Paragraaf 1 Licht en Schaduw

Paragraaf 1 Licht en Schaduw
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Paragraaf 1 Licht en Schaduw

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
6.1.1 Je kunt voorbeelden noemen van natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen.
6.1.2 Je kunt schematisch lichtstralen tekenen.
6.1.3 Je kunt uitleggen hoe je voorwerpen om je heen kunt zien die zelf geen licht geven.
6.1.4 Je kunt de schaduw van een voorwerp tekenen.
6.1.5 Je kunt uitleggen welke schaduwbeelden ontstaan als een voorwerp verlicht wordt door één lamp of door twee lampen.

Slide 2 - Tekstslide

Lichtbronnen
Een voorwerp dat zelf licht geeft is een lichtbron.
Je hebt natuurlijke lichtbronnen zoals de zon en sterren.
Kunstmatige lichtbronnen zijn door de mens gemaakt. Bijvoorbeeld een lamp. 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Kunstmatige lichtbronnen
Natuurlijke lichtbronnen

Slide 5 - Sleepvraag

Er zijn natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen. 
Selecteer de juiste lichtbron in de tweede kolom. 

kampvuur
kaars
bosbrand
ster
straatlantaarn
televisie
kunstmatige lichtbron
kunstmatige lichtbron
kunstmatige lichtbron
kunstmatigelichtbron
natuurlijke lichtbron
natuurlijke lichtbron

Slide 6 - Sleepvraag

Sleep de betekenis naar het juiste woord.
straatverlichting
kunstmatige 
lichtbron
natuurlijke
lichtbron
lichtbronnen
een voorwerp dat licht geeft
verlichting wat je op straat tegenkomt of op plekken, zodat je iets kunt zien in het donker
lichtbronnen die door de mens gemaakt zijn, zoals een lamp
licht dat gegeven wordt vanuit de natuur, zoals de zon

Slide 7 - Sleepvraag

Natuurlijke lichtbronnen
Kunstmatige lichtbronnen
Gloeilamp
Zon
Glimworm
Kampvuur
Bliksem
Kaars
Computer
beeldscherm
Zaklamp
Lava
Bosbrand
Kerstlampjes
Fietslampjes
Sterren
Vuurwerk

Slide 8 - Sleepvraag

Lichtstralen
Als een lamp aanstaat dan straalt hij licht alle kanten uit. Deze kun je tekenen met rechte lijnen(licht is altijd recht). 
Hoe verder de lijnen uit elkaar komen te staan hoe zwakker het licht wordt.

Slide 9 - Tekstslide

Wat heb je nodig om een lichtstraal te tekenen?
A
Geodriehoek
B
Potlood
C
Geodriehoek en potlood
D
Geodriehoek en pen

Slide 10 - Quizvraag

Lichtstralen zijn niet zichtbaar. In tekeningen willen natuurkundigen toch lichtstralen aanduiden.

Hoe teken je een lichtstraal?
A
Kromme lijn met een pijlpunt aan het eind
B
Kromme lijn met een pijlpunt in het midden
C
Rechte lijn met een pijlpunt aan het eind
D
Rechte lijn met een pijlpunt in het midden

Slide 11 - Quizvraag

Door lichtstralen te tekenen, laat je zien hoe het licht bij een ........... vandaan beweegt.

Wat moet er op de puntjes?
A
lichtbron
B
object
C
zon
D
maan

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Video

Voorwerpen zien die geen licht geven
De meeste voorwerpen geven zelf geen licht, je kunt ze zien omdat er licht op schijnt. Dat licht wordt vervolgens alle kanten op teruggekaatst. We noemen dit diffuus teruggekaatst. 
Je ziet het voorwerp pas als een deel van dit licht in je ogen schijnt.

Slide 14 - Tekstslide

Directe en indirecte lichtbronnen
De zon of een lamp zijn directe lichtbronnen. Je ziet het licht dat zij uitstralen. 
Er zijn ook indirecte lichtbronnen. Deze weerkaatsten het licht dat op hen word geschenen. Denk bijvoorbeeld aan de maan, die weerkaatst 's nachts het zonlicht.

Slide 15 - Tekstslide

Welk van deze lichtbronnen is direct en welke is indirect?
Direct
Indirect

Slide 16 - Sleepvraag

Slide 17 - Video

Schaduwen
Schaduwen zijn de plekken waar het licht niet rechtstreeks kan komen, bijvoorbeeld omdat er iemand voor de muur staat.
Omdat licht alleen recht beweegt kun je schaduwen makkelijk tekenen door de lichtstralen vanuit de lichtbron door te trekken. Je tekent dan de randstralen die net niet door het voorwerp worden tegen gehouden. De
                                       schaduw kleur je vervolgens in

Slide 18 - Tekstslide

Je kunt de schaduw tekenen van een voorwerp dat door een lamp wordt verlicht.

Hoe heten de stralen die het gebied van een schaduw benoemen
A
zijstralen
B
kantstralen
C
randstralen
D
kantlijnen

Slide 19 - Quizvraag

Welke tekening laat je juiste schaduw zien?
A
B
C
D

Slide 20 - Quizvraag

Je wilt de schaduw van een voorwerp tekenen.
Waar teken je de schaduw?
A
tussen de hoek van inval en de hoek van terugkaatsing
B
tussen de randstralen
C
tussen het voorwerp en de lichtbron
D
tussen het voorwerp en de normaal

Slide 21 - Quizvraag

Bekijk de tekening hiernaast. Als de lamp brand ontstaat er een schaduw.
Wat is dan waar?
A
De hond staat niet in schaduw van de tafel.
B
De hond staat helemaal in schaduw van de tafel.
C
De hond staat gedeeltelijk in schaduw van de tafel
D
De hond staat in de halfschaduw van de tafel.

Slide 22 - Quizvraag

Kernschaduw en halfschaduw
Wanneer een voorwerp met minimaal twee lichtbronnen wordt beschenen. We noemen de plek waar meerdere schaduwen  samenkomen (er komt daar echt geen licht) de kernschaduw, deze is het donkerste. De lichtere schaduw (van maar een lichtbron) noemen we halfschaduw.
Bij een lamp:                                                                                        Bij twee lampen:

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Halfschaduw 
Kernschaduw

Slide 25 - Sleepvraag

halfschaduw
kernschaduw

Slide 26 - Sleepvraag

Kernschaduw
Halfschaduw
Kernschaduw
Halfschaduw
Kernschaduw
Halfschaduw

Slide 27 - Sleepvraag

lichtbron
voorwerp
kernschaduw
halfschaduw
licht

Slide 28 - Sleepvraag

Aan de slag
Maak nu opdracht 1 t/m 18 in je leerwerk boek. blz. 73 t/m 78.
Ben je klaar kijk dan je werk na en verbeter met een andere kleur pen.
Maak daarna een samenvatting van blz. 70 t/m 73.
Als je daarmee klaar bent dan maak je test jezelf 6.1

Slide 29 - Tekstslide