05-04-2024 gram prendre

Telefoon in de telefoontas

Laptop blijft in de tas

Boek op tafel


Telefoon in de telefoontas

Laptop blijft in je tas



Bonjour à tous!
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Telefoon in de telefoontas

Laptop blijft in de tas

Boek op tafel


Telefoon in de telefoontas

Laptop blijft in je tas



Bonjour à tous!

Slide 1 - Tekstslide

Dinsdag 25 juni
Proefwerk EFGH chapitre 6
- Voca E + F → p. 79
- Phrases-clés G → p. 80
- Grammaire H → p. 81
- Werkwoord avoir, être, aller → p.156/157
- Werkwoorden op -er → p.155
- Lezen wordt ook getoetst

Slide 2 - Tekstslide

Aujourd'hui
- Grammaire
- Au travail!

Slide 3 - Tekstslide

Grammaire à la page 74
Lis le grammaire en silence

Slide 4 - Tekstslide

Prendre (= onregelmatig werkwoord)
Regelmatig (vaste regel) :
- Werkwoorden op -er

Onregelmatig (geen regel, stampen) :
- Werkwoord être, avoir en aller

Slide 5 - Tekstslide

Prendre -> présent
Je prends
Tu prends
Il/elle/on prend 
Nous prenons
Vous prenez
Ils/elles prennent

Slide 6 - Tekstslide

Le verbe prendre - présent (tt)
Je prends
Tu prends
Il/elle/on prend 
Nous prenons
Vous prenez
Ils/elles prennent
Je apprends
Tu apprends
Il/elle/on apprend 
Nous apprenons
Vous apprenez
Ils/elles apprennent
Je comprends
Tu comprends
Il/elle/on comprend 
Nous comprenons
Vous comprenez
Ils/elles comprennent
Prendre
Apprendre
Comprendre

Slide 7 - Tekstslide

Vul de juiste vorm in van het werkwoord 'prendre' in de présent (tt)
Nous ________ une glace.
A
prend
B
prennons
C
prenons
D
prenez

Slide 8 - Quizvraag

Vul de juiste vorm in van het werkwoord 'apprendre' in de présent
Tu ________ une langue?
A
apprends
B
apprend
C
apprenez
D
apprenons

Slide 9 - Quizvraag

Prendre -> passé composé
J'ai pris
Tu as pris
Il/elle/on a pris
Nous avons pris
Vous avez pris
Ils/elles ont pris
De pc bestaat altijd uit 2 delen -> avoir + een voltooid deelwoord

Slide 10 - Tekstslide

Le verbe prendre - passé composé (vt)
J'ai pris
Tu as pris
 Il/elle/on a pris
Nous avons pris
Vous avez pris
Ils/elles ont pris
J'ai appris
Tu as appris
 Il/elle/on a appris 
Nous avons appris
Vous avez appris
Ils/elles ont appris
J'ai compris
Tu as compris
 Il/elle/on a compris
Nous avons compris
Vous avez compris
Ils/elles ont compris
Prendre
Apprendre
Comprendre
De pc bestaat altijd uit 2 delen: een hulpwerkwoord + een voltooid deelwoord

Slide 11 - Tekstslide

Vul de juiste vorm in van het werkwoord 'prendre' in de pc
Elle _____ ______ un bonbon.
A
ont prend
B
ont pris
C
a prend
D
a pris

Slide 12 - Quizvraag

Vul de juiste vorm in van het werkwoord 'comprendre' in de pc
Vous _____ ______ la grammaire?
A
allez pris
B
avez pris
C
avez compris
D
avons compris

Slide 13 - Quizvraag

Stappenplan
Kijk of de opdracht gaat over de présent of de passé composé

Présent:
1. Bedenk het rijtje van 'prendre'
2. Moet je apprendre of comprendre gebruiken? -> zet dan ap óf com ervoor

Passé composé:
2. ALTIJD TWEE DINGEN OPSCHRIJVEN (avoir + voltooid deelwoord)
-> vorm van avoir + pris/appris/compris

Slide 14 - Tekstslide

Au travail!
Fais exercices 30a, 30d, 31a et 31b  à la page 74

Klaar? -> Ga leren voor het proefwerk
- Voca E + F → p. 79
- Phrases-clés G → p. 80
- Grammaire H → p. 81
- Werkwoord avoir, être, aller → p.156/157
- Werkwoorden op -er → p.155

Slide 15 - Tekstslide