B2B en B2C: verschilmaker in marketing
B2B en B2C: verschilmaker in marketing
Wat weet je al over B2B en B2C marketing?
Leerdoel van deze les
Aan het einde van de les kun je de verschillen tussen B2B en B2C verklaren, voorbeelden geven uit de praktijk en examengerichte vragen beantwoorden.
Wat betekenen B2B en B2C?
B2B staat voor business-to-business, B2C voor business-to-consumer. Je leert vandaag wat deze begrippen inhouden en wat hun belangrijkste kenmerken zijn.
Kenmerken van B2B en B2C
Noem 4 kenmerken van B2B en 4 kenmerken van B2C. Gebruik je boek (H3) als bron.
Onderzoek: communicatieverschillen
Vergelijk hoe Nike (B2B) met retailers communiceert en hoe JD Sports (B2C) consumenten aanspreekt. Gebruik betrouwbare bronnen zoals nike.com en jdsports.nl.
Vergelijkingstabel B2B vs B2C
Weinig kopers Besluitvorming is rationeel Meestal groot volume Lange relatie Veel onderhandeling
Veel kopers Besluitvorming vaak emotioneel Meestal kleine hoeveelheden Korte relatie Weinig tot geen onderhandeling
B2C
B2B
Discussie: emotie vs ratio
Stelling: 'B2C is altijd emotioneler dan B2B.' Ben je het eens of oneens? Onderbouw met voorbeelden uit je onderzoek.
Praktijkcasus: Nike limited sneaker
Hoe presenteert Nike een nieuwe sneaker aan retailers (B2B) en aan consumenten (B2C)?
Analyse: rationeel of emotioneel?
Koopmotivatie: rationeel Prijs is doorslaggevend Langdurige relatie is belangrijk
Koopmotivatie: emotioneel Prijs speelt minder grote rol Impulseffect bij limited producten
Consument (B2C)
Retailers (B2B)
Discussie: rol van prijs
Stelling: 'Prijs is bij B2B belangrijker dan bij B2C.' Geef minimaal twee argumenten voor jouw mening.
Discussie: relatie belangrijker bij B2B?
Is relatiebeheer belangrijker bij B2B dan bij B2C? Bespreek in tweetallen en betrek hoofdstuk 3 uit het boek.
Examenvraag: B2B vs B2C
Schrijf zelf een examenvraag over B2B en B2C. Het modelantwoord bevat: juiste definities, minimaal 3 verschillen en een concreet praktijkvoorbeeld.
Bonus: verdien extra punten!
Je krijgt een bonus als je correcte bronvermelding gebruikt, verschillen duidelijk uitlegt en een volledig modelantwoord geeft.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.