22- 23 Het delend lidwoord


Welke delende lidwoorden zijn er in het Frans?
timer
3:00
1 / 23
volgende
Slide 1: Open vraag
FransMiddelbare schoolvmbo t, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les


Welke delende lidwoorden zijn er in het Frans?
timer
3:00

Slide 1 - Open vraag

Hoe maak je passé composé?
Regel voor passé composé
Hoe maak je passé composé?

Slide 2 - Open vraag

Delend lidwoord
La préposition DE avec un article défini

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Het delend lidwoord
Je mange du pain.                            Ik eet brood.
Je mange de la salade.                   Ik eet salade.
Je prends de l'eau minérale.        Ik neem mineraalwater.
Je mange des bananes.                 Ik eet bananen. 

du, de la, de l' en des zijn delende lidwoorden. 

Slide 5 - Tekstslide

Het delend lidwoord vertaal je niet naar het Nederlands.
A
vrai
B
faux

Slide 6 - Quizvraag

Kies du, de la, de l' of des:
Elle prend une salade avec ___ tomates (m).
A
du
B
de la
C
de l'
D
des

Slide 7 - Quizvraag

Kies du, de la, de l' of des:
Je prends ___ confiture (v).
A
du
B
de la
C
de l'
D
des

Slide 8 - Quizvraag

Kies du, de la, de l' of des:
Julie boit ___ lait (m).
A
du
B
de la
C
de l'
D
des

Slide 9 - Quizvraag

Kies du, de la, de l' of des:
Elle veut ___ jus d'orange (m).
A
du
B
de la
C
de l'
D
des

Slide 10 - Quizvraag

Sleep de delend lidwoorden naar de juiste zinnen.
Je mange ... croissants.
Elle boit ... eau minérale.
Ils achètent ... pain.
Elle n'a pas ... chips.
On a peu ... argent
du
d'
de
des
de l'

Slide 11 - Sleepvraag

Delend lidwoorden:
Woorden van hoeveelheid: 
beurre     "boter"
crême    "(slag)room"
énergie    "energie" 
frites       "frietjes" 
un paquet
beaucoup
trop
un plat
beurre 
crême   
énergie
frites
du
de la
de l'
des
de
de
de
d'

Slide 12 - Sleepvraag

Het delend lidwoord
Je mange du pain.                            Ik eet brood.
Je ne mange pas de pain.             Ik eet geen brood.

Je mange de la salade.                   Ik eet salade.
Je ne mange pas de salade.         Ik eet geen salade.

ontkenning (ne...pas) in de zin: gebruik de of d'

Slide 13 - Tekstslide

Het delend lidwoord
Je mange du pain.                            Ik eet brood.
Je mange beaucoup de pain.      Ik eet veel brood.

Je bois de l'orangina.                      Ik drink orangina.
Je bois un peu d'orangina.           Ik drink een beetje orangina.

woord van hoeveelheid in de zin: gebruik de of d'

Slide 14 - Tekstslide

Hoeveelheidswoorden

Slide 15 - Tekstslide

Kies: delend lidwoord of de / d':
Tu ne mange pas __ légumes (m)?
A
du
B
de la
C
de
D
d'

Slide 16 - Quizvraag

Kies: delend lidwoord of de / d':
Léa achète un kilo __ fruits (m).
A
de la
B
de l'
C
de
D
d'

Slide 17 - Quizvraag

Vul nu zelf in. Kies uit: du, de la, de l', des, de, d'.
Elle prend __ poisson (m).

Slide 18 - Open vraag

Vul nu zelf in. Kies uit: du, de la, de l', des, de, d'.
Jules mange __ haricots verts (m).

Slide 19 - Open vraag

Vul nu zelf in. Kies uit: du, de la, de l', des, de, d'.
Je ne prends pas __ thé (m).

Slide 20 - Open vraag

Vul nu zelf in. Kies uit: du, de la, de l', des, de, d'.
Léa ne prend pas __ dessert (m).

Slide 21 - Open vraag

Des questions?

Slide 22 - Tekstslide

Gaat het lukken?
😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll