NEWTON: Hoorbare trillingen

Hoorbare trillingen
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 31 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Hoorbare trillingen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Quizizz

Slide 2 - Tekstslide

Kennisvragen over alle voorliggende hoofdstukken
https://quizizz.com/admin/quiz/63a4ad2cde5719001f65b9a4?source=quiz_share 
DEZE LES
Wat weet je nog van...
Uitleg
Zelfstandig werken
JE GAAT LEREN OVER
  • hoe geluid ontstaat;
  • beschrijven wat frequentie is;
  • hoe je kunt meten met een oscilloscoop;
  • de trillingstijd van een toon uitrekenen;
  • de frequentie uitrekenen.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg
Laptops dicht

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Je kan uitleggen hoe geluid ontstaat

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GELUIDSBRON
Geluid wordt gemaakt door een geluidsbron.

  • kunstmatige geluidsbron: door de mens gemaakt
  • natuurlijke geluidsbron: geluiden uit de natuur

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stemvork

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Toonhoogte
Er zijn veel verschillende muziekinstrumenten.
Een instrument met snaren noem je een snaarinstsrument. 
Als je de snaren van een snaarinstrument laat trillen, maken ze geluid. De snaren zitten vast aan een klankkast. Daardoor wordt het geluid harder en kun je het goed horen.
Sommige instrumenten hebben heel veel snaren, zoals de piano en de harp. Andere instrumenten hebben weinig snaren, zoals de gitaar en de contrabas.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een snaarinstrument stemmen
Snaren kun je spannen. Spannen betekent: de snaren strakker aantrekken. Meestal gaat dat met een schroef op het instrument.  Een strakke snaar geeft een hoge toon. Maak je de snaar losser, dan wordt de toon lager. Op die manier kun je het instrument stemmen. De tonen klinken dan weer zuiver.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De oscilloscoop
De Oscilloscoop is een natuurkundig meetinstrument waarmee je een geluidsgolf zichtbaar kunt maken.

Het beeld van een oscilloscoop moet je kunnen aflezen.

Met de oscilloscoop kun je de trillingstijd (T) bepalen.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stemvork en Oscilloscoop
Geluidsbron
Microfoon vangt het op.
Zichtbaar op  Oscilloscoop

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleutelbegrippen
geluidsbron, trilling, toonhoogte, klankkast.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

geluid horen 
de trillingen worden door de tussenstof doorgegeven vanaf de geluidsbron. 

de trillingen komen bij de geluidsontvanger en deze "hoort" dan het geluid.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TUSSENSTOF
De tussenstof geeft de trillingen door van de geluidsbron naar je oor.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
beschrijven wat frequentie is;
de trillingstijd van een toon uitrekenen;
de frequentie uitrekenen.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is trillingstijd?

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Trillingstijd

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Frequentie
Frequentie is het aantal trillingen per seconde.
Het symbool voor frequentie is de kleine letter f. 
De frequentie wordt gemeten in hertz (Hz). 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

FREQUENTIE
Toename frequentie
Afname trillingstijd

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Frequentie
frequentie = 1 ÷ trillingstijd

  
f = 1 ÷ T
f=T1

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld:  Rekenen met trillingen

Een ventilator draait op de laagste stand.
Een omwenteling kost 0,05 seconden.
Wat is de frequentie waarmee de ventilator draait?

Oplossing:
frequentie = 1 ÷ trillingstijd
frequentie = 1 ÷ 0,05
frequentie = 20 Hz

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld:  Rekenen met trillingen

Een gitaarsnaar maakt 2000 trillingen in 5 seconden.
Bereken de frequentie.

Oplossing:
De frequentie is het aantal trillingen in één seconde. 
Gebruik een verhoudingstabel.






De frequentie is dus:  f = 400 Hz

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld 1
Een voorwerp trilt met een frequentie van 250 Hz.
Hoe vaak trilt het voorwerp in 6 seconden?

Frequentie x tijd
250 Hz x 6 sec. = 1500 trillingen


Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld 2
De trillingstijd van een toon is 0,5 s.
Wat is de frequentie?

Frequentie = 1 ÷ trillingstijd
Frequentie = 1 ÷ 0,5 s
Frequentie = 2 Hz


Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Frequentiebereik (gehoorbereik)
ultrasoon geluid: hoge frequentie, mens kan dit niet horen.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleutelbegrippen
trillingsdiagram, trillingstijd, frequentie.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Video

Deze slide heeft geen instructies

DE SNELHEID VAN GELUID

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GELUIDSSNELHEID
De snelheid waarmee geluid zich verplaatst noem je de geluidssnelheid

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weektaak
5.7 Hoorbare trillingen
A t/m C + keuze: D of E


Werk aftekenen?
Zet je naam op het bord en 
werk zelfstandig verder

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies