Lessenreeks vwo4: Symbolisme, DADA , surréalisme et modernisme

Du symbolisme au surréalisme
*Modernisme doen we niet
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Du symbolisme au surréalisme
*Modernisme doen we niet

Slide 1 - Tekstslide

Du Symbolisme au Surréalisme (chapitre 7)
Deze les gaat over vernieuwingsbewegingen in de poésie aan het einde van de 19e eeuw.

Het oude voldoet niet meer, de moderne tijd begint rond 1850.

Kunstenaars laten de traditionele/klassieke vormregels helemaal los.

Slide 2 - Tekstslide

Frankrijk eind 19e eeuw
 tot aan de eerste wereldoorlog
Dit is een periode van relatieve stabiliteit (onder regime van de Derde Republiek -1870 - 1940) na jaren van onrust en revoluties = la Belle Époque (1875-1914)


Slide 3 - Tekstslide

timer
1:00
Wat betekent "La Belle Époque" zowel
letterlijk als figuurlijk?
Wat associeer je met deze periode? (1875 - 1914)

Slide 4 - Woordweb

La Belle Époque 
(1875 - 1914)
"Het mooie tijdperk" 
= Gekenmerkt door algemene welvaart, een enorme ontplooiing van de kunsten en wetenschappen en een grote mate van maatschappelijke rust.
Dit ging gepaard met een opleving van handel, verkeer en toerisme tussen verschillende Europese staten.
De eerste vliegtuigen, auto's en metro's doen hun intrede en er ontstaan nieuwe kunstvormen (film + fotografie) en middelen van communicatie (telefoon + radio).

Slide 5 - Tekstslide

Wereldtentoonstelling 1889
Parijs
La tour Eiffel
Wat is een "wereldtentoonstelling" ?
Waarom ontstaan ze op dat moment?  
(1875-1914)
Wat heeft de Eifeltoren hiermee te maken?
timer
2:00

Slide 6 - Tekstslide

Wereldtentoonstellingen
Gigantische evenementen die een enorm oppervlak in beslag namen, een half jaar open bleven voor het publiek en jaren van intensieve voorbereidingen vereisten. 
Elk participerend land had er zijn eigen paviljoen (prachtige bouwwerken) waar de meest opzienbarende recente ontwikkelingen op velerlei gebied werden getoond. 
Het was de tijd waarin er qua expositieruimten geëxperimenteerd werd met bouwwerken van ‘fonte et verre’ (gietijzer en glas) (bijv. Chrystal Palace - 1851 - Hyde Park (Londen) & Grand Palais des Beaux-Arts - Parijs wordt gebouwd  - vooruitlopend op de wereldtentoonstelling van 1900. 
Veel bouwwerken werden, vanwege het tijdelijke karakter, na de wereldtentoonstellingen weer afgebroken, maar er is ook veel bewaard gebleven

Slide 7 - Tekstslide

Les expositions universelles de 1889 & 1900 à Paris
L'Exposition universelle de Paris de 1889 est la dixième Exposition universelle organisée
Son thème est la Révolution française, dans le cadre du centenaire de cet événement. 
C'est à l'occasion de cette Exposition commémorative que la tour Eiffel est construite.

L'Exposition universelle de 1900 est la cinquième exposition universelle organisée à Paris.
Manifestation emblématique de la Belle Époque et de l'Art nouveau, elle lègue à Paris plusieurs bâtiments dont le Petit Palais et le Grand Palais. Le thème est « Bilan d'un siècle ». 
Victor Guimard a 33 ans lorsqu’il est choisi par le président de la Compagnie des chemins de fer métropolitain de Paris (C.M.P) pour dessiner les bouches d’entrée du métro, le tout nouveau moyen de transport qui sera mis en service pour l’exposition universelle de 1900.

Slide 8 - Tekstslide

La Première Guerre mondiale
= Abrupt einde van het optimisme = la Grande Guerre (loopgravenoorlog)
Duitsland - Oostenrijk - Hongarije - Turkije (de centralen) 
<-> 
Frankrijk - Engeland - Rusland (de geallieerden)
Uitkomst? 
Door het gebruik van moderne wapens vallen er miljoenen slachtoffers.
De centralen verliezen de oorlog na vier jaar uitzichtloze strijd. 


