4.3 Transcriptie

Thema 4 DNA
4.3 Transcriptie
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema 4 DNA
4.3 Transcriptie

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt beschrijven hoe transcriptie plaatsvindt.

Slide 2 - Tekstslide

Transcriptie = 
Kopie maken van nucleotidenvolgorde in een gen
->
'recept' waarmee ribosoom eiwitten kan maken

Slide 3 - Tekstslide

RNA
Enkelstrengs nucleïnezuur

Bouwsteen = nucleotiden
  • Ribose
  • Fosfaatgroep
  • base (A/C/G/T = U)


Binas tabel 71A

Slide 4 - Tekstslide

mRNA
  • messenger RNA richting ribosoom = maken eiwit
  • ribosomaal RNA (rRNA) = bestanddeel ribosomen
  • Transfer-RNA (tRNA) = binden aminozuren uit cytoplasma + vervoer naar ribosoom = maken eiwit



Binas tabel 71K1+2

Slide 5 - Tekstslide

Transcriptie = vormen mRNA
  1. Ontvouwen DNA
  2. Promotor + transcriptiefactoren = plek waar RNA-polymerase kan binden
  3. Waterstofbruggen verbreken

  • Matrijsstreng (niet-coderend)
  • Coderende streng

Transcriptie vindt plaats langs de matrijsstreng: 3'->5' mbv vrije RNA-nucleotiden uit kernplasma t/m stopcodon

Binas tabel 71E


Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Eukaryoten
pre-mRNA

RNA-processing
  • Introns = niet-coderend ; eruit
  • Exons = coderend ; blijft




mRNA
Binas tabel 71H

Slide 8 - Tekstslide

(Alternative) splicing

Spliceosoom knipt introns (afgebroken of ander doel) uit pre-mRNA en plakt exons aan elkaar

Dus; uit één pre-mRNA kunnen meerdere mRNA-moleculen ontstaan. Oftewel: 1 gen kan coderen voor meerdere eiwitten.

Slide 9 - Tekstslide

Leerdoelen behaald??
  • Je kunt beschrijven hoe transcriptie plaatsvindt.

Slide 10 - Tekstslide

Het huiswerk
Bestudeer blz. 85 t/m 90
Maken + nakijken opdr. 17 t/m 20

Slide 11 - Tekstslide