2. Stengels en wortels

Wortels en stengels 
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wortels en stengels 

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?

Herhaling paragraaf 1
Lesstof paragraaf 2
Lesstof verwerken 
Leerdoelen-check


Slide 2 - Tekstslide

Welke 2 stoffen kan een plant maken met fotosynthese?
A
Water en glucose
B
Glucose en CO2
C
CO2 en zuurstof
D
Glucose en zuurstof

Slide 3 - Quizvraag

Wat doet de plant met koolstofdioxide?
A
Dit geeft de plant af aan de lucht.
B
Dit neemt de plant op via de huidmondjes tijdens de fotosynthese.
C
Niets. Net als mensen kan de plant er niet van leven.
D
Dit slaat de plant op als reservevoedsel.

Slide 4 - Quizvraag

Waarom kan er alleen in een plant fotosynthese plaatsvinden?

Slide 5 - Open vraag

Wat is het doel van de fotosynthese?

Slide 6 - Open vraag

's Nachts vindt er in planten fotosynthese plaats....
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Welk gas gaat via het huidmondje naar buiten bij fotosynthese?
A
koolzuur
B
zuurstof
C
koolstofdioxide
D
glucose

Slide 8 - Quizvraag

Welk 'orgaantje' in de plantencel is gevuld met vocht waardoor de plant stevigheid heeft?
A
Celkern
B
Bladgroenkorrel
C
Vacuole
D
Celwand

Slide 9 - Quizvraag

Wat heb je nodig voor de verbranding van glucose?
A
Glucose en zuurstof
B
Glucose en CO2
C
Zuurstof en CO2
D
Glucose en water

Slide 10 - Quizvraag

Een plant die in de zon staat, doet deze aan fotosynthese? En aan verbranding?
A
Wel fotosynthese, geen verbranding
B
Geen fotosynthese, wel verbranding.
C
Beide
D
Beide niet

Slide 11 - Quizvraag

Een plant die geen licht krijgt, doet deze aan fotosynthese? En aan verbranding?
A
Wel fotosynthese, geen verbranding
B
Geen fotosynthese, wel verbranding.
C
Beide
D
Beide niet

Slide 12 - Quizvraag

Wat ontstaat er tijdens de fotosynthese?
A
licht
B
koolstofdioxide
C
water
D
zuurstof

Slide 13 - Quizvraag

Doelen van deze les: 
  • Je beschrijft de 3 functies van wortels. 
  • Je benoemt in een afbeelding vaatbundels, houtvaten en bastvaten en beschrijft de functie van deze delen.
  • Je beschrijft hoe een plant stevigheid verkrijgt. 
  • Je beschrijft hoe opname en transport van water en mineralen bij planten plaatsvindt. 

Slide 14 - Tekstslide

Wortels
3 Functies:

1.  Plant vastzetten in de grond

2.  Opnemen van water en   
     voedingsstoffen door de wortelharen

3. Soms opslaan van reservestoffen

Alle wortels samen: het wortelstelsel







Bouw van de wortels

Slide 15 - Tekstslide

Wortelharen 
Water en mineralen opnemen in de plant zijn cellen.

Via de celwanden komt dit in de hoofdwortel terecht. 

Via houtvaten wordt het verder vervoerd. 

Slide 16 - Tekstslide

Wat is de functie van de wortels?
A
Het opnemen van mineralen en water
B
Stevig in de bodem staan
C
opslaan van reservestoffen
D
De wortelen hebben geen functie

Slide 17 - Quizvraag

Wat is GEEN functie
van wortels
A
Reserve voedsel opslaan
B
Water en voedingsstoffen opnemen
C
Plant vast zetten in de bodem
D
Glucose maken. (Fotosynthese)

Slide 18 - Quizvraag

Stengels
Zorgen voor stevigheid en transport van stoffen. 

De vaten vervoeren water met opgeloste stoffen naar de overige delen van de plant = transport

Rondom vaten liggen vezels = stevigheid.

Slide 19 - Tekstslide

van de wortels, door de stengels, tot in de bladeren lopen vaatbundels.  
-bastvaten (liggen aan de buitenkant van de stengel en vervoeren water met opgeloste suiker naar beneden)

- houtvaten ( vervoeren water met opgeloste mineralen omhoog)

Slide 20 - Tekstslide

Een vaatbundel bestaat uit:
A
houtvaten en nerfvaten
B
bastvaten en suikervaten
C
houtvaten, suikervaten en nerfvaten
D
bastvaten en houtvaten

Slide 21 - Quizvraag

Bladnerven zijn vaatbundels...
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Wat is GEEN functie van de stengels?
A
Transport van water en andere stoffen
B
Stevigheid geven aan de plant
C
De plant stevig in de grond vastzetten

Slide 23 - Quizvraag

Wat is de belangrijkste (!) functie van de stengel van een plant?
A
Fotosynthese
B
Opname van stoffen uit de grond
C
Vervoeren van stoffen
D
Voortplanting

Slide 24 - Quizvraag

Is het opslaan van reservevoedsel in een plant een functie van de stengels, van de wortels of van beide?
A
Alleen van de stengels
B
Alleen van de wortels
C
Zowel de stengels als de wortels

Slide 25 - Quizvraag

Houtvaten
Houtvaten: water en mineralen (= voedingszouten) gaan omHoog

Houtvaten:
- liggen aan de binnenkant van de stengel 
- liggen aan de bovenkant van een blad 
- bestaan uit dode cellen (cellulose/houtstof) 

Slide 26 - Tekstslide

Bastvaten
Bastvaten: water en opgeloste suikers gaan naar Beneden

Bastvaten:
- liggen aan de buitenkant van de stengel 
- liggen aan de onderkant van het blad 
- bestaan uit levende cellen



Slide 27 - Tekstslide

Welke zitten in de wortel en stengel aan de buitenkant in een vaatbundel?
A
Bastvaten
B
Houtvaten

Slide 28 - Quizvraag

Waar lopen allemaal vaatbundels?
A
Wortels en stengel
B
Wortel, stengel en bladeren
C
Alleen in de stengel
D
Alleen in de wortel

Slide 29 - Quizvraag

In de stengels van een plant komen vaatbundels voor.
Komen vaatbundels ook in de wortels voor?
En in de bladeren?
A
Ook in de wortels komen vaatbundels voor.
B
Ook in de wortels en in de bladeren komen vaatbundels voor.
C
Niet in de wortels en bladeren
D
Ook in de bladeren komen vaatbundels voor.

Slide 30 - Quizvraag

Vervoer omhoog?
- Zuigkracht van de bladeren door verdamping.
- Worteldruk; de wortels persen het water omhoog. 


Slide 31 - Tekstslide

In welke richting vindt transport via houtvaten plaats?
A
Van bladeren via stengels naar wortels
B
Van wortels via stengels naar bladeren
C
Het kan alle kanten op

Slide 32 - Quizvraag

Stevigheid in planten
Houtachtige planten (bomen en struiken): bevatten veel hout voor stevigheid.

Kruidachtige planten (zoals een tulp): geen hout, maar water zorgt voor stevigheid.

Slide 33 - Tekstslide

Kruidachtige planten = effect fietsband 

Slide 34 - Tekstslide

Welke plant is stevig door
water in de vacuole?
A
Kruidachtige plant
B
Houtachtige plant

Slide 35 - Quizvraag

Hoe noem je planten die stevig zijn door houtcellen?
A
Houtachtige planten
B
Kruidachtige planten

Slide 36 - Quizvraag