Je kan uitleggen wat consumeren en produceren met elkaar te maken hebben
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2
In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 50 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
2.1 Geen muziek zonder productie
Toets bespreken H1
Uitleg en maken van 2.1
Je kan uitleggen wat consumeren en produceren met elkaar te maken hebben
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Video
Begrip: behoefte
Behoefte: alles wat je nodig hebt of waar je naar verlangt.
Slide 3 - Tekstslide
Behoefte bevredigen door.
- iets wat je mist zelf te produceren
- iets wat je mist te kopen
Dit heet consumeren
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
Productie
We maken onderscheid tussen:
- Betaalde productie, iets doen of maken tegen betaling
- Onbetaalde productie, iets doen of maken zonder betaald te worden
Slide 6 - Tekstslide
Prioriteiten stellen
Prioriteiten stellen doe je om te bepalen wat je allemaal kan kopen voor je geld.
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Aan de slag
2.1 Geen muziek zonder productie
Opdracht 1 t/m 30
Blz 32 t/m 34
Klaar?
Rekentrainer paragraaf 1
Blz 52
Slide 9 - Tekstslide
2.2 productie thuis
Herhaling paragraaf 1
Huiswerk paragraaf 1
Uitleg en maken paragraaf 2
Je kan de waarde uitrekenen van de productie thuis
Slide 10 - Tekstslide
Eva heeft behoefte aan een pauze. Ze wil graag iets eten. Ze neemt geen patat. Het is duur en is te heet om snel op te eten. Ze kiest een bruin bolletje kaas. Waarom maakt Eva deze keuze
A
door alleen gebrek aan geld
B
door alleen gebrek aan tijd
C
door gebrek aan tijd en aan geld
D
door gebrek aan productie
Slide 11 - Quizvraag
Produceren is
A
het maken van diensten en het leveren van goederen
B
het maken van goederen
C
het leveren van diensten
D
het maken van goederen en het leveren van diensten
Slide 12 - Quizvraag
consumeren is
A
opeten
B
iets kopen
C
iets kopen om in de eigen behoeften te voorzien
D
iets kopen om iets te kunnen produceren
Slide 13 - Quizvraag
Slide 14 - Tekstslide
Hulpmiddelen
Om te produceren hebben we hulpmiddelen nodig:
(kapitaalgoederen) Gereedschap: Om brood te snijden heb je een mes nodig