cross

passé composé ch5

Lundi le 10 mai 2021
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Lundi le 10 mai 2021

Slide 1 - Tekstslide

Aujourd'hui:
Le but de notre cours: se préparer pour l'examen de la semaine prochaine (et répéter le passé composé). 

Slide 2 - Tekstslide

Verlengde instructie
Groep 1: ken je de grammatica goed? Dan ga je zelfstandig leren voor je s.o.

Groep 2: luistert mee met de herhaling van de grammatica (en maakt een extra opdracht.)

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling chapitre 1: Présent, Passé composé 
- Présent : Heden ( ik zing)
- Passé composé: Voltooid tegenwoordige tijd ( ik heb gezongen)

- Présent: Je chante
- Passé composé: J'ai chanté

Slide 4 - Tekstslide

Passé composé
Iets dat in het verleden is afgerond = voltooid tegenwoordige tijd

ik heb gegeten = j'ai mangé
ik ben gegaan = je suis allé

Slide 5 - Tekstslide

Hoe maak je de passé composé?
> avoir + voltooid deelwoord (é)

voltooid deelwoord:
ww op -er = é (regarder (kijken) = regardé (gekeken))


Slide 6 - Tekstslide

Hoe maak je een Passé composé?
A
avoir + ww op é
B
aller + ww op é
C
faire + ww op é
D
avoir

Slide 7 - Quizvraag

Vul het rijtje van avoir in!
+ vertaling!

Slide 8 - Open vraag

Welke zin staat in de voltooide tijd?
A
ik heb gespeeld
B
ik speelde
C
ik zal spelen
D
ik speelde

Slide 9 - Quizvraag

Tu (écouter)
A
as écouté
B
a écouté
C
ont écouté
D
e écouté

Slide 10 - Quizvraag

ils (regarder)
A
a regardé
B
ont regardé
C
e regardé
D
ent regardé

Slide 11 - Quizvraag

Wij hebben gewoond
A
vous avez habité
B
nous sommes habité
C
nous avons habité
D
nous habitons

Slide 12 - Quizvraag

Hoe maak je de passé composé?
> avoir + voltooid deelwoord (é)

voltooid deelwoord:
ww op -er = é (regarder (kijken) = regardé (gekeken))


Slide 13 - Tekstslide

wij hebben gegeten
A
nous avons mangé
B
on a mangé
C
nous sommes mangé
D
on est mangé

Slide 14 - Quizvraag

nous (regarder) = kijken
A
nous avons regardé
B
nous sommes regardé

Slide 15 - Quizvraag

vous (finir) = eindigen
A
vous avez fini
B
vous êtes fini

Slide 16 - Quizvraag

Exercice A:
Vul de passé composé in van de volgende werkwoorden:
1. Je/j' ________ à ma soeur. (praten)
2. Youssef ______ un croissant. (eten)
3. Nous  _____ la maison de vacances (chercher)
4. Quand Alayah ____ son livre d'anglais? (trouver)

Slide 17 - Tekstslide

Les réponses d'exercice A
Vul de passé composé in van de volgende werkwoorden:
1. J'AI PARLé à ma soeur. (praten)
2. YOUSSEF A MANGé un croissant. (eten)
3. NOUS AVONS CHERCHé la maison de vacances (chercher)
4. Quand ALAYAH A TROUVé son livre d'anglais? (trouver)

Slide 18 - Tekstslide

Les questions?

Slide 19 - Woordweb