H5 Klimaatsysteem van Köppen

Klimaatsysteem van Köppen
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Klimaatsysteem van Köppen

Slide 1 - Tekstslide

Klimaatgrafieken
Voordat we ingaan op de verschillende klimaten is het belangrijk dat je klimaatgrafieken kunt "lezen". In de afbeelding zie je de klimaatgrafiek van Amsterdam. De rode lijn laat de temperatuur zien (de waardes staan aan de linker Y-as). In januari is het gemiddeld zo'n 3 graden en in juli (de 7e maand) zo'n 17 graden. De blauwe staven geven de neerslag weer per maand. In de rechterkant van de Y-as wordt het aantal millimeters neerslag per maand
weergegeven. Er zijn wel wat verschillen in neerslag
tussen de maanden, maar over het algemeen zijn
de verschillen niet erg dramatisch. Er is namelijk
geen uitgesproken seizoen waarin het erg droog
of erg nat is. Mocht je klimaatgrafieken nog erg 
lastig vinden, bekijk dan het filmpje op de 
volgende dia.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Systeem Köppen
De klimaatindeling van Köppen (een Russisch Duitse wetenschapper uit het begin van de vorige eeuw) gebruikt deze verschillen in plantengroei bij de indeling van de aarde in klimaatgebieden. Elke plantensoort stelt zijn eigen eisen aan de temperatuur en de vochtigheid. Köppen heeft het klimaat van elk gebied met een bepaalde plantengroei daarom gekarakteriseerd aan de hand van drie kenmerken:
– de gemiddelde temperatuur (per jaar, van de warmste maand, van de koudste maand);
– de gemiddelde neerslag (per jaar);
– het seizoen waarin de neerslag valt.
De grenzen tussen klimaatgebieden zijn meestal geen scherpe grenzen, maar geleidelijke overgangen.

Slide 4 - Tekstslide

Samengevat verklaren de volgende vijf klimaatfactoren welk klimaat er in een bepaald gebied is:
– geografische breedte (stralingsbalans);
– ligging in het hoofdcirculatiesysteem (luchtdruk en windrichting);
– invloed van de zee;
– invloed van zeestromen (warm, koud);
– hoogteligging en reliëf (loef- en lijzijde van een gebergte).

Slide 5 - Tekstslide

Basis van het systeem
Köppen gebruikt in zijn klimaatsysteem  hoofdletters 
en kleine letters om klimaten te karakteriseren. Hij begon bij de evenaar (A) en gebruikte tot aan de polen de klimaatgroepen B, C, D, E.
– De hoofdletters A, C, D en E zijn gekoppeld aan de gemiddelde temperatuur, die van A naar E afneemt (zie bron 2). De hoofdletter B is gekoppeld aan het voorkomen van droogte.
– De kleine letters f, s en w worden aan de hoofdletters toegevoegd om de verdeling van de neerslag over de seizoenen aan te geven. Bij de A-, C- en D-klimaten kun je dan de toevoeging f (‘feucht’, neerslag in alle jaargetijden), s (‘sommertrocken’, droge zomer) en w (‘wintertrocken’, droge winter) tegenkomen.

Slide 6 - Tekstslide

De tweede letter in groep B en E
De klimaten in groep B en E maken geen gebruik van de letters f, s, w omdat er in deze klimaten geen natte periodes kennen (hogedrukgebieden!)

Groep B:
De tweede letter is een hoofdletter S (Steppe) of W (Woestijn) om de mate van droogte weer te geven

Groep E:
De tweede letter is een hoofdletter T (Toendra), F (Vorst) of H (Hooggebergte) om de mate van kou aan te geven. 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

A-Klimaat
B-Klimaat
C-Klimaat
D-Klimaat
E-Klimaat
E-Klimaat
B-Klimaat

Slide 9 - Sleepvraag

A-Klimaat
B-Klimaat
C-Klimaat
D-Klimaat
E-Klimaat
Tropisch Klimaat
Gemiddelde maandtemperatuur nooit lager dan 18 graden
Droge / aride klimaten
Max 400 mm neerslag per jaar
Zeeklimaten
Temperatuur koudste maand gemiddeld tussen -3 en +18 graden
Landklimaten
Koudste maand kouder dan -3, warmste maand warmer dan +10
Poolklimaat
Warmste maand gemiddeld kouder dan +10

Slide 10 - Sleepvraag

Welke 2e letter van het klimaatsysteem hoort waar?
Winterdroogte
Zomerdroogte
Droogteseizoen faalt
Steppe
Woestijn
Toendra
Vriest
s
w
f
F
T
W
S

Slide 11 - Sleepvraag

Welke 2e letter van het klimaatsysteem hoort waar?
Savanne
Tropisch Regenwoud
Droog; er groeien struikjes en gras, maar geen bomen. 
Te droog voor begroeiing
Koud, maar begroeiing mogelijk
IJskap
s
w
f
F
T
W
S

Slide 12 - Sleepvraag

Samenvattend:
Af   - Tropisch; regen hele jaar door (evenaar)
Aw  - Tropisch (Savanne); neerslag in zomermaanden (ten n/z van evenaar)
As    - Tropisch (Savanne); neerslag in wintermaanden (uitzondering)
BS   - Droog; Steppe (200-400 mm/jaar)
BW  - Droog; Woestijn (<200 mm/jaar)
Cf     - Zeeklimaat; hele jaar door neerslag (Nederland)
Cw   - Zeeklimaat; winterdroogte (China)
Cs    - Zeeklimaat; zomerdroogte (Middellands zeegebied)
Df    - Landklimaat; hele jaar door neerslag
Dw   - Landklimaat; winterdroogte
Ds    - Landklimaat; zomerdroogte
ET    - Poolklimaat; In de zomer is het tussen 0 en +10 graden
EF   - Poolklimaat; het ontdooit nooit (dus blijft altijd onder 0 graden gemiddeld)

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Op de volgende dia het complete Köppensysteem!

--> Leren 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Oefening
Een belangrijke vaardigheid  is dat je kunt beredeneren welk klimaat je in een bepaalde plaats kunt verwachten. 
Dit moet je meestal doen door verschillende klimaatgrafieken aan plaatsen te koppelen. 

Dit ga je in de volgende sleepvraag oefenen. 

Gebruik eventueel in de atlas kaart 244

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Sleepvraag

Op de gematigde breedten komen in Europa twee klimaten naast elkaar voor.
Welke twee hoofdklimaten volgens Köppen zijn dit?
Waardoor kunnen deze klimaten naast elkaar voorkomen in Europa?

Slide 19 - Open vraag

Welk hoofdklimaat ontbreekt vrijwel helemaal op het zuidelijk halfrond?
Waardoor ontbreekt dit hoofdklimaat daar?

Slide 20 - Open vraag

Als je van de evenaar naar de Noord- of Zuidpool reist kom je in principe de klimaten in de volgende volgorde tegen: tropische, droge, gematigde en polaire klimaten. Noem 4 factoren waardoor dit patroon verstoord kan worden.

Slide 21 - Open vraag

In het oosten van Rusland worden in de winter zeer lage temperaturen gemeten. Hoe kunnen deze lage temperaturen ontstaan?

Slide 22 - Open vraag