paragraaf 4.1

Paragraaf 4.1 en 4.2
1 / 99
volgende
Slide 1: Tekstslide
OnderwijswetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 99 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Paragraaf 4.1 en 4.2

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen

  1. Ik beschrijf wat elektrische stroom is: waardoor ontstaat het en waarom gaat een lampje ervan branden.
  2. Ik kan eigenschappen van elektrische geleiders en isolatoren beschrijven en een aantal van hun toepassingen noemen.
  3. Ik kan de werking van diverse stroomkringen met een simulatieprogramma in beeld brengen en onderzoeken.
  4. Ik kan de ampèremeter in een schakeling gebruiken en uitleggen.




Slide 2 - Tekstslide

Elektriciteit, wat is het?
Verzamelnaam voor natuurkundige verschijnselen van elektrische lading, elektrische velden en elektromagnetisme.


Onderscheid tussen:
  • Statische elektrische lading (stilstaande ladingen)
  • Dynamische elektrische lading 
       (bewegende lading oftewel: stroom)

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Link

Slide 5 - Video

Waarom hebben we elektrische stroom?
Elektrische energie is een vorm van energie
Energie is nodig om apparaten te laten werken

Elektrische stroom is bewegende lading
Elektronen in atomen hebben een negatieve lading en bewegen door het materiaal heen om zo energie te verplaatsen.


Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Stroomkring
  • Gesloten
Elektronen kunnen door de kring heen bewegen van de ene naar de andere kant van de batterij
  • Open
Elektronen kunnen niet door de draden heen naar de andere kant van de batterij


Slide 8 - Tekstslide

Open stroomkring
Manieren voor het krijgen van een open stroomkring:
  1. Als er een stroomdraad wordt losgemaakt
  2. Als een schakelaar op uit wordt gezet
  3. Als er een apparaat kapot gaat

Slide 9 - Tekstslide

Geleiders en isolatoren
Stoffen waar gemakkelijk lading doorheen gaat noemen we een geleider, bijvoorbeeld verschillende metalen en koolstof


Stoffen die lading niet of heel slecht doorlaten noemen we isolatoren, bijvoorbeeld rubber en de meeste plastics

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Stroomsterkte
Wanneer we stroom meten dan meten we de stroomsterkte (afgekort met I). Je meet dan hoeveel lading er per seconde door de stroomkring heen gaat.

Dit meten doe je met een stroommeter ook wel ampèremeter genoemd omdat de stroomsterkte de eenheid ampère (afgekort met A) heeft.


Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Een Ampèremeter schakel je in serie (= in de stroomkring) 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Een Voltmeter schakel je parallel (= 'over' de stroomkring) 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

wat gebeurt er als je een stroommeter parallel zet?
A
dan wordt de spanning gemeten
B
dan brandt het lampje gewoon, maar niet zo fel
C
dan gaat er geen stroom stromen
D
dan krijg je kortsluiting

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Omrekenen Ampère
Zie vaardigheid 2, 3 en 4 (achterin je boek)

 

1 A = 1000 mA
2,358 A = 2358 mA
147 mA = 0,147 A

Slide 22 - Tekstslide

Hoeveel mA is gelijk aan 0.5 A?
A
50 mA
B
500 mA
C
0,005 mA
D
0.05 mA

Slide 23 - Quizvraag

Wat is de waarde van 4 A in mA?
A
400 mA
B
0,004 mA
C
40 mA
D
4000 mA

Slide 24 - Quizvraag

Hoeveel A is gelijk aan 2500 mA?
A
2500.000 A
B
0,25 A
C
0,025 A
D
2,5 A

Slide 25 - Quizvraag

Wat is de waarde van 0.02 A in mA?
A
200 mA
B
2 mA
C
20 mA
D
0.00002 mA

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Tekstslide

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Tekstslide

Slide 50 - Tekstslide

Slide 51 - Tekstslide

Slide 52 - Tekstslide

Slide 53 - Tekstslide

Slide 54 - Tekstslide

Slide 55 - Tekstslide

Slide 56 - Tekstslide

Slide 57 - Tekstslide

Slide 58 - Tekstslide

Slide 59 - Tekstslide

Slide 60 - Tekstslide

Slide 61 - Tekstslide

Slide 62 - Tekstslide

Slide 63 - Tekstslide

Slide 64 - Tekstslide

Slide 65 - Tekstslide

Slide 66 - Tekstslide

Slide 67 - Tekstslide

Slide 68 - Tekstslide

Slide 69 - Tekstslide

Slide 70 - Tekstslide

Slide 71 - Tekstslide

Slide 72 - Tekstslide

Slide 73 - Tekstslide

Slide 74 - Tekstslide

Slide 75 - Tekstslide

Slide 76 - Tekstslide

Slide 77 - Tekstslide

Slide 78 - Tekstslide

Slide 79 - Tekstslide

Slide 80 - Tekstslide

Slide 81 - Tekstslide

Slide 82 - Tekstslide

Slide 83 - Tekstslide

Slide 84 - Tekstslide

Slide 85 - Tekstslide

Slide 86 - Tekstslide

Slide 87 - Tekstslide

Slide 88 - Tekstslide

Slide 89 - Tekstslide

Slide 90 - Tekstslide

Slide 91 - Tekstslide

Slide 92 - Tekstslide

Slide 93 - Tekstslide

Slide 94 - Tekstslide

Slide 95 - Tekstslide

Slide 96 - Tekstslide

Slide 97 - Tekstslide

Slide 98 - Tekstslide

Slide 99 - Tekstslide