nettokrachten en beweging

Verschillende krachten op auto's
Motorkracht
Luchtweerstand en rolweerstand  (wrijvingskrachten)

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Verschillende krachten op auto's
Motorkracht
Luchtweerstand en rolweerstand  (wrijvingskrachten)

Slide 1 - Tekstslide

Motorkracht is
De kracht die de motor van de auto levert, dit is een positieve kracht en gaat in de zelfde richting als de auto

Slide 2 - Tekstslide

luchtweerstand
Luchtweerstand (wind) is een negatieve kracht deze moet je opzij duwen als je vooruit wil.

Slide 3 - Tekstslide

Rolweerstand
dit is een negatieve kracht , bij een auto treedt de rolweerstand bij de wielen op, het contactoppervlak tussen de wielen en het wegdek bepalen de rolweerstand

Slide 4 - Tekstslide

Netto kracht is
de optelsom van alle krachten welke op het voorwerp werken
Als je weet wat de

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Versnelling
Motorkracht > luchtweerstand + rolweerstand

Je gaat dus vooruit!!!

Nettokracht wijst naar rechts!


> betekend groter dan

Slide 7 - Tekstslide

constante
motorkracht = luchtweerstand+ rolweerstand

De nettokracht is nul

Snelheid is constant

Slide 8 - Tekstslide

vertraging
motorkracht< luchtweerstand + rolweerstand

Je remt dus af!
Nettokracht wijst naar links

< betekend kleiner dan.

Slide 9 - Tekstslide

De kerstman heeft 2 rendieren voor zijn arrenslee die elk 100 N leveren. De luchtweerstand is 50 N, en de sleeweerstand is 75 N. Wat s de nettokracht op de arrenslee?
A
225N
B
150N
C
75N
D
175N

Slide 10 - Quizvraag

Een oma loopt achter een kinderwagen, zij duwt met 30N. Het waait de luchtweerstand is 80N. Een scholier stapt van zijn fiets en helpt de oma met 60N. De rolweerstand is 10N. Wat is de netto kracht?
A
10N
B
0
C
100N
D
-10N

Slide 11 - Quizvraag


A
Constante snelheid
B
vertraging
C
versnelling

Slide 12 - Quizvraag

leg uit wat is de netto kracht.

Slide 13 - Open vraag

Wat kan jij zeggen over de netto kracht
A
de fietser versnelt
B
de fietser vertraagd
C
de fietser fietst constant

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de netto kracht
A
Versnelt 175N
B
Vertraagd 175N
C
Vertraagd 125
D
Constant

Slide 15 - Quizvraag

Maak zelf een opdracht waarbij de uitkomst versnelt 150 N is. Je mag op blaadje tekenen en foto maken en inleveren

Slide 16 - Open vraag

Maken de volgende opdrachten in je werkboek
blz. 107 opdr 14 t/m 19

Slide 17 - Tekstslide