
1 weg en 2 rijbanen.

Slide 1 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je ziet een weg. In het midden zie je een berm.
Je ziet twee rijbanen met onderbroken strepen .
Welke keuze is juist?
A
2 wegen, 2 rijbanen en 4 rijstroken.
B
1 weg, 2 rijbanen en geen rijstroken.
C
1 weg, 2 rijbanen en 4 rijstroken.

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je ziet een ophaalbrug met deze bordencombinatie. Hoort deze brug volgens de WVW 1994 bij de weg?
A
Nee, want een ophaalburg hoort niet bij de weg.
B
Nee, want het staat niet open voor het openbaar rij- of ander verkeer.
C
Ja, want bruggen en duikers maken eveneens deel uit van de weg.

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een personenauto en een fietser naderen een kruispunt.
De fietser verleent de personenauto geen voorrang, waardoor er een ongeval plaatsvindt met de fietser.
Wie is civielrechtelijk aansprakelijk volgens de WVW 1994?
A
Personenauto is aansprakelijk, tenzij overmacht kan worden aangetoond.
B
Personenauto is altijd aansprakelijk.
C
Fietser is aansprakelijk.

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een voetganger veroorzaakt door onzeker gedrag een aanrijding tussen een personenauto en een bromfiets.
De bromfiets raakt beschadigd .
Mag de voetganger de plaats van het ongeval verlaten?
A
Ja, als hij zijn identiteit heeft bekendgemaakt.
B
Ja, want hij is niet bij de aanrijding betrokken.
C
Ja, want hij heeft zelf geen schade of letsel opgelopen.

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie is volgens de WVW 1994 juridisch bestuurder?
A
Leerling op een lesmotor.
B
Leerling in een lesauto.
C
Leerling in een lesauto tijdens praktijkexamen.

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie is volgens WVW 1994 niet de wettelijke (aansprakelijke) bestuurder van een motorrijtuig?
A
Een leerling in een auto.
B
Leerling op een lesmotor.
C
Een leerling op de motor , met achterop een instructeur met dubbele bediening.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een personenauto wordt gesleept door een andere personenauto. Wat is de gesleepte personenauto volgens de Wegenverkeerswet 1994?
A
Personenauto is een motorrijtuig.
B
Personenauto is een aanhangwagen.
C
Personenauto is een voertuig.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke van de onderstaande situaties is volgens de WVW 1994 strafbaar?

A
Personenauto die invoegt op de doorgaande weg en hindert tijdens het invoegen.
B
De personenauto die een fietser geen voorrang verleent terwijl die van rechts komt.
C
De personenauto die na het inhalen gelijk en vlak voor de auto terugkomt (afsnijden).

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tijdens controle blijkt dat uw leerling alcohol heeft genuttigd. Na onderzoek blijkt dat hij een AAG van 345 ug heeft. Wie krijgt een rijverbod?
A
Rijinstructeur.
B
Leerling.
C
Leerling en rijinstructeur.

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voor hoe lang mag een rijverbod maximaal worden afgegeven?
A
24 uur.
B
12 uur.
C
48 uur.

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een rijinstructeur wordt nachts om 01.00 uur aangehouden. Hij heeft te veel gedronken. Hij krijgt een rijverbod van 8 uur . Om 8.00 uur moet hij lesgeven. Mag hij lesgeven?
A
Ja, hij heeft een rijverbod als feitelijke bestuurder gekregen.
B
Nee, hij heeft een rijverbod van 8 uur.
C
Nee, hij heeft een totaal rijverbod.

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie mag het rijbewijs invorderen?
A
Bevoegd opsporingsambtenaar.
B
De rechter.
C
Verkeersregelaar.

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Door wie kan een maatregel "Ontzegging Besturen Motorrijtuig" worden opgelegd?
A
Bevoegde opsporingsambtenaar.
B
De officier van Justitie.
C
De rechter.

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een 21 jarige rijinstructeur geeft les aan een leerling. Tijdens alcoholcontrole blijkt dat de rijinstructeur 0,3 promille heeft gedronken.
Wat is het gevolg van deze overtreding?
A
Rijinstructeur is strafbaar.
B
Leerling is strafbaar.
C
Beiden zijn strafbaar.

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een rijinstructeur krijgt een ontzegging besturen van motorrijtuig van een rechter.
Mag de rijinstructeur lesgeven?
A
Ja, alleen als hij geen demonstratie geeft.
B
Nee, hij mag geen rijles geven.
C
Ja, want hij rijdt niet.

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een rijinstructeur wordt aangehouden in verband met rijden onder invloed van alcohol.
De rijinstructeur krijgt een rijverbod.
Wat mag deze persoon niet besturen?
A
Voertuig.
B
Motorvoertuig.
C
Motorrijtuig.

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op welk deel van het kentekenbewijs staan de gegevens van het voertuig?
A
1 B.
B
1 A.
C
1 C.

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke gegevens staan er op kentekenbewijs
deel 1 B?
A
De tenaamstelling.
B
De naam van de bestuurder van de auto.
C
De technische gegevens van het voertuig.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer verliest het kentekenbewijs zijn geldigheid?
A
Ingeval van schorsing of onbevoegd wijzigingen aanbrengen.
B
Ingeval van verkoop.
C
Als het kentekenbewijs is ingevorderd.

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je ziet een touringcar met een sticker 100 km p/u. Hoe kan je vaststellen of de bus een T-100 bus is?
A
Stickers aan de achterzijde van het voertuig.
B
Kentekenbewijs uit het kentekenregister.
C
Beide.

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een personenauto met benzinemotor is 4 jaar oud. Het voertuig is niet APK gekeurd.
Hoelang mag je nog met deze auto rijden?
A
2 maanden.
B
Je mag niet met dit voertuig rijden, behalve als je naar de garage rijdt voor keuring.
C
1 maand.

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is voor dit voertuig bepaald ten aanzien van kentekenplicht?
A
Alle motorrijtuigen moeten voorzien zijn van kenteken.
B
Als het voertuig niet bestemd is om op de openbare weg te rijden is het niet kentekenplichtig.
C
Alle voertuigen met een beperkte snelheid zijn niet kentekenplichtig.

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke code kan er op een rijbewijs staan?
A
Geldigheid.
B
E achter B.
C
Bril of contactlenzen.

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor codering kan op het rijbewijs worden vermeld?
A
Geldigheidsduur.
B
Regiobeperking.
C
B-E.

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Auto weegt 1.600 kg. en de aanhangwagen weegt 2.200 kg. Welke rijbewijs is vereist?
A
B + E.
B
B.
C
C+E.

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je rijdt met een auto en aanhangwagen met een totale massa van 3459 KG. Welke rijbewijs is vereist?
A
B.
B
C.
C
B+E.

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je ziet een kermiswagen met een aanhangwagen. Trekkend VT is 2000 kg en aanhangwagen is 3200 kg. Welk rijbewijs is vereist?
A
B.
B
BE.
C
CE.

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk rijbewijs is vereist?
Aanhangwagen 704 kg + Personenauto 2900 kg.
A
Rijbewijs B.
B
Rijbewijs B+E.
C
Rijbewijs C+E.

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een persoon in Duitsland heeft op 01/07/2010 het rijbewijs behaald. Vervolgens heeft hij het rijbewijs omgewisseld voor een Nederlands rijbewijs op 01/07/2011.
Tot wanneer is hij beginnende bestuurder?
A
Tot 01/07/2015.
B
Tot 01/07/2016.
C
Tot 01/07/2021.

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een persoon is 63 jaar oud.
Voor hoe lang wordt zijn rijbewijs B verlengd?
A
Tot 65 jaar.
B
Tot 67 jaar.
C
Voor 10 jaar.

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Iemand krijgt op zijn 48e jaar een rijbewijs voor de categorie B. Hoe lang is dat rijbewijs geldig?
A
Tot zijn 55e levensjaar.
B
Tot zijn 70e levensjaar.
C
10 jaar vanaf de dag van afgifte.

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vanaf welke leeftijd mag je deelnemen aan
het 2todrive programma voor de praktijklessen?
A
17,5 jaar.
B
16,5 jaar.
C
16 jaar.

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een leerling heeft zich aangemeld voor 2todrive. Wanneer moeten de deelnemers zich aanmelden bij de website 2todrive (RDW)?
A
Als hij 17 jaar oud is.
B
Voordat hij het rijbewijs aanvraagt.
C
Voor het praktijkexamen bij het CBR.

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een 17 jarige is in het bezit van een rijbewijs categorie B.
De begeleider moet 27 jaar of ouder zijn en ten minste 5 jaar in het bezit zijn van een geldig rijbewijs. Wat moet op de begeleiders pas staan?
A
De namen van zijn begeleiders.
B
Onder andere de naam van de begeleider die op dat moment naast hem/haar zit.
C
Naam van de 17 jarige.

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een 17 jarige is inmiddels in het bezit van een rijbewijs. Waar mag hij allemaal rijden?
A
In Nederland.
B
In EU landen.
C
In alle landen, waar Nederland een verdrag mee heeft.

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het doel van 2todrive?
A
Dat de niet-18 jarige onder begeleiding van een coach rijervaring opdoet voordat hij geheel zelfstandig auto gaat rijden.
B
Zelfstandig autorijden.
C
Onder begeleiding autorijden.

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel personen mogen zich opgeven als begeleider van een persoon die meedoet met het project 2todrive?
A
1 persoon.
B
5 personen.
C
Tussen de 1 en 5 personen.

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zal de sanctie zijn als een 17 jarige gaat autorijden zonder begeleiding?
A
Hij krijgt een sanctie opgelegd door de rechter.
B
Rijbewijs wordt ingevorderd en ongeldig verklaard.
C
Ontzegging van de rijbevoegdheid.
D
Hij krijgt een boete en mag zonder coach niet verder rijden.

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een persoon volgt de opleiding tot rijinstructeur. Indien hij een onderdeel succesvol heeft afgerond wordt door IBKI een deelcertificaat uitgereikt.
Voor wie is dit certificaat bestemd?
A
Voor de rijinstructeur in opleiding.
B
Voor de opleider.
C
Certificaat is slechts noodzakelijk indien men stage gaat lopen.

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een persoon is 16 jaar oud. Wat mag hij besturen?
A
Tractor, motorwals, brommobiel.
B
Heftruck, gehandicaptenvoertuig met motor, tractor
C
Stoom- en motorwalsen.

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan welke eisen moet een gezondheidsverklaring voldoen?
A
Moet (digitaal) ondertekend zijn.
B
Moet na je 70e verjaardag worden ingeleverd.
C
Een van de vragen moet met ja worden beantwoord.

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe lang is een medische verklaring geldig?
A
14 dagen.
B
30 dagen.
C
1 jaar.

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De examinator gaat met de leerling een praktijkexamen rijden. Wanneer mag de examinator vroegtijdig de rit staken volgens het CBR reglement?
A
Als de leerling de bijzondere verrichtingen niet kan uitvoeren.
B
Wanneer de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht.
C
Als de leerling te veel veiligheidsfouten maakt.

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welk geval zal de kandidaat moeten afrijden bij het BNOR?
A
Na 3 keer te zijn gezakt voor het rijexamen binnen 5 jaar.
B
Na 4 keer te zijn gezakt voor het rijexamen binnen 5 jaar.
C
De rijschool mag bepalen.

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een kandidaat beantwoordt één of meer vragen op de eigen verklaring voor het CBR met 'ja'.
Wat moet de keurende arts nu doen?
A
Een verklaring van ongeschiktheid afgeven.
B
Op de eigen verklaring een aantekening maken over de ernst van de afwijking.
C
Telefonisch aan de arts van het CBR melden wat de afwijking inhoudt.

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een persoon is in het bezit van een Nederlands rijbewijs.
Hij gaat net over de grens in Duitsland wonen.
Wat moet hij doen voor wat betreft het omwisselen van het Nederlandse rijbewijs?
A
Hij moet het omwisselen voor een Duits rijbewijs en hij mag het Nederlands rijbewijs behouden.
B
Hij moet het rijbewijs omwisselen en het Nederlands rijbewijs wordt ongeldig verklaard.
C
Hij moet het rijbewijs omwisselen en het Nederlandse rijbewijs moet hij in Duitsland inleveren.

Slide 47 - Quizvraag

Het Nederlandse rijbewijs wordt teruggestuurd naar de staat der Nederlanden.
Wie van de volgende bestuurders is strafbaar op grond van het algemene veiligheidsartikel
(art. 5 WVW 1994)?
A
Een bestuurder die bij het invoegen de doorgaande rijbaan oprijd en daarbij een andere bestuurder hindert.
B
Een bestuurder die een fietser van rechts geen voorrang verleent.
C
Een bestuurder die na het inhalen te vroeg naar rechts gaat.

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Jan leent zijn onverzekerde auto uit aan Piet.
Piet rijdt met de auto op de openbare weg.
Wie is strafbaar?
A
Jan.
B
Piet.
C
Jan en Piet.

Slide 49 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sinds 1 juni 2004 wordt voor aanhangwagens, waarvan het totaalgewicht meer bedraagt van 750 kg, een kentekenbewijs afgegeven.
Uit welke delen bestaat dit kentekenbewijs?
A
Deel 1, deel 2 en een overschrijvingsbewijs.
B
Het kentekenbewijs van het trekkend voertuig.
C
Deel 1a, deel 1b en deel 2.

Slide 50 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoelang is het theoriecertificaat categorie B van het CBR geldig?
A
1 jaar.
B
1,5 jaar.
C
2 jaar.

Slide 51 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de rechterzijde van de rijbaan zie je dit bord. Voor wie geldt dit bord?
A
Snorfiets met buiten werking zijnde motor.
B
Gehandicaptenvoertuig met in werking zijnde motor.
C
Brommobiel.

Slide 52 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

U ziet dit bord, waar bevindt u zich?
A
Binnen de bebouwde kom.
B
Buiten de bebouwde kom.
C
Binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom.

Slide 53 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke bestuurder mag deze weg wel inrijden?
A
Een bestuurder van een fiets met trapondersteuning.
B
De speed-pedelec.
C
Een gehandicaptenvoertuig zonder motor.

Slide 54 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent dit bord?
A
Je voertuig op deze locatie parkeren en verder carpoolen.
B
Je voertuig op deze locatie parkeren en doorreizen met openbaar vervoer.
C
Je voertuig op deze locatie parkeren en uitrusten.

Slide 55 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor soort fiets/bromfietspad is dit?
A
Een eenzijdig fiets/bromfietspad.
B
Een tweezijdig fiets/bromfietspad.
C
Een aanliggend fiets/bromfietspad.

Slide 56 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mag u op deze locatie een persoon laten in- of uitstappen?
A
Ja, alleen parkeren is niet toegestaan.
B
Nee, in- en uitstappen is niet toegestaan.
C
Nee, stilstaan en parkeren is niet toegestaan.

Slide 57 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je wilt rechts afslaan en het verkeerslicht staat op rood. U stopt vlak voor de V.O.P., zou dat mogen?
A
Ja, stoppen is toegestaan.
B
Nee, afstand tussen uw auto en de V.O.P. moet minstens 5 meter zijn.
C
Nee, andere bestuurders naast u moeten de V.O.P. nog goed kunnen zien.

Slide 58 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In een erf staat een motorfiets geparkeerd in een parkeervak.
Wat is geregeld ten aanzien van het parkeren van deze motorfiets?
A
De motorfiets mag hier parkeren want voetgangers mogen daar niet lopen.
B
De motorfiets moet verplicht geparkeerd worden in een aangeduid vak.
C
De motorfiets mag overal parkeren.

Slide 59 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je ziet dat een personenauto geparkeerd staat voor een in- uitrit. Is dit toegestaan?
A
Je wanneer het zijn eigen in- uitrit betreft.
B
Nee, parkeren is hier verboden.
C
Ja, wanneer er niet langdurig wordt geparkeerd.

Slide 60 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies