Thema 6 B4 Beïnvloeden van gedrag


Thema 6 

Waarneming en gedrag


B4
Beïnvloeden van gedrag
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les


Thema 6 

Waarneming en gedrag


B4
Beïnvloeden van gedrag

Slide 1 - Tekstslide

Lesprogramma B4
  • Voorkennis activeren en herhaling B3 (5m) en leerdoelen B4 (3m)
  • Leerdoel 1: Aangeboren, aangeleerd, sleutel- en supranormale prikkel (10m)
  • Opdracht 43 t/m 46 maken + oefen de flitskaarten (10m)
  • Leerdoel 2: Leerprocessen (20m)
  • Opdracht 47 t/m 49 maken + oefen de flitskaarten + maak TJ (10m)
  • Uitbeelddidactiek leerprocessen (20m) + maken de toepassings- en inzichtopdrachten 50 t/m 54 (BO) (10m)
  • Lesafsluiter (10m)

Eerder klaar? Neem de context Leefwereld 'Mensen zijn net dieren, en andersom!' door en maak de differentiatie-opdracht 55 en 56

Slide 2 - Tekstslide

0

Slide 3 - Video

Hoe noem je deze opeenvolging van handelingen die de Stekelbaarsjes deden?

Slide 4 - Open vraag

Wat is gedrag?
A
Alles wat een mens of dier doet
B
lopen, iets pakken, lachen
C
spieren die werken
D
planten die water opnemen

Slide 5 - Quizvraag

Zet de volgende begrippen in de juiste volgorde. Begin met de kleinste eenheid
timer
0:30
1
2
3
4
gedrag
gedragselement
gedragsketen
gedragssysteem

Slide 6 - Sleepvraag

Maxime en Zolikha kiezen één bepaalde chinchilla uit en noteren vijf minuten lang, elke vijf seconden, welk gedrag dit dier vertoont. Hun resultaten staan in tabel 2.

Hoe wordt tabel 2 genoemd?
A
ethogram
B
ethologie
C
protocol
D
practicum

Slide 7 - Quizvraag

Hoe noem je een gedragsketen die bedoeld is om partners aan te trekken en over te halen tot paring?

Slide 8 - Open vraag

Onder welk gedragssysteem valt de balts?
A
Voedingsgedrag
B
Territoriumgedrag
C
Voortplantingsgedrag

Slide 9 - Quizvraag

Leerdoelen B4
6.4.1 Je kunt verklaren dat gedrag deels erfelijk is bepaald (1e lesuur)

6.4.2 Je kunt leerprocessen herkennen en de functie daarvan uitleggen (2e lesuur)

Zoogdieren vinden al snel na de geboorte de weg naar de tepel van hun moeder. Dat is bijzonder, want niemand heeft ze verteld hoe dat werkt. Tijdens de levensloop van een zoogdier verandert het gedrag door ontwikkeling en ervaringen: dieren leren van wat ze meemaken.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Maak je keuze...
LessonUp
Uitlegvideo
Boek

Slide 12 - Poll

Aangeboren of aangeleerd
  • Bij het tot stand komen van gedrag spelen erfelijke eigenschappen (aangeboren) en aangeleerde eigenschappen (ervaring) een rol.
  • Aangeboren gedrag noem je ook instinct.
  • Instinct is soortspecifiek en de reacties verhogen de overlevingskans en dus de voortplantinskans.
  • Daarnaast is het ontwikkelingsstadium van het organisme van belang, maar ook de gezondheid


Slide 13 - Tekstslide

Aangeboren en aangeleerd

  • Aangeboren gedrag wordt dus via genen van ouders op kind doorgegeven. Dit gedrag levert een grotere overlevingskans voor dit individu op bij interne en externe prikkels.
  • Het nadeel van erfelijk gedrag is dat het star is en in onverwachte situatie niet altijd effectief.
  • Door leerprocessen wordt dit aangeboren gedrag aangepast aan veranderende omstandigheden en dit gedrag is duurzaam.

Slide 14 - Tekstslide

Sleutelprikkels

  • Gedragsonderzoek heeft opgeleverd dat bepaalde prikkels altijd bepaald gedrag opwekken. Zo'n prikkel wordt een sleutelprikkel genoemd. 
  • De motivatie voor bepaald gedrag is bij die specifieke prikkel hoger dan bij een prikkel die een bepaald kenmerk mist. 
  • Voor kuikens van meeuwen bijvoorbeeld is een rode vlek op een snavel een sleutelprikkel.


Slide 15 - Tekstslide

Supranormale prikkel

  • Supranormale prikkel: prikkel die een grotere kans op respons geeft dan de sleutelprikkel.
  • De supranormale prikkel is dus effectiever dan de normale sleutelprikkel, zoals te zien is in het volgende filmpje:

Slide 16 - Tekstslide

Maak de opdrachten 43 t/m 46 (kennis en begrijpen)
Eerder klaar? Oefen alvast digitaal de flitskaarten...
timer
10:00

Slide 17 - Tekstslide

Lesafsluiter B4 leerdoel 1
6.4.1 Je kunt verklaren dat gedrag deels erfelijk is bepaald.


Slide 18 - Tekstslide

Welke twee eigenschappen bepalen gedrag nog meer naast prikkels uit het milieu?

Slide 19 - Open vraag

Wat neemt er toe door de vaste reactie op prikkels bij erfelijk bepaald gedrag?

Slide 20 - Open vraag

Welke van de onderstaande gedragingen is aangeboren?
A
Een hamster komt elke avond op dezelfde tijd in actie
B
Een wolf vindt zijn prooi door het geurspoor te volgen
C
Een roodborstje eet een onsmakelijk insect, spuugt het uit en eet er nooit meer een
D
Een stekelbaars valt een houten blokje met een rode onderkant aan

Slide 21 - Quizvraag

Welke term in de biologie gebruik voor iets dat een doorslaggevende rol speelt bij het ontstaan van bepaald gedrag?

Slide 22 - Open vraag

Hoe noem je de prikkel die een grotere kans op respons geeft dan de sleutelprikkel?

Slide 23 - Open vraag

Deel 2: Leerprocessen
Leerdoel:
6.4.2 Je kunt leerprocessen herkennen en de functie daarvan uitleggen.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Maak je keuze...
LessonUp
Uitlegvideo
Boek

Slide 26 - Poll

Gewenning en inprenting
  • Gewenning: een bepaalde reactie op een prikkel wordt afgeleerd bij herhaling van die prikkel. 

  • Inprenting: vastleggen van een leerervaring gedurende een korte gevoelige periode.

Slide 27 - Tekstslide

Imitatie
  • Ook wel nabootsing genoemd

  • Leren door het gedrag van soortgenoten na te doen.

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Conditionering
  • Bepaald gedrag wordt geleerd door positieve of negatieve ervaringen.
  • Proefondervindelijk leren (trial and error): conditionering onder natuurlijke omstandigheden. 
  • Geconditioneerde reflex: een kunstmatige 
       prikkel veroorzaakt een bepaald gedrag 
      dat oorspronkelijk door een natuurlijke       
      prikkel werd veroorzaakt (pavlovreactie). 

Slide 30 - Tekstslide

Inzicht
  • In een onbekende situatie wordt de oplossing van een probleem gevonden door ervaringen op een andere wijze te combineren

Slide 31 - Tekstslide

Maak opdracht 47 t/m 49 (kennis en begrijpen)
Eerder klaar? Oefen alvast digitaal de flitskaarten...
timer
10:00

Slide 32 - Tekstslide

Les 2: Leerprocessen
Leerdoel:
6.4.2 Je kunt leerprocessen herkennen en de functie daarvan uitleggen.

Slide 33 - Tekstslide

Opdracht Leerprocessen

Je kunt de verschillende leerprocessen herkennen en beschrijven.

  • Ieder duo grabbelt 2 kaartjes met daarop een leerproces.
  • Bedenk samen (max. 10 min.) op jullie eigen manier hoe je de 2 leerprocessen kunt uitbeelden aan de rest van de klas. Als je iets nodig hebt, kun je het aan mij vragen.
  •  De uitbeelding van het leerproces moet te maken hebben met een situatie die je op school      (context) zou kunnen tegenkomen.
  •  De leerprocessen worden door de andere leerlingen geprobeerd te raden.





timer
10:00

Slide 34 - Tekstslide

Huiswerk
  • Maak de opdrachten 50 t/m 54 (toepassing en inzicht)

  • Oefen de flitskaarten en sluit je leerdoelen af  met Test Jezelf 

Eerder klaar?
  • Neem Context 'Een gevleugelde opruimploeg' door en maak de differentiatie-opdrachten 55 en 56

Slide 35 - Tekstslide

Lesafsluiter B4 leerdoel 2
6.4.2 Je kunt leerprocessen herkennen en de functie daarvan uitleggen.

Slide 36 - Tekstslide

Spreeuwenjongen die pas uit het ei gekomen zijn, hebben hun ogen nog dicht. Wanneer een ouder op het nest landt, sperren ze onmiddellijk hun bek open.

Wat is de uitwendige prikkel voor dit gedrag van de spreeuwenjongen?
A
honger
B
het bewegen van het nest
C
het ruiken van de worm
D
het zien van de ouder

Slide 37 - Quizvraag

Door gewenning (meerdere antwoorden mogelijk)
A
ga je minder reageren op prikkels
B
leer je door fouten te maken
C
leer je in een gevoelige periode
D
schrik je niet meer van je docent

Slide 38 - Quizvraag

inprenting
gewenning
proefondervinderlijk leren
inzicht
imitatie
conditioneren
leren in een gevoelige periode
oplossingen combineren
nadoen
trial and error
niet meer reageren
gedrag verandering

Slide 39 - Sleepvraag

Zanglijsters zijn dol op huisjesslakken. Ze zijn niet sterk genoeg om het slakkenhuis met de snavel open te breken. De lijster pakt met de snavel een slak bij de rand van de opening van het huis en mept daarmee net zo lang op een steen tot het huis breekt. Een bepaalde zanglijster ziet herhaalde malen hoe andere zanglijsters deze aambeeldtechniek uitvoeren, maar neemt de techniek niet over.

Welk leerproces ontbreekt in dit geval bij deze zanglijster?
A
gewenning
B
imitatie
C
inprenting
D
trial and error

Slide 40 - Quizvraag

Een onderzoeker wil de ooglidreflex van het linkeroog bij een proefpersoon conditioneren. Zij heeft de beschikking over een blaasbalgje waarmee zij lucht in het oog kan blazen en een zaklantaarntje, waarmee zij lichtflitsen kan geven. Het is de bedoeling dat het linkeroog van de proefpersoon geconditioneerd wordt op de lichtflits.

In welke volgorde moet zij het luchtstootje en de lichtflits aanbieden?
A
lichtflits en luchtstoot tegelijkertijd
B
eerst de luchtstoot, dan de lichtflits
C
eerst de lichtflits, dan de luchtstoot

Slide 41 - Quizvraag

In hoeverre kon je de uitleg en opdrachten van deze basisstof volgen? 0 is niet en 100 is alles
0100

Slide 42 - Poll

Slide 43 - Link