H2 : Getallen en bewerkingen (VWO 1) - 2.2 - les16

H2 : Getallen en bewerkingen Paragraaf 2.1 & 2.2

Wiskunde -9 oktober 2025

1 / 21
volgende
Slide 1: Slide
newEditorWiskundeWOStudiejaar 1

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H2 : Getallen en bewerkingen Paragraaf 2.1 & 2.2

Wiskunde -9 oktober 2025

Slide titel

Slide tekst

NB: Op de computer gebruiken we een *

Voorbeeld

100 - (7+8) * 5 + (20 : 4) =


100 - 15 * 5 + 5 =


100 - 75 + 5 =


25 + 5 = 30

Werkwijze

100 - (7+8) * 5 + (20 : 4) =


100 - 15 * 5 + 5 =


100 - 75 + 5 =


25 + 5 = 30

antwoord

Uitwerking

Oplossing

Paragraaf 2.2 (1)

0, 1 , 2 , 3, 4, 120, 999 etc. noemen we natuurlijke getallen



Het getal 3 is een deler van 24 want 24 : 3 is 8



Het getal 1 is ook altijd een deler

Paragraaf 2.2 (2)

voorbeeld: de delers van 12 zijn: 1, 2, 3, 4, 6 en 12



want als je 12 deelt door 1 van deze natuurlijke getallen krijg je als antwoord ook een natuurlijk getal

Priemgetal

Een natuurlijk getal met precies twee delers noemen we een priemgetal



voorbeelden: 5, 7, 13, 23, 67



5 heeft 2 delers: 1 en 5

Als laatste vandaag....

het natuurlijke getal 60 is geen priemgetal

want je kunt het delen door meer dan 2 natuurlijke getallen

(1, 2, 3, 4, 5, 6, 10, 12, 15, 20, 30)




Je kunt 60 schrijven als het product (!) van meerdere priemgetallen

Je gaat 60 delen door het kleinste priemgetal (niet de 1)


Dat is 2 = als je 60 deelt door 2 hou je 30 over.


Nu ga je 30 delen door het kleinst mogelijke priemgetal, dat is ook 2


Dan deel je 15 door het laagst mogelijke priemgetal, dat is 3


Theorie ggd: grootste gemeenschappelijke deler

De delers van 24 zijn: 24 - 12 - 8 - 6 - 4 - 3 - 2 - 1


De delers van 30 zijn: 30 - 15 - 10 - 6 - 5 - 3 - 2 - 1



De grootste gemeenschappelijke deler = 6


Notatie: ggd (24, 30) = 6

ggd bepalen, hoe doe je dat...

voorbeeld ggd (12,20)


Begin met de grootste deler van het kleinste getal. Kijk of die gemeenschappelijk is. Zo niet neem je de volgende, kleinere deler, net zolang tot je de gemeenschappelijke hebt gevonden.


12: 1e = 12: kan niet met 20, 2e=6, kan ook niet met 20, 3e = 4, ja die kan!


Dus: ggd (12,20) = 4


Theorie: kleinste gemeenschappelijke veelvoud

De veelvouden van :


6 zijn: 6, 12, 18, 24, 30, 36, 42, ...


8 zijn: 8, 16, 24, 32, 40, 48, ....


Het kleinste gemeenschappelijke veelvoud van 6 en 8 is dus 24.


Notatie: kgv (6,8) = 24.

kgv bepalen, hoe doe je dat...

voorbeeld kgv (12,20)


Begin met de de veelvouden van het grootste getal. Stop als je een veelvoud van het kleinste getal hebt gevonden.


20: 1e = 20: is geen veelvoud van 120, 2e=40, ook niet, 3e = 50 ook niet, 4e = 60, ja dat is ook een veelvoud van 12!


Dus: kgv (12,20) = 60


Uitleg opgaven 19 en 20

Uitleg

2.3 Breuken

Uitleg en zelf maken opgave 22 en L4

HUISWERK (staat vanmiddag ook in Magister)

Dit weekend mag je filmpjes kijken: math with Menno legt mooi alles uit van Paragraaf 2.3 Breuken.


Filmpje: uitleg breuken (theorie A)

Opgaven: 22


Filmpje: breuken optellen en aftrekken (Theorie B)

Opgaven: 24, 25, 26, 27, 29,


Filmpje: Breuken vermenigvuldigen (Theorie C)

Opgaven: 30, 31, 32, 33, 34








TOT DONDERDAG!