4mavo H10.3 Krachten samenstellen

Startklaar
- Laptop
- Binas
- Telefoon in ZAKKIE
- Jas uit en over je stoel
- Huiswerk voor je neus
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Startklaar
- Laptop
- Binas
- Telefoon in ZAKKIE
- Jas uit en over je stoel
- Huiswerk voor je neus

Slide 1 - Tekstslide

Wat neem je mee?
- Boek
- Laptop
- Geo
- Rekenmachine
- Pen/potlood/gum
- Ruitjesschrift of ruitjespapier in de multomap
- BINAS

Slide 2 - Tekstslide

Welke krachten werken in
dit plaatje?

Slide 3 - Open vraag

Een blokje van 120 gram wordt aan een veerunster gehangen.
Wat geeft de veerunster aan?
A
F = 1200 N
B
F = 120 N
C
F = 12 N
D
F = 1,2 N

Slide 4 - Quizvraag

Er wordt een tweede blokje aan de veerunster gehangen.
Wat geeft de veerunster aan?
A
F = 0,6 N
B
F = 1,2 N
C
F = 2,4 N
D
F = 0 N

Slide 5 - Quizvraag

Sleep de krachten naar de juiste plek:
Veerkracht
Normaalkracht
Zwaartekracht

Slide 6 - Sleepvraag

De zwaartekracht en de veerkracht op het blokje zijn even groot maar in tegengestelde richting.
Wat geldt voor de resulterende (netto-) kracht ?
A
Fres = Fz - Fv
B
Fres = Fz + Fv
C
Fres = 0
D
Fres = Fz × Fv

Slide 7 - Quizvraag

Sleep de krachten naar de juiste plek:
Zwaartekracht
Normaalkracht
Wrijvingskracht
Spierkracht

Slide 8 - Sleepvraag

Een fietser oefent een spierkracht van 30 N uit op een fiets.
De wrijvingskracht 10 N.
Hoe groot is de resulterende kracht?
A
F = 0 N
B
F = 10 N
C
F = 20 N
D
F = 40 N

Slide 9 - Quizvraag

De fietser stopt met trappen maar rijdt nog naar voor. De wrijvingskracht 10 N.
Hoe groot is de resulterende kracht?
A
0 N
B
10 N naar achter
C
10 N naar voor
D
Nog steeds 20 N

Slide 10 - Quizvraag

Leerdoel
Je kunt de netto/resulterende kracht berekenen als de krachten in dezelfde of tegengestelde richting werken.

Je kunt de netto/resulterende kracht bepalen door een tekening op schaal te maken.


Slide 11 - Tekstslide

Netto kracht
Netto kracht is de kracht die overblijft als je alle krachten op een voorwerp samenstelt.

Dit wordt ook wel de resultante of resulterende kracht genoemd.

Slide 12 - Tekstslide

Krachten samenstellen
Als de krachten in dezelfde richting werken,
tel je deze bij elkaar op:

Fres = F1 + F2

Slide 13 - Tekstslide

Krachten samenstellen
Als de krachten in tegengestelde richting werken,
trek je deze van elkaar af:

Fres = F1 - F2

Slide 14 - Tekstslide

Krachten samenstellen

Slide 15 - Tekstslide

Krachten samenstellen
Als de krachten een hoek maken moet je construeren om de resultante te bepalen.

Slide 16 - Tekstslide

Bereken de
resulterende kracht

Slide 17 - Open vraag

Bereken de
resulterende kracht

Slide 18 - Open vraag

Hoe groot is de
resulterende kracht?
A
F = 20 N
B
F = 53 N
C
F = 33 N
D
F = 60 N

Slide 19 - Quizvraag

Aan de slag
Maak van §10.3 Opg 1, 2, 3, 5 en 7 (blz 93 en verder)

Slide 20 - Tekstslide

Begrippen uit deze les
  • -

Slide 21 - Tekstslide

Begrippen uit deze les

Slide 22 - Tekstslide


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 23 - Open vraag


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 24 - Open vraag

Slide 25 - Tekstslide