Par 7.4 De overheid en de toekomst

Agenda les
  • terugkoppeling leerdoelen par 7.6
  • rekenen met indexcijfers
  • leerdoelen par 7.4
  • uitleg par 7.4
  • zelf aan de slag 
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Agenda les
  • terugkoppeling leerdoelen par 7.6
  • rekenen met indexcijfers
  • leerdoelen par 7.4
  • uitleg par 7.4
  • zelf aan de slag 

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen par 7.6
  • Je kunt rekenen met indexcijfers
  • Je kunt rekenen met RIC=NIC/PIC x 100

Slide 2 - Tekstslide

Iemand verdient in 2005 € 20.000,-. In 2010 neemt dit inkomen toe tot € 24.320.
Verder is gegeven, dat de prijzen in deze periode met 0,5% daalden.
Met hoeveel procent is het reëel besteedbaar inkomen van deze persoon veranderd? Gebruik rekenmachine en e.v.t kladblad
A
18,3%
B
21,1%
C
21,6%
D
22,1%

Slide 3 - Quizvraag

Van de consumentenprijzen is gegeven dat:
CPI2008 = 145
CPI2000 = 120
Met hoeveel procent is het algemene prijspeil in deze periode veranderd? Gebruik rekenmachine en e.v.t. kladblad.
A
17,2%
B
20,8%
C
25%
D
45%

Slide 4 - Quizvraag

Wat is het gewogen gemiddelde van leerling hiernaast?
A
4,3
B
6,2
C
6,5

Slide 5 - Quizvraag


Slide 6 - Open vraag

Leerdoelen par 7.4
  • Je kunt in eigen woorden het begrip structurele uitgaven omschrijven, uitleggen waarom dit ruilen in de tijd is en voorbeelden geven
  • Je weet hoe de overheid zijn uitgaven financiert en kunt de begrippen begrotingstekort, staatsschuld, EMU-tekort en EMU schuld en de relatie hiertussen in eigen woorden omschrijven.
  • Je kunt maatregelen noemen die de overheid kan nemen om de toekomstige uitgaven beheersbaar te houden.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Link

Structurele uitgaven
  • zijn de investeringen (kopen van kapitaalgoederen).

Structuur economie
  • De hoeveelheid (=kwantiteit) productiefactoren en de kwaliteit van de productiefactoren.

Slide 9 - Tekstslide

Begrippen
Begrotingstekort: 
de verwachte uitgaven > verwachte inkomsten.
Staatsschuld:
De totale schuld die het Rijk in de loop van de jaren nog moet terug betalen.

Slide 10 - Tekstslide

EMU
EMU: 
  • Europese Monetaire Unie.
  • Samenwerking van landen die Euro gebruiken.
EMU-schuld: totale schuld van de collectieve sector vd EMU landen.
EMU-tekort: Het begrotingstekort van de collectieve sector. vd EMU landen.

Slide 11 - Tekstslide

Zelf aan de slag
  • Lees paragraaf 7.4
  • Maak opgave 2 t/m 9 (vwo) 
  • Klaar: maak opgaven par 7.6 af

Slide 12 - Tekstslide