QUIZ DEEG

QUIZ DEEG
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
VoedingMBOStudiejaar 2-4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 10 min

Onderdelen in deze les

QUIZ DEEG

Slide 1 - Tekstslide

Wat is deeg?
A
Een vloeibare massa
B
Een vaste kneedbare massa
C
Een homogene massa

Slide 2 - Quizvraag

Wat zijn de twee hoofdingrediënten van deeg?
A
Bloem en suiker
B
Bloem en water
C
Bloem en vocht
D
water en gist

Slide 3 - Quizvraag

Welke van deze ingrediënten is een hulpgrondstof?
A
Bloem
B
Water
C
Meel
D
suiker

Slide 4 - Quizvraag

Welken van deze is GEEN hulpgrondstof?
A
Boter
B
Suiker
C
Bloem
D
Gist

Slide 5 - Quizvraag

Wat betekent het zetten van deeg?
A
Deeg laten rusten
B
Deeg opbollen
C
Deeg mengen tot een homogene massa

Slide 6 - Quizvraag

Welke machine wordt vaak gebruikt om deeg te mengen?
A
Staafmixer
B
Planeetmenger
C
Spiraalkneder
D
Keukenmachine

Slide 7 - Quizvraag

Waarom kneed je deeg?
A
Voor elasticiteit
B
Voor smaak
C
Voor structuur
D
Voor kleur

Slide 8 - Quizvraag

Welke bloem gebruik je voor brood?
A
Zeeuwsebloem
B
Korstbloem
C
Patentbloem
D
Maizena

Slide 9 - Quizvraag

Welke bloem gebruik je vaak voor koekjes?
A
Patentbloem
B
Korstbloem
C
Zeeuwsebloem
D
Roggebloem

Slide 10 - Quizvraag

Waarom laat je deeg rusten?
A
Voor kleur
B
Voor structuur en verwerkbaarheid
C
Voor decoratie
D
Voor smaak alleen

Slide 11 - Quizvraag

Wat gebeurt er als de oven te heet staat?
A
Product blijft rauw
B
Product verbrand
C
Buitenkant verbrand binnenkant rauw

Slide 12 - Quizvraag

Wat doet gist in deeg?
A
Geeft kleur
B
Laat deeg rijzen
C
Geeft smaak

Slide 13 - Quizvraag

Wat is doorslaan van deeg?
A
Deeg rijzen
B
Deeg koelen
C
Deeg drogen
D
Luchtbellen verdelen door deeg

Slide 14 - Quizvraag

Wat wordt er van kookdeeg gemaakt
A
Soezen
B
koekjes
C
Pizza
D
brood

Slide 15 - Quizvraag

Wat betekent fonceren?
A
Deeg bakken
B
Deeg kneden
C
Deeg decoreren
D
Een bakvorm bekleden met deeg

Slide 16 - Quizvraag

Wat is een ander woord voor korstdeeg?
A
Zanddeeg
B
Bladerdeeg
C
Kookdeeg
D
Gistdeeg

Slide 17 - Quizvraag

Waardoor ontstaat het blader-effect in korstdeeg?
A
Suiker
B
Zout
C
Melk
D
waterdamp tussen de deeglagen

Slide 18 - Quizvraag