H3.1 + 3.2 (Wat is een) Kracht

H3.1 Starten
Ralf heeft van zijn vrienden een bungeejumpkoord cadeau gekregen. Hij springt met een elastiek aan zijn enkels van een hoge hijskraan af. 

Daarbij heeft hij te maken met allerlei krachten.
Welke kracht zorgt ervoor dat
Ralf steeds sneller valt?
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

H3.1 Starten
Ralf heeft van zijn vrienden een bungeejumpkoord cadeau gekregen. Hij springt met een elastiek aan zijn enkels van een hoge hijskraan af. 

Daarbij heeft hij te maken met allerlei krachten.
Welke kracht zorgt ervoor dat
Ralf steeds sneller valt?

Slide 1 - Tekstslide

Er is één kracht die de beweging van Ralf tegenwerkt, ook al is het koord nog niet gespannen. Welke kracht is dit?
A
Spankracht
B
Veerkracht
C
Zwaartekracht
D
Luchtweerstand

Slide 2 - Quizvraag

Als het elastiek gespannen is, wordt Ralf afgeremd.

Hoe noem je de kracht in het elastiek?
A
Spankracht
B
Veerkracht
C
Zwaartekracht
D
Luchtweerstand

Slide 3 - Quizvraag

Leerdoelen H3.2 Wat is een kracht?
  • Je kunt de effecten van een kracht benoemen.

  • Je kunt verschillende soorten krachten herkennen.

  • Je kunt omschrijven wat een normaalkracht is.

Slide 4 - Tekstslide

Kunnen we krachten zien?
Eigenschappen Krachten:
  •    Zijn niet zichtbaar
  •    De gevolgen zijn (soms) zichtbaar

Gevolgen van krachten:
  •    Snelheid
  •    Richting
  •    Vormverandering  
  •         => Tijdelijk (elastisch)
  •         => Blijvend (plastisch)

Slide 5 - Tekstslide

Soorten krachten 
(met óf zonder contact)
  • Spierkracht
  • Windkracht
  • Wrijvingskracht / rolweerstand
  • Veerkracht
  • Zwaartekracht
  • Spankracht
  • Magnetische kracht
  • Elektrische kracht

Slide 6 - Tekstslide

Wel of geen Zwaartekracht en/of Veerkracht?

  • 1. wel zwaartekracht, geen veerkracht.

  • 2. zwaartekracht en een klein beetje veerkracht.

  • 3. veerkracht groter dan zwaartekracht

  • 4. zwaartekracht en veerkracht gelijk.

Slide 7 - Tekstslide

Twee krachten in evenwicht

De kist blijft in evenwicht. 
* Welke krachten zie je in de afbeelding? 
* En wat valt je op!

  • De zwaartekracht en spankracht  zijn even groot, maar tegengesteld gericht.

Slide 8 - Tekstslide

Hoe zit dat nu?
Op een schilderij dat aan de muur hangt werkt                          een zwaartekracht. 
Toch valt het schilderij niet van de muur. 
Hoe kan dat?

  • De kracht waarmee de spijker terug duwt, dit noemen we de normaalkracht.

Slide 9 - Tekstslide

De normaalkracht
De normaalkracht is de kracht van de ondergrond op het voorwerp en maakt hier evenwicht met de zwaartekracht.

  • In stilstaande situatie heft de normaalkracht de zwaartekracht op

Slide 10 - Tekstslide

Samenvatting 3.2 Wat is een kracht

De drie effecten van kracht
  • snelheid, richting en vorm (plastisch/elastisch)

Noem verschillende soorten krachten (met óf zonder contact)
  • Zwaartekracht, spierkracht, spankracht, magnetische kracht, elektrische kracht, windkracht?


Slide 11 - Tekstslide

Leerdoelen H3.2 Wat is een kracht?
  • Je kunt de effecten van een kracht benoemen.

  • Je kunt verschillende soorten krachten herkennen.

  • Je kunt omschrijven wat een normaalkracht is.

Slide 12 - Tekstslide

Samenvatting vorige keer

De drie effecten van kracht
  • snelheid, richting en vorm (plastisch/elastisch)

Noem verschillende soorten krachten (met of zonder contact)
  • Zwaartekracht, spierkracht, spankracht, magnetische kracht, elektrische kracht, etc


Slide 13 - Tekstslide

Wel of geen Zwaartekracht en/of Veerkracht?

  • 1. wel zwaartekracht, geen veerkracht.

  • 2. zwaartekracht en een klein beetje veerkracht.

  • 3. veerkracht groter dan zwaartekracht

  • 4. zwaartekracht en veerkracht gelijk.

Slide 14 - Tekstslide

Twee krachten in evenwicht

De kist blijft in evenwicht. 
* Welke krachten zie je in de afbeelding? 
* En wat valt je op!

  • De zwaartekracht en spankracht  zijn even groot, maar tegengesteld gericht.

Slide 15 - Tekstslide

Hoe zit dat nu?
Op een schilderij dat aan de muur hangt werkt                          een zwaartekracht. 
Toch valt het schilderij niet van de muur. 
Hoe kan dat?

  • De kracht waarmee de spijker terug duwt, dit noemen we de normaalkracht.

Slide 16 - Tekstslide

De normaalkracht
De normaalkracht is de kracht van de ondergrond op het voorwerp en maakt hier evenwicht met de zwaartekracht.

  • In stilstaande situatie heft de normaalkracht de zwaartekracht op

Slide 17 - Tekstslide

Samenvatting H3.2 Wat is een kracht?
De drie effecten van kracht
  • snelheid, richting en vorm (plastisch/elastisch)

Noem verschillende soorten krachten (met of zonder contact)
  • Zwaartekracht, spierkracht, spankracht, magnetische kracht, elektrische kracht, etc

Wat is ook alweer de normaalkracht?
  • De kracht die evenwicht maakt met de zwaartekracht

Slide 18 - Tekstslide

Krachten verkleinen
Bij een botsing werken er grote krachten op de inzittenden van een auto. Auto-ontwerpers bedenken allerlei manieren om die krachten te verkleinen.







Slide 19 - Tekstslide

De nettokracht 
De nettokracht is de optelsom van alle krachten,  ook wel resultante kracht genoemd.
  • Krachten in gelijke richting =>  optellen
  • Krachten in tegengestelde richting  => van elkaar afhalen

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

De nettokracht 
De nettokracht is de optelsom van alle krachten,  ook wel resultante kracht genoemd.
  • Krachten in gelijke richting =>  optellen
  • Krachten in tegengestelde richting  => van elkaar afhalen

Slide 22 - Tekstslide

Krachten tekenen
Krachten tekenen:
  • Aangrijpingspunt
  • Lengte
  • Richting

Zwaartekracht: Fz
  • Zwaartepunt (vaak) midden voorwerp
  • Wijst ALTIJD naar beneden

Slide 23 - Tekstslide

Kracht tekenen (2)

Slide 24 - Tekstslide

Samenvatting 3.1 Krachten
De drie effecten van kracht
  • snelheid, richting en vorm (plastisch/elastisch)

Krachten tekenen: 3 regels
  • Aangrijpingspunt, richting en grootte Vector

Zwaartekracht (Fz) en zwaartepunt
  • De aantrekkingskracht van de aarde
  • Denkbeeldig punt waar Fz op een voorwerp aangrijpt

Slide 25 - Tekstslide

Proef 1: Een spiraalveer uitrekken
Wat is het verband tussen de kracht en de uitrekking
(Let op UITREKKING is iets anders dan hoe lang de veer is)

Lees het practicum goed door:
Dit practicum wordt beoordeeld en lever je in!

Slide 26 - Tekstslide

Zwaartekracht: Fz
Fz = m x g

Fz = Zwaartekracht (N)
m = massa (kg)
g = valversnelling (N/kg of m/s2) (binas!!)

LET OP!!! massa is GEEN gewicht

Slide 27 - Tekstslide