§48, 49, 50: Het symbolisme, A. Roland Holst, neoromantiek

§48: Het symbolisme
Let op: van deze paragraaf hoef je het gedeelte Jugendstil en Art Nouveau niet te kennen!

                                                                                      Afbeelding: Jan Toorop
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

§48: Het symbolisme
Let op: van deze paragraaf hoef je het gedeelte Jugendstil en Art Nouveau niet te kennen!

                                                                                      Afbeelding: Jan Toorop

Slide 1 - Tekstslide

Symbolisme
  • --> Reactie op het impressionisme en het naturalisme
  • De wereld boven of achter de alledaagse werkelijkheid onthullen
  • kan alleen worden uitgedrukt d.m.v. een symbolische taal die iets oproept uit de andere werkelijkheid.
  • Zowel algemene symbolen als individuele symbolen
  • Sommigen gingen verder dan ontdekken van de hogere realiteit en gaan deze ‘scheppen’

1

Slide 2 - Tekstslide

§49: A. Roland Holst
  • Symbolist
  • De mythe van Roland Holst
    (Elysium: 'eiland der gelukzaligen')


  • Verheven opvatting over dichterschap, dichter is uitverkoren om het lied te horen.
  • Plechtige taal, archaïsch taalgebruik

1

Slide 3 - Tekstslide

WB 49.2
  • (a) Alliteraties? (b) Enjambement? (g) Rijmschema? (h) Assonerend? (i) Dubbel eindrijm?
  • Cliché?
  • Vergelijking?
  • "de laatste droom"?
  • Wind?
  • Stijlfiguur in strofe 3?
  • Het karakter van de hoofdpersoon wordt weerspiegeld in de natuur. Hoe?
Blz. 120
Blz. 37 WB

Slide 4 - Tekstslide

§70: De neoromantiek

Slide 5 - Tekstslide

Stroming #3 voor je ME





# 1: Impressionisme
#2: Naturalisme        

Slide 6 - Tekstslide

De neoromantiek
  • Reactie op impressionisme en naturalisme
  • Fantasie, wonderlijk en het lieflijke keren terug
  • Nadruk op het noodlot blijft, maar het is iets bovennatuurlijks / geheimzinnigs 
  • Spelen zich af in het verleden en exotische streken
  • Romantische verlangens (dood, verval, zwerflust, eenzaamheid, verzet tegen de maatschappij)

1

Slide 7 - Tekstslide

Arthur van Schendel (1874-1946)
  • Neoromantiek





Een zwerver verliefd (1904)

Het fregatschip Johanna Maria (1930)
De wereld een dansfeest (1938)
2

Slide 8 - Tekstslide

Een zwerver verliefd
Stroming
Neoromantiek (zwerven, Middeleeuwen, Italië)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Een_zwerver_verliefd

Slide 9 - Tekstslide

Op welke kunststroming was de neoromantiek een reactie?
A
Fin de siècle
B
L'art pour l'art
C
Kubisme
D
Naturalisme

Slide 10 - Quizvraag

Welk tijdperk was de neoromantiek populair?
A
17e eeuw
B
18e eeuw
C
19e eeuw
D
20e eeuw

Slide 11 - Quizvraag

Wat is het genre van 'Een zwerver verliefd'?
A
Neoromantiek
B
Literatuur
C
Thriller
D
Sciencefiction

Slide 12 - Quizvraag

Wat is de belangrijkste setting van 'Een zwerver verliefd'?
A
Nederland
B
Frankrijk
C
Italië
D
Duitsland

Slide 13 - Quizvraag

Wie is de hoofdpersoon uit 'Een zwerver verliefd' van Arthur van Schendel?
A
Tamalone
B
Rogier
C
Mevena
D
Arthur

Slide 14 - Quizvraag

Wat zijn kenmerken van de neoromantiek?
A
Ratio, realisme, technologie, moderniteit
B
Emotie, verbeelding, natuur, escapisme

Slide 15 - Quizvraag

Samenvattend
Kunststromingen Fin de siècle:
  1. Impressionisme [weergeven van de werkelijkheid]
  2. Naturalisme [verklaren van de werkelijkheid]
  3. Symbolisme [verklaren van hetgeen boven of achter de werkelijkheid d.m.v. symbolen]
  4. Neoromantiek [reactie op Impressionisme en Naturalisme; ontsnappen aan de werkelijkheid] 

3

Slide 16 - Tekstslide

Maak nu in je werkboek:
Opdracht 48
Opdracht 50

Slide 17 - Tekstslide