Slide 9 - Tekstslide

L'entre-deux-guerres (1919-1939)
La Grande Guerre -> van optimisme (Belle Époque) naar desillusie
Technologische vooruitgang kan ook vernietiging brengen -> verschrikkingen van de oorlog        ->  lijden, dood en rouw worden in de kunst terugkerende thema's tussen de 2 wereldoorlogen!
Vergeten van deze 4 verwoestende jaren =  les années folles (jonge generatie stort zich op het uitgaansleven)
! Na beurscrash 1929 -> Frankrijk in zware economische crisis - > groeiende dreiging nazisme en fascisme -> vele schrijvers worden politiek actief om hun idealen te verdedigen

Slide 10 - Tekstslide

La crise des valeurs traditionelles
Technologische vernieuwing en vooruitgang kan ook vernietiging brengen -> 19e eeuwse wetenschappers zijn te optimistisch geweest over de vooruitgang!
1. Filosofen als Nietzsche en Freud -> mens is geen rationeel wezen dat overwogen keuzes maakt, in crisissituaties komen duistere instincten boven. 
2. Het christelijke geloof is op zijn retour -> moderne, individualistische mens is steeds minder bereid om zich te onderwerpen aan de hogere macht <-> traditionele christelijke normen en waarden staan ter discussie.


Slide 11 - Tekstslide

Naissance de la poésie moderne
Het idee dat de mens is géén rationeel wezen en het feit dat christelijke waarden en normen op hun retour zijn, vertaalt zich in de literatuur in de werken van de modernisten. 
Zij stellen de traditionele zekerheden ter discussie door te laten zien dat er geen objectieve kennis of absolute waarheid bestaat!

Zij bevrijden de poëzie van allerlei regels ( geen regelmatig rijm en metrum = "vers libre") ->
deze "revolutie" in de poëzie kent haar hoogtepunt tijdens en na W.O. I. 


Slide 12 - Tekstslide

La poësie moderne
I. le symbolisme
II. Dada
III. le surréalisme

Slide 13 - Tekstslide

timer
2:00

Wat weet je al over deze stromingen
in de (Franse) kunst en literatuur?
(symbolisme - dada- surrealisme)

Slide 14 - Woordweb

I. Le symbolisme 
(1880 - 1910)
= Het verzet tegen de wetenschappelijke benadering van het realisme en het naturalisme, tegen het bestaan van een objectieve werkelijkheid.
Zij geloven juist in het bestaan van een wereld buiten de empirisch waarneembare, reële wereld. Zij trachten het onzegbare uit te drukken door middel van metaforen.
Verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie worden centraal gesteld en hun vormtaal is symbolisch. Het symbool wordt een waarneembaar teken dat verwijst naar een niet-waarneembare wereld. 
Het symbolisme kenmerkt zich door een sterke hang naar het verleden en een gerichtheid op het onderbewuste, het onverklaarbare. Innerlijke en irrationele ervaringen worden belangrijk, met de nadruk op droomwerelden en de dood.

Slide 15 - Tekstslide

Les poètes maudits
Symbolische dichters noemen zich les poètes maudits (vervloekte dichters), omdat ze zich niet begrepen voelen door het publiek en zich niet aan de maatschappij kunnen of willen aanpassen. 

Un poète maudit désigne en général un poète qui, incompris dès sa jeunesse, rejette les valeurs de la société, se conduit de manière provocante, dangereuse, asociale ou autodestructrice (en particulier avec la consommation d'alcool et de drogues), rédige des textes d'une lecture difficile et qui meurt avant que son génie ne soit reconnu.

Paul Verlaine en Arthur Rimbaud zijn de belangrijkste symbolische dichters. 
Dit tonen ze o.a. in hun antiburgerlijke manier van leven. (*V. en R. hadden een liefdesrelatie...)

Slide 16 - Tekstslide

p.86/87 - literatuurboek - interpretatie gedicht
Le symbolisme 
Paul Verlaine
Il pleure dans mon coeur

De poëzie van Verlaine staat bekend om haar muzikale karakter.
Dit gedicht komt uit een serie die hij "Ariettes" (melodietjes) heeft genoemd. 
Het beeldt een gevoel uit door te spelen met klank en ritme.

timer
15:00

Slide 17 - Tekstslide

II.Le Dadaïsme - alles is kunst, niets is kunst
Dada is een internationale artistieke beweging die zich afzet tegen de verschrikkingen van WO I. De beweging ontstaat in 1916 in Zürich, gevluchte schrijvers en kunstenaars zich hebben daar verzameld. De stijlnaam Dadaïsme is afgeleid van ‘dada’, het stamelwoordje van een klein kind.

De dadaïsten stelden zich ten doel de zinledigheid (ontbreken van zin) van de moderne maatschappij aan de kaak te stellen. Ze streven naar een totale bevrijding van het individu en van de heersende conventies binnen de kunstwereld door ready-made artikelen te presenteren als kunst. (ready-made: het principe waarbij een bestaand object tot kunst wordt verheven)
Veel dadakunst heeft daardoor een speels en provocerend karakter.
 

Slide 18 - Tekstslide

Het meest bekende voorbeeld uit de beeldende kunst
 is het urinoir van Marcel Duchamp uit 1917.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Tristan Tzara
Één van de leiders van de dadabeweging is de Frans-Roemeense dichter Tristan Tzara.
In 1919 vestigt hij zich in Parijs en wordt de spil van de dadabeweging, die in loop van de jaren 1920 overgaat in het surréalisme.
Tzara geeft tijdschriften uit, organiseert voorstellingen en exposities en formuleert de uitgangspunten van de dadabeweging in een aantal manifesten.  

Maak opdrachten 4 en 5 uit je literatuurboek op p.88/89.
Tristan Tzara - Pour faire un poème dadaïste
timer
15:00

Slide 22 - Tekstslide

timer
1:00
Wat roept de stroming
"surrealisme" bij je op?

Slide 23 - Woordweb

III. le surréalisme
Onder invloed van de dadabeweging is de traditionele manier van kijken naar en denken over kunst op losse schroeven komen te staan. De teleurstelling over de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog doen een nieuwe wind waaien. Kunst wordt een manier om bestaande overtuigingen te onderzoeken en op een andere manier naar de werkelijkheid te kijken. De surrealisten onderzoeken de grenzen van het onderbewuste

Geïnspireerd door de ideeën van Sigmund Freud stellen surrealisten de de bewustzijnstoestand van de droom centraal (gekenmerkt door vrije associaties). Surrealisten proberen hun fantasie zo veel mogelijk de vrije loop te laten. 
(Voorbeelden hiervan zijn o.a. het schilderen van droombeelden, het tekenen en schrijven zijn ook een manier om het onderbewuste te tonen. In teksten wordt vrij geassocieerd.)

Slide 24 - Tekstslide

Sigmund Freud
Op welke manier droeg hij bij aan het surrealisme? Welk van zijn opvattingen beïnvloedde deze stroming?
Vat kort en bondig samen!
timer
2:00

Slide 25 - Open vraag

III. le surréalisme
Het surréalisme in de Franse literatuur ontstaat in de jaren 1920 onder leiding van André Breton (1896 - 1966). Hij bedenkt bijvoorbeeld de écriture automatique, een manier om je onbewuste gevoelens te uiten door op te schrijven wat er spontaan in je opkomt. 

Typisch voor surrealistische teksten zijn de onverwachte woordcombinaties, waardoor er bijzondere beelden ontstaan

Ook in de fotografie, film- en schilderkunst wordt surrealistisch werk gemaakt.
 Het bekendste voorbeeld hiervan zijn de droomachtige schilderijen van Salvador Dalí.

Slide 26 - Tekstslide

timer
2:00

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Le cadavre exquis
Dit is het favoriet gezelschapsspelletje van de surrealisten
Ze zoeken naar nieuwe manieren om kunstwerken te laten ontstaan. 
In "le cadavre exquis" moeten 5 deelnemers om beurten een zinsdeel noteren zonder dat ze zien wat de vorige deelnemer heeft geschreven. Vooraf is alleen de volgorde van de woordsoorten bepaald. Hierdoor ontstaan absurde zinnen die volledig losstaan van een rationele werkelijkheid.  
Vervolgens probeerden ze de op deze manier ontstane zinnen te verbeelden in een tekening.

Slide 29 - Tekstslide

Travaillez à quatre pour créer 
un cadavre exquis en français
-schrijf allemaal in het Frans het onderwerp van een zin op (lidwoord + ZN enk. + bijpassend BN)
-vouw het papier zo op dat de tekst niet leesbaar is en geef het door aan de persoon naast je.
-noteer op het papier dat je krijgt een wkwvorm in de 3e p. enk., vouw het weer op en geef door.
-maak in de derde ronde het lijd. vwp. (lidwoord + ZN)
-beschrijf tenslotte de plaats waar de handeling zich afspeelt (vz + lidw. + ZN)
-vouw het briefje open en lees het eindproduct aan elkaar voor.
-noteer het leukste resultaat van jouw groepje!
timer
10:00

Slide 30 - Tekstslide

Guillaume Apollinaire
Guillaume Apollinaire overlijdt voordat het surrealisme een vlucht neemt (1918) maar hij is de bedenker van de term surrealisme.

Hij is ook de bedenker van het CALLIGRAMME, het beeldgedicht.

Hij gebruikt typografie en layout om een vorm/afbeelding te creëren die past bij het onderwerp van het gedicht.

Slide 31 - Tekstslide

Apollinaire - "Il pleut" 


Op p.91 van je literatuurboek vind je ook een calligramme.
Wat zegt de vorm van dit gedicht over de titel en de inhoud?
Maak opdrachten 7 en 8 op p. 92/93 van je literatuurboek 

timer
15:00

Slide 32 - Tekstslide