Groene vormgeving en verkoop terugblik op module

Met winkelconcept wordt bedoeld
A
de winkelinrichting
B
de kleuren van de winkel
C
het soort winkel
D
de totale uitstraling van de winkel.
1 / 14
volgende
Slide 1: Quizvraag
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Met winkelconcept wordt bedoeld
A
de winkelinrichting
B
de kleuren van de winkel
C
het soort winkel
D
de totale uitstraling van de winkel.

Slide 1 - Quizvraag

Dit is géén voorbeeld van een groen winkelconcept:
A
kringloopwinkel
B
bloemenstal
C
boerderijwinkel
D
tuincentrum

Slide 2 - Quizvraag

De techniek die bij dit boeket
gebruikt is noem je:
A
Biedermeier
B
Korenschoof
C
paralelschikking
D
Vegetatieve schikking

Slide 3 - Quizvraag

Met winkelformule wordt bedoeld
A
De winkelinrichting
B
De kleuren van de winkel,
C
Het soort winkel
D
De totale uitstraling van de winkel.

Slide 4 - Quizvraag

Dit zijn géén onderdelen van de winkelformule:
A
Plaats en Prijs
B
Product en Promotie
C
Presentatie en Personeel
D
Perfectie en Performance

Slide 5 - Quizvraag

Een corsage is:
A
Een klein bloemwerkje voor op kleding
B
Het boeket voor de bruid
C
Een rouwboeket
D
Bloemen op de trouwauto.

Slide 6 - Quizvraag

Bij een bloemenveiling:
A
worden bloemen alleen gekweekt
B
worden bloemen gekweekt en verkocht
C
worden bloemen uit de hele wereld verzameld
D
worden bloemen van kwekers over de hele wereld verhandeld.

Slide 7 - Quizvraag

WAT KLOPT NIET?

Bij een bloemenveiling:
A
wordt er op de klok verkocht
B
mag iedereen bloemen kopen
C
kan er op bloemen geboden worden
D
worden bloemen gekoeld

Slide 8 - Quizvraag

Bloemen op de bloemenveiling worden gekoeld omdat
A
ze dan lekker slapen
B
de kleur dan goed blijft
C
ze langer houdbaar zijn
D
de keurmeester ze beter kan beoordelen

Slide 9 - Quizvraag

Het bloemwerk op het plaatje
is een:
A
Biedermeier
B
Korenschoof
C
paralelschikking
D
Vegetatieve schikking

Slide 10 - Quizvraag

Dit is géén kenmerk van een Vegetatieve schikking:
A
Bloemen en planten groeien in de natuur bij elkaar
B
Er zijn alleen natuurlijke materialen gebruikt
C
Er worden kralen gebruikt als versiering
D
Het materiaal is gestoken zoals het in de natuur groeit

Slide 11 - Quizvraag

Het bloemwerk op het plaatje
is een:
A
Biedermeier
B
Korenschoof
C
paralelschikking
D
Vegetatieve schikking

Slide 12 - Quizvraag

Dit is géén kenmerk van een biedermeier:
A
het heeft een bindpunt
B
de stelen zijn schuin afgesneden
C
het is rond
D
de stelen zijn naar het midden gestoken

Slide 13 - Quizvraag

Het punt waar je een handgeschikt boeket vastbind noem je:
A
het middelpunt
B
het bindpunt
C
het knooppunt
D
het schikpunt

Slide 14 - Quizvraag