Inhoud en de maatbeker
Inhoud en de maatbeker
Deze herhaalles sluit aan op de werkbladen: inhoud herkennen, een maatbeker aflezen en de maten ml, cl, dl en l gebruiken.
Wat is inhoud?
Inhoud is hoeveel ergens in kan.
Bijvoorbeeld:
hoeveel water in een fles past
hoeveel sap in een beker zit
hoeveel soep in een pan kan
Gebruik concrete voorwerpen uit de klas als voorbeeld. Benadruk dat inhoud gaat over wat erin past, niet over hoe zwaar iets is.
Lesdoel
Ik kan de inhoud van iets bepalen, een maatbeker goed aflezen en de maten voor inhoud gebruiken.
Deze slide heeft geen instructies
Welke woorden ken je al over inhoud of een maatbeker?
Wat weet je nog van vorig keer.
Schrijf in stilte op je wisbordje
deel met elkaar
wissel uit met de klas
Gebruik de woorden uit de cloud als start: bijvoorbeeld water, fles, ml, liter, streepjes. Haak daarna terug aan het lesdoel.
Wat is inhoud?
Gebruik concrete voorwerpen uit de klas als voorbeeld. Benadruk dat inhoud gaat over wat erin past, niet over hoe zwaar iets is.
Inhoud in het dagelijks leven
Je gebruikt inhoud elke dag.
een pak melk
een fles drinken
een emmer water
een maatbeker in de keuken
Zo weet je hoeveel vloeistof ergens in zit of in past.
Deze slide heeft geen instructies
Inhoud gaat over ruimte
Bij inhoud kijk je naar de ruimte binnenin.
Een grote fles heeft vaak meer inhoud.
Een kleine beker heeft vaak minder inhoud.
De inhoud meet je met maten zoals ml en l.
Maak het verschil duidelijk tussen groot lijken en echt meer inhoud hebben. Laat eventueel twee verschillende verpakkingen zien.
Wat betekent inhoud?
hoeveel erin kan
hoe zwaar het is
hoe hoog het is
hoe lang het is
Controleert het kernbegrip uit slides 2-4. Veelgemaakte fout: inhoud verwarren met gewicht of grootte aan de buitenkant.
Wat is een maatbeker?
Deze slide heeft geen instructies
Wat is een maatbeker?
Een maatbeker is een beker met streepjes en getallen.
Zo kun je zien hoeveel vloeistof erin zit.
Deze slide heeft geen instructies
De delen van een maatbeker
Op een maatbeker zie je:
getallen
streepjes
een onderkant bij 0
een vloeistofniveau
Het vloeistofniveau laat zien hoeveel erin zit.
Verwijs naar de werkbladen met maatbekers van 300 ml, 500 ml en 0,5 L. Benoem dat je steeds leest waar de vloeistoflijn staat.
Zo lees je een maatbeker af
Lees een maatbeker stap voor stap af:
Kijk welke maat er staat: ml of l.
Kijk naar de getallen.
Kijk tussen welke getallen het niveau staat.
Tel de streepjes.
Schrijf het aantal op met de juiste maat.
Leg rustig uit dat leerlingen eerst naar de eenheid moeten kijken. Op de werkbladen komen zowel ml als l voor.
Voorbeeld: aflezen in ml
Staat de lijn precies op 300, dan zit er 300 ml in.
Staat de lijn halverwege 200 en 300, dan is dat 250 ml.
Je leest dus het getal af bij de hoogte van de vloeistof.
Gebruik dit als brug naar de afbeeldingen op het werkblad waar leerlingen meerkeuze-antwoorden zien zoals 260 ml, 360 ml of 780 ml.
Goed kijken naar de streepjes
Niet elke maatbeker heeft alleen grote getallen.
Soms zijn er kleine streepjes tussenin.
grote stap: bijvoorbeeld 100 ml
kleine stap: bijvoorbeeld 20 ml of 50 ml
Lees dus eerst hoeveel 1 stap is.
Veel fouten ontstaan doordat leerlingen meteen een getal gokken. Laat zien dat het verschil tussen twee getallen verdeeld is in gelijke stukjes.
Waar kijk je eerst naar op een maatbeker?
de kleur
de maat
de dop
de vorm
De maat is de eenheid: ml of l. Dit is stap 1 van het aflezen op slide 7.
Halverwege 200 en 300 ml is:
350 ml
150 ml
250 ml
300 ml
Gebaseerd op het voorbeeld op slide 8.
Welke maten gebruik je?
denk in stilte en schrijf op je wisbordje
deel met je buurman/vrouw
wissel uit met de klas
Deze slide heeft geen instructies
Welke maten gebruik je?
Voor inhoud gebruiken we vaak:
milliliter (ml)
centiliter (cl)
deciliter (dl)
liter (l)
Deze maten gebruik je vooral bij vloeistoffen.
Deze slide heeft geen instructies
Van klein naar groot
Schrijf de maten voor inhoud van klein naar groot:
Een klein beetje drinken schrijf je vaak in ml.
Houd het op volgorde en herkenning. Voor deze doelgroep is de basisvolgorde belangrijker dan formele omzetregels.
Van klein naar groot
De maten voor inhoud van klein naar groot:
ml → cl → dl → l
ml is een kleine maat
l is een grotere maat
Een klein beetje drinken schrijf je vaak in ml.
Houd het op volgorde en herkenning. Voor deze doelgroep is de basisvolgorde belangrijker dan formele omzetregels.
Belangrijke omzettingen
Deze omzettingen moet je kennen:
1000 ml = 1 l
500 ml = 0,5 l
1 dl = 100 ml
10 dl = 1 l
Zo kun je maten met elkaar vergelijken.
Deze waarden sluiten aan op het werkblad, waar zowel 10 dl als 0,5 L voorkomen.
Voorbeelden van inhoudsmaten
Voorbeelden:
een klein pakje drinken: vaak in ml
een fles frisdrank: vaak in l
een maatbeker: vaak met ml en soms ook l
Kijk altijd welke maat erbij staat.
Deze slide heeft geen instructies
Tekenen in een maatbeker
Soms moet je een inhoud tekenen.
Dan doe je dit:
Kijk naar het gevraagde aantal ml of l.
Zoek dat punt op de maatbeker.
Trek daar een rechte lijn.
Bijvoorbeeld: 200 ml, 340 ml of 0,5 l.
Verwijs naar het werkblad waarop leerlingen met een liniaal een lijn moeten tekenen bij verschillende hoeveelheden.
Samenvatting
Inhoud is hoeveel ergens in kan.
Een maatbeker lees je af met getallen en streepjes.
Let goed op de eenheid: ml, cl, dl of l.
1000 ml = 1 l.
Je kunt inhoud aflezen en tekenen.
Gebruik deze slide als korte afronding voordat leerlingen met de werkbladen verder oefenen.
Welke volgorde is goed van klein naar groot?
l, dl, cl, ml
cl, ml, l, dl
ml, cl, dl, l
dl, cl, ml, l
Toetst de volgorde uit slide 11.
Opdrachten
Maak de werkbladen "Maatbekers aflezen en intekenen".
Kies een werkblad wat je zelf wil oefenen ( +/- of x/: of breuken)
activiteit naar keuze ( kleurplaat, stripboek, laptop zonder geluid, spelletje (als iedereen klaar is)
Deze slide heeft geen instructies
minute
second
Deze slide heeft geen instructies
Wat heb jij vandaag geleerd?
Laat leerlingen in eigen woorden noemen wat ze onthouden, bijvoorbeeld: inhoud is hoeveel ergens in kan; maatbeker aflezen; ml en l herkennen; 1000 ml = 1 l.
Wat vond jij het moeilijkst?
Mogelijke antwoorden: streepjes tellen, eerst naar ml of l kijken, voorbeelden op het werkblad, samen oefenen.
Woordenlijst
inhoud - hoeveel ergens in kan
maatbeker - beker met streepjes en getallen om inhoud te meten
vloeistofniveau - de hoogte van de vloeistof in de maatbeker
milliliter (ml) - kleine maat voor inhoud
centiliter (cl) - maat voor inhoud
deciliter (dl) - maat voor inhoud
liter (l) - grotere maat voor inhoud
Deze slide heeft geen instructies