TaalCompleet B1 les 1.2
TaalCompleet B1 les 1.2
22. Bespreek samen
1. Kijk naar de plaatjes. Waar denk je aan bij het woord cultuur?
2. Wat weet jij over Nederland en de Nederlandse cultuur?
Wat is waar?
A. In Nederland is vrijheid heel belangrijk.
B. Nederlanders maken graag een afspraak als ze op bezoek gaan.
C. Nederlanders zijn beleefd.
D. In Nederland zorgen kinderen zelf voor hun zieke, oude ouders.
3. Is dit hetzelfde als in jouw cultuur?
Je gaat in opdracht 24 naar een interview met Yasamin enb John kijken. Kijk naar de foto bij opdracht 24.
Wat ga je zien en horen denk je?
Yasamin en John geven antwoorden op vragen
Yasamin en John praten met elkaar
Yasamin en John stellen vragen
Yasmin en John komen allebei uit een andere cultuur. Welke vragen krijgen ze denk je
a. Hoe is de natuur in jouw land?
b. Kom je uit een leuke familie?
c. Wat is nu een groot verschil met de Nederlandse cultuur?
d. Wat kunnen Nederlanders van jullie cultuur leren?
e. Wat missen jullie in Nederland?
f. Woon je graag in Nederland?
Kijk naar video 1.2
Taal Compleet
samen
25
26
27
Schrijf zinnen
Gebruik een apart papier. Schrijf 5 (of meer)zinnen over jouw cultuur.
Lever het in bij je docent.
Spreek samen
Mensen vieren vaak feest.
Waar ik vandaan kom, zijn mensen meestal buiten.
Kleine kinderen moeten helpen geld te verdienen.
Geloof speelt een belangrijke rol in het leven.
In mijn cultuur zijn mannen even belangrijk als vrouwen.
Werknemers mogen hun mening geven aan hun baas.
Iedereen mag trouwen met wie hij of zij wil.
Mensen zijn trots op hun land.
A : lees zin voor
B: Klopt dit voor jouw cultuur? leg ook uit waarom (niet)
A: Kopt dit voor jouw cultuur? leg ook uit waarom (niet).
Bespreek de vragen
Werk in groepjes.
Waar kom je vandaan?
Hoelang woon je in Nederland?
Wat is belangrijk in jouw cultuur?
Wat is een groot verschil met de Nederlandse cultuur?
Wat mis je in Nederland?
Wat kunnen Nederlanders van jouw cultuur leren?
Wat kan jouw cultuur van Nederland leren?
.......
Nieuwe woorden
beleefd
God
het interview
het landschap
in het openbaar
een rol spelen
het verzorgingshuis
gevlucht, vluchten
de beslissing (nemen)
direct
gastvrij
eenzaam
de gevangenis
heimwee hebben/krijgen
lievelings-
onafhankelijk
het onderdeel
de ruimte
het wapen
de woestijn
Oefening 32
Waarom vluchten mensen?
Wanneer moet je naar de gevangenis?
Wanneer ga je naar een verzorgingshuis?
Waarvoor gebruik je een wapen?
Wat lees je in een interview?
Hoe is het weer in de woestijn?
33. 1 - In Nederland zie je veel water in
het landschap
de woestijn
33. 2 - In mijn huis heb ik geen ... voor mijn grote meubels.
ruimte
wapens
33. 3 - Ik wil niet ... over mijn problemen praten.
eenzaam
in het openbaar
33. 4 - Die vrouw wil ... in de geschiedenis van haar land.
heimwee krijgen
een rol spelen
33. 5 - Ik vind kennismaken met een andere ... heel interessant.
cultuur
gevangenis
33. 6 - Waarom ben je zo ...? Je hoeft niet meteen alles te zeggen.
direct
gastvrij
33. 7 - Wat is je ...? Ik houd veel van honden.
beleefd
lievelingsdier
33. 8 - Een stage is een ... van de opleiding zorg en welzijn.
onderdeel
beslissing
34.1 Belgie werd in 1830 o........
Het kreeg toen een eigen regering.
34.2 De Sahara is een grote w......
34.3. In mijn tuin is geen r...... voor een grote boom.
34.4 Lezen is een o..... van de Nederlandse les.
34.5 Twee jaar geleden ben ik verhuisd. Dat was een goede b.....
34.6 Mijn ouders hebben vaak bezoek. Zij zijn heel g.......
35 - Beantwoord de vragen
Wat eet je graag? (lievelingseten)
Wat heeft een agent altijd bij zich? (een wapen)
Zeg jij altijd wat je denkt? (direct)
Denk jij veel aan je land? (heimwee hebben)
Een man heeft veel geld gestolen. Waar moet hij naartoe? (de gevangenis)
Je buurman heeft geen familie. Hoe voelt hij zich? (eenzaam)
Woorden leren -
vaste woordcombinaties
naar huis gaan
een beslissing nemen
een fout maken
heimwee hebben/krijgen
ziek zijn/worden
je rijbewijs halen/hebben
een opleiding doen/volgen
in dienst komen/zijn
een baan hebben/krijgen
stage lopen
en nog veel meer (zie boek)
Opdracht 38: zoek bij elkaar!
De cursist geeft
De vrouw maakt
Het kind heeft het
Het meisje wordt
De buitenlander krijgt
De werknemer gaat
koud
antwoord
heimwee
naar huis
lid van de sportclub
een fout
40.1 - De vrouw ... het erg warm
40.2 - De cursist ... een antwoord op de vraag.
40.3 - Ik ... een geweldig idee!
40.4 Kun jij dat probleem...?
40.5 - Ik ... pijn in mijn voet.
40.6 - Wil jij lid ... van een sportclub?
40.7 - Ze ... in september een kind.
40.8 - Ik ... haast!
Opdracht 41: Maak zinnen met de woorden
41. 1 - een beslissing
41. 2 - een fout
41. 3 - heimwee
41. 4 - zin
41. 5 - een afspraak
41. 6 - een baan
41. 7 - een opleiding
41. 8 - honger
40.1 - De vrouw ... het erg warm
Maak de online opdrachten bij 1.2