In deze les zitten 9 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Module 2 les 5 Maaltijden
Slide 1 - Tekstslide
Leerdoelen
1. De student kan uitleggen waarom sportdranken en eiwitrijke supplementen nuttig kunnen zijn in de zorg.
2. De student kan beoordelen of het gebruik van supplementen of sportdranken in specifieke zorgsituaties verantwoord en zinvol is.
3. De student past de theorie over sportdranken, eiwitrijke voeding en supplementen toe op een casus door een passend advies te formuleren voor een cliëntsituatie.
Slide 2 - Tekstslide
Wat denken jullie: zijn sportdrankjes en supplementen alleen nuttig voor atleten, of kunnen cliënten in de zorg hier ook baat bij hebben?
Atleten
Cliënten
Allebei
Slide 3 - Poll
timer
5:00
Onderzoeksvraag: Wat is het verschil tussen sportdrank en energiedrank?
Slide 4 - Woordweb
Sportdrank
Doel: Hydrateren en het aanvullen van energie en elektrolyten tijdens of na intensieve lichamelijke inspanning.
Samenstelling: Bevat water, koolhydraten (suikers), en elektrolyten (zoals natrium en kalium).
Voor wie: Gericht op sporters of atleten die langdurig (meer dan een uur) intensief bewegen.
Energiedrank
Doel: Snel een oppeppend effect geven door cafeïne en suikers, vaak gebruikt om vermoeidheid tegen te gaan.
Samenstelling: Hoog gehalte cafeïne, suiker, en soms andere stimulerende stoffen zoals taurine.
Voor wie: Gericht op het bieden van een energiekick, maar het heeft geen hydratatievoordeel en wordt afgeraden bij sportieve inspanning